Koppelingen:
Vorig artikel: SCHILLEN II Volgend artikel: SCHILLERHEMD

SCHILLENIII

Woordsoort: ww.

Modern lemma: schillen

Van Schil (III).
—  Schelpen visschen. In noordelijke dialecten.
't Gemelde Schelp-vissen, dat die luyden, doorgaans Vriezen zynde, Schillen of Schiltjen noemen,   L'EPIE, Onderz. 13  (zie ook MOLEMA).
Afl. Schiller, schelpenvisscher (”Wy (verbieden) wel expresselyk alle Schillers, om op voorschreven dagen eenige schelpen te vissen, rapen, laden ofte lossen”, Friesch Placaatb. 5, 1117 a (a°. 1676); hierbij weder de samenst. schillerman (MOLEMA).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1923.