Koppelingen:
Vorig artikel: PSALTER Volgend artikel: PSEUDONIEM
GTB Woordenboeken: MNW

PSEUDO-

Woordsoort: woorddl.

Modern lemma: pseudo-

als eerste lid in samenst. Ontleend aan gr. πευδο-, den vorm waarin gr. πεδος in compositie verschijnt (DEBRUNNER, Gr. Wortb- § 131). Zie over de ontwikkeling van functie en bet. van gr. πευδο- DEBRUNNER, a. w. § 114.
Oorspr. kwam pseudo- in de westeurop. talen voor in zulke samenst. die in hun geheel aan het gr. (of lat.) waren ontleend, zooals ndl. pseudodoxie, dwaalleer (KUIPERS), gr. πευδοδοξα; ndl. pseudoniem, schuilnaam (zie daarvoor hierbeneden), gr. πευδνυμος. Vervolgens ook in jongere, in de taal zelf gevormde, meest wetenschappelijke composita, voorzoover die althans niet in een der andere westeurop. cultuurtalen zijn ontstaan en bij ons nagevolgd. En eindelijk zelfs in verb. met ndl. of als zoodanig gevoelde woorden. Zie voor nhd. voorbeelden SCHULZ-BASLER, D. Fremdwtb. 2, 721 volg.; voor het fr. en eng. de betrokken wdb.
De alg. bet. van de samenst. met pseudo- is: wat het uiterlijk of den schijn heeft datgene te zijn wat in het tweede lid der samenst. wordt aangeduid, doch dat inderdaad niet is; gewaande —, onechte —, leugen-.
a.  Naar het voorb. van gr. vormingen als hierboven zijn genoemd heeft men wetenschappelijke samenst. gemaakt, waarvan de volgende aanh. voorb. geven. (Eerst in het lat. zijn vormen als πευδαπτολοςπευδεπσκοπος gewijzigd in pseudoapostolus, pseudoëpiscopus.).
Pseudoappendicitis …, verschijnselen van appendicitis, zonder dat de appendix ontstoken is,   PINKHOF, Wdb. Geneesk. Termen 436 b.
— De Maagdenburger Centuriatoren vielen geheel het werk (t.w. zekere pauselijke decretalen uit de vroege Middeleeuwen) aan en tegenover P. Torres S. J. bewees de Calvinist Blondel afdoende, dat men hier te doen had met pseudo-decretalen,   WINKLER PRINS, Encyclop. 13, 813 b.
Pseudohallucinatie,   PINKHOF, a. w. 437 b.
— Het eigenlijke historisme komt voor problemen te staan, die het pseudohistorisme in zijn rationalistische gemakzucht in de verste verte niet had gekend,   BEERLING, Crisis v. d. M. 61.
Pseudoneuralgie,   PINKHOF, a. w. 439 a.
Pseudosfeer (onechte bol) noemt men een omwentelingsoppervlak met constante negatieve kromming,   WINKLER PRINS, Encyclop. 13, 814 b.
— Verscheidene ziekten van konijnen werden onderzocht. Vooral van gewicht was de spontaan voorkomende pseudotuberculose dezer dieren,   Versl. Rijksseruminr. 1904—'05, 46.
— De bacillen, die de oorzaak zijn van de pseudotuberculose dezer dieren, worden pseudotuberkelbacillen genoemd,   Versl. Rijksseruminr. 1904—'05, 46.
Pseudotuberkelbacillen, staafjes, die, wat vorm en wijze van kleuring betreft, op tuberkelbacillen gelijken,   PINKHOF, a. w. 440 a.
Pseudotumor …, verschijnselen, die aan een gezwel (vooral een hersengezwel) doen denken, doch vanzelf verdwijnen,   PINKHOF, a. w. 440 a.
b.  In verb. met ndl. of als zoodanig gevoelde znw. komt pseudo- o.a. in de volgende samenst. voor.
Hij (zeker tooneelspeler) werd (bij een opvoering van MolièresPrécieuses ridicules”) door E. als pseudo-burggraaf de Jodelet uitstekend gesecundeerd,   N. Rott. Cour. 18 Jan. 1944.
— Stijgt na de crisis de koorts weder tot de vroegere hoogte, dan is dit een onechte crisis (pseudocrisis),   PINKHOF, Wdb. Geneesk. Termen 124 b.
— Pseudoideaal   (Dl. VI,1360).
— Een pseudo-inspecteur van den crisisdienst,   Opschrift, in N. Rott. Cour. 3 Febr. 1944.
— Niemand begrijpt dit nieuwmodisch werk, behalve de pseudokunstenaars. Niemand vindt het schoon,   SEGERS, Kemp. Kunst. 51 [1912].
