Koppelingen:
Vorig artikel: SNAKERIJ Volgend artikel: SNAKKER I
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

SNAKKEN

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: snakken

bedr. en onz. zw. ww. Mnl. snacken, mnd., mhd. snacken, eng. to snatch; verg. on. snaka, om iets sluