Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: RECHTSTANDSMUUR Volgend artikel: RECHTSTREEKS
GTB Woordenboeken: MNW

RECHTSTOEL

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: rechtstoel

znw. m., mv. -en. Mnl. rechtstoel. Uit den stam van rechten of recht (II) en stoel. Hiernaast richtstoel (Dl. XIII, 46); verg. mnd. richtestôl; mhd. rihtstuol.
+1.  Zetel waarin de rechter plaats neemt als hij recht spreekt. Veroud.
Indien de kinderen in eenige plaats een rechtspreeking oprechtten …, en volgens hun ordening een man voor de Rechtstoel brachten, die zy beschuldigden van misdaan te hebben enz.,   DE BRUNE, Wetst. 2, 284 [c. 1648].
Dat die Pachters ten platten Lande gehouden sullen wesen inden aenvanck van heure pachtinge vanden Predickstoelen, oft over den Rechtstoelen te doen verkondigen, waer den Impost sal betaelt worden, ende wie by hen totten ontfangh is ghecommitteert,   Gr. Placaetb. 1, 2137 [1654].
2.  Rechtsprekend college, rechtbank. Thans nog alleen als hist. term.
De Regtstoel bestond wel uit veel leden …, doch de meesten van dezelve waren niet regtskundig,   Dr. Volksalm. 1839, 80.
In de friesche streken kende men z.g. ambulatoire heerlijkheden of rechtstoelen,   DE BLÉCOURT, O.-V. Burg. Recht 35 [1939].
3.  Ambtsgebied van een rechter. Veroud.
Als de Richter gesworen is, sullen de Ingesetenen eynes yederen Rechtstoels (ten ware dat eenige Hoeflingen eenich ander particulier recht, fryicheyt of olde gewoonte in haren Rechtstoel mochten hebben …) geholden wesen, tot benuegent des Richters na older ghewoonte een qualificeert Wedman ofte Gherichts Dienaer … t'stellen,   Landtr. d. Ommel. A iij r° [1601].
Sal van nu voortaen in een Rechtstoel van meer Dorpen … niet meer dan een Wedman wesen,   Ald.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1950.