Koppelingen:
Vorig artikel: POELIER Volgend artikel: POELJE II
GTB Woordenboeken: MNW

POELJEI

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: poelje

POELIE (in Vl. België uitgesproken als POELIË), POELDE —, znw. vr., mv. poeljes, poeljen. Mnl. poelge. Men houdt het woord voor een ontleening uit fr. poule met een in zuidelijke dialecten daaraan gehecht suffix (FRANCK-V. WIJK; VERDAM, Mnl. Wdb. VI, 508), doch de door VERDAM ter vergelijking aangehaalde woorden, bij DE BO [1873] genoemd op cize, cizie, zijn niet te vergelijken, daar ze gedeeltelijk Germaansch zijn, gedeeltelijk uit het Latijn, terwijl de overblijvende, gevallen zijn zooals S. DE GRAVE heeft verzameld (Franse Woorden 338) en waartoe o.a. klandizie behoort. Poelie daarentegen kent de bijvormen poelje en poelde die op deze manier niet worden verklaard, terwijl ze toch waarschijnlijk ouder zijn dan poelie. Ook smoelie naast smoel (zie Dl. XIV, 2182) mag men niet vergelijken, daar de eerste vorm beantwoordt aan een Fransche uitspraak semoull' (LITTRÉ 4, 1889 c) en zulk een mouilleering is bij fr. poule onbekend. Een phonetische overgang in het Nederlandsch van poel tot poelje acht S. DE GRAVE twijfelachtig (zie a.w. 278). Ook heeft men niet het recht van een ofr. pouille uit te gaan (VERCOULLIE) op grond van een door SCHELER (Dict. d'étymologie française 364 a) aangehaalden vorm uit de Eulalie, daar die ”aan bedenking onderhevig is” (VERDAM, a.w.).; in het handschrift staat namelijk polle. Doch het Ofr. kende wel een vorm pouillon (poillon, poilloun, poullon), ”petit de tout animal volatile” (GODEFROY 6, 250 a en b) en in het noorden zijn dergelijke vormen nog bekend (zie a.w. 6, 250 b). Is het nu niet mogelijk poelje daaruit te verklaren, op dezelfde manier als men schoelje, schoelie — hoewel niet met volkomen zekerheid — uit ofr. escouillon afleidt? In elk geval kwamen in het ofr. ook bij andere afleidingen van poule vormen voor met een gemouilleerde l (zie GODEFROY 6, 346 c en hierboven bij POELIER). Voor den vorm poelde zie S. DE GRAVE, a.w. 280. Pullie (CORN.-VERVL. 1006) en pulje (SCHUERM. [1865-1870] op Poelje) zullen naast pul door analogie zijn ontstaan, daar poelie en poelje naast poel voorkwamen. Voor het verschil in beteekenis tusschen poelie en poellie bij KIL. [1599] zie S. DE GRAVE, a.w. 8.
1.  Jonge hen die nog niet of pas eieren legt; soms ook jonge tamme eend (JOOS [1900-1904]).
Poelie. Gallina. Gall. poulle,   KIL.
Poellie. Pullaster, pullastra, pullus gallinaceus; gallina iuvenca, nouella,   Ald.
— Een tjoeksje wor êest een poelje en dan een ôen,   DEK, Kruin. Dial.  (ook bekend in het kanton Axel).
Dat es 'n schoone poelde,   TEIRL.
Tien kiekes, woronder zeve' poeldekies,   Ald.
Kerel, 't is 'n fijne poelde,   Aant. v. GEZELLE  (te Asper).
Oolijk lijk eene poulie,   Aant. v. GEZELLE.
— Een viske sonder meer …, Sal mijne taefel dissen, Doch poelykens daer nae Gekoomen van Bredae En sullen wy niet missen,   WESTERBAEN, Ged. 3, 629 [c. 1665].
Ick sel u een mooy Braet-vercken ver-eeren met een haen, en een Kallekoen, En twee koppel Pouljen, om datge weet mijn saken soo te beleggen,   KLAERBOUT, Kl. v. 't Kalf 10.
2.  Bij overdracht gebezigd als scheldnaam voor een persoon.
Gy schoelje! Gy vervlakte fyne poelje! Gy bedrieger! (tot een man die op echtbreuk betrapt wordt),   V. DAELE, Tydv. 35, 11 [1806].
Afl. Poeljerij, thans verouderd. In de bet. 1°. misschien ontleend aan ofr. poulerie ”lieu où l'on élève des poules” (GODEFROY 6, 348 b).
1°. Poelierderij, plaats waar vogels verkocht worden.
Mevrouw die geeft haer gelt om visch oft vleesch te koopen, Sy moet naer poellerey, naer vinck-mert, groen-mert loopen,   LIJFTOCHT, Voorw. v. Pat. 82.
2°. Gevogelte.
Want daer grote exsactie op alle dinghen ghestelt was, als op wijn ende bier ende op vlees ende op pollerye: als op eenen cappuen 3 sc. ende een paer pettrijsen 1 sc.,   DE POTTRE, Dagb. 27 [1567].
Item, wort … gheconsenteert naer de Hoogh-misse ende niet eer, te vercoopen levende Voghelen ende Conijnen …, ghelijck oock Visch ende Poullerije, met gheslotene deuren ende winckels,   Placc. v. Brab. 1, 59 a.
Voor 15 paer duijven, die in de poelderij van ons feest vergeten sijn,   Rek. d. Rederijkk. De Olijftak 118 [1620].
Verbieden (aen allen volck van Oorloghe) … te dooden oft wechleyden eenighe Peerden, Koyen oft andere bestiaelen oft pouillerijen,   2, 335 a [1633].
Samenst.Poelje-ei, poelie-ei (bij TEIRL. poeldenei), ei van een jonge kip die voor den eersten keer aan den leg is.
Hoenderparkeieren f 9.60—f 10.20, eendeneieren f 7.80—8, poelieeieren f 7—8,   Marktbericht Breda 6 Nov. 1929  (een soortgelijk bericht b.v. in N. Rott. Cour. v. 12 Febr. 1931, Ochtendbl. B).
Poeljehuisje, oudtijds te Gent: klein huisje, gebouwd tegen het vleeschhuis, voor den verkoop van gevogelte.
In 1741 telde men zes pensen zeven pouillehuisjes,   DE POTTER, Gent 2, 390.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1933.