— Het publiek (heeft) als toegift Molière's Belachelijke hoofsche juffers gekregen, waarin vooral D. bewonderd kon worden als de pseudo-markies de Mascarille,   N. Rott. Cour. 18 Jan. 1944.
— Het onderzoek (in de parapsychologie) (heeft) … moeten strijden tegen het, soms schrikbarend bedrog van pseudo-mediums,   WINKLER PRINS, Encyclop. 13, 379 b.
— Dat het eerste hoofdstuk van Pseudo-Dionysius' werk … ongeveer zeventien maal door S. Thomas van Aquino geciteerd wordt. Dit slechts om eenig idee te geven, hoezeer deze pseudo-vader in aanzien stond zelfs bij de grootste geesten,   LAMPEN, in Studia Cathol. 10 (1934), 356, 10, 366.
Pseudovulkanen, onecht- of half-vulkanische gebergten,   C. DE JONG, Handwdb. [1869].
— De tijd drukt een zekere stempel op de kunst, daarom zal dat realisme, op zijn beurt, verscherpt worden, in de 19e eeuw van wetenschap en pseudo-wetenschap, tot het naturalisme,   DE BACKER, in Album Verdeyen 131.
— Stoffen, die bij de vorming van metaalverbindingen eerst in zulk een instabielen acivorm overgaan, noemt men pseudozuren,   WINKLER PRINS, Encyclop. 13, 815 a.
c.  In verb. met eigennamen, naar het voorb. van gr. πευδηρακλς (MENANDER), laat-gr. πευδαλξανδρος (LUCIANUS).
Ook Pseudo-Alexander, Summa de virtutibus citeert hem (t.w. den Pseudo-Dionysius) vaak,   LAMPEN, in Studia Cathol. 10 (1934), 365.
Pseudo-Demetrius, drama in drie Tafereelen,   Titel v. e. anoniem tooneelwerk [1871].
— Trithemius, die … als vertalers en uitleggers van Pseudo-Dionysius noemt Joannes Scotus, Hugo S. Victoris, Albertus Magnus en Dionysius den Kartuizer,   LAMPEN, in Studia Cathol. 10 (1934), 363. BAKH. V. D. BRINK en LINDEBOOM, Handb. d. Kerkgesch. 1, 277.
Pseudo-Isidorus is de naam, waarmede de schrijver (uit het midden der IXde eeuw) van een verzameling van zgn. pauselijke decretalen wordt aangeduid, sedert bekend is dat Isidorus Mercator maar een deknaam en de H. Isidorus van Sevilla zeker niet de auteur is,   WINKLER PRINS, Encyclop. 138, 14 a.
—  Van pseudo- in verb. met een eigennaam worden afl. (bnw.) gevormd.
Het (is) vooral aan Thomas Gallus te danken, dat de pseudo-dionysische ideeën in de Theologie der Minderbroeders doordrongen,   LAMPEN, in Studia Cathol. 10 (1934), 359.
 Kath. Encyclop. 9, 109.
— De meest gecompliceerde en brutale vervalschingen … waarvan de kerkgeschiedenis gewaagt: de Pseudo-isidorische Decretalen …, een eigenaardige mengeling als een kunstig mozaïek van echte en onechte stukken,   BAKH. V. D. BRINK en LINDEBOOM, Handb. d. Kerkgesch. 1, 199.
d.  In verb. met bnw., naar het voorb. van gr. πευδαττικς, waarnaar reeds lat. pseudoflavus, pseudoliquidus analogisch zijn gevormd. Het tweede lid kan in het ndl. zoowel van vreemden als van inheemschen oorsprong zijn.
Deze (balladen) zijn het … geweest, die Macpherson op het denkbeeld hebben gebracht, zijn ”vertalingen” van pseudoGaelische poëzie op naam van dien ouden bard (t.w. Ossian) te stellen,   V. HAMEL, Kelt. Taal- en Letterk. 80.
Pseudomotorische samentrekkingen, niet reflectorische bewegingen van spieren, veroorzaakt door prikkeling van andere dan de motorische zenuwen,   PINKHOF, Wdb. Geneesk. Termen 438 b.
— Heine heeft in een zijner gedichten van het Duitsche schubiak schertsenderwijze den pseudo- of quasi-Poolschen naam Schubiakski gevormd,   V. D. MEULEN, in Med. N.A., Lett., N.R. 7, 121.
— Om van pseudo-wetenschappelijke warhoofden als de econoom Marx niet te spreken,   V. EEDEN, Stud. 5, 162 [1906].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1947.