Koppelingen:
Vorig artikel: SCHELF II Volgend artikel: SCHELF IV
GTB Woordenboeken: MNW

SCHELFIII

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: schelf

znw. onz. Ohd. sciluf, scilaf, mhd., hd. schilf. Van denzelfden stam als Schelf (I) en (II).
—  Bies, riet. Nog in Utrecht, in den zin van riet (HEUKELS [1907]).
Can oock het schelf opwassen, waer het niet vocht en staet?   Bijbel v. 1596, Hiob 8, 11.
Het riet ende het schilf sullen verwelcken,   Statenb., Jes. 19, 6 [ed. 1688].
Samenst. Schelfzee, bijbelsche naam voor de Roode Zee (”Hy heeft Pharaos wagens ende sijn heyr in de zee geworpen: ende de keure sijner Hooftlieden zijn verdroncken in de schelfzee”, Statenb., Exod. 15, 4 [ed. 1688]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1921.