Koppelingen:
Vorig artikel: RAAP II Volgend artikel: RAAPOLIE
GTB Woordenboeken: MNW

RAAPKOEK

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: raapkoek

znw. m. Mnl. raepcoeke. Uit raap (I) en koek. Verg. eng. rape-cake.
Tot veevoeder bestemde koek, gevormd uit de resten van raap- of koolzaad nadat de olie er uitgeperst is.
Raepcoecken, ende menighe huyt, Met veelderhande groene cruyt …, Moest heuren buyck versaden (bij het beleg van Haarlem),   Geuzenliedb. 1, 151 [1573].
Den Pachter ofte Collecteur sal voor het recht van desen impost ontfangen … Van yder duysent raapkoecken, twee gulden,   Utr. Placaatb. 2, 803 a [1681].
Een groote quantiteyt van Lyn-, Kennip- en Raap-Koeken,   Keuren v. Haerlem 1, 102 a [1701].
Het koolzaad en de daarvan verkregene raapolie en raapkoeken,   V. HALL, Landh. Flora 16 [1854].
Winkelier in grutterswaren, raapkoeken en lijnmeel,   V. MAURIK, Uit het volk 194 [1879].
Als voedsel krijgt het (het kalf) … later nog al eens raapkoeken in water opgelost,   Onderz. Landb. 1886, 13, 13 [1890].
Partijen raapkoek, waarvan de vervoedering bij schapen den dood veroorzaakt zoude hebben,   Versl. Landb. 1913, 5, 33.
Samenst.Raapkoekenmeel, fijngemalen raapkoeken.
De bemesting met gier en raapkoekenmeel wordt in België algemeen aangewend en bevordert zeer den groei van het vlas,   Med. d. Geld. Mij. v. Landb., 1849, 34.
Raapkoekenwater, water vermengd met fijngemaakte raapkoeken.
De wintervoeding bestaat uit zoogenaamde sop, d.i. kaf en haksel met raapkoekenwater en soms met meel vermengd,   Onderz. Landb. 1886, 6, 19 [1890].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1947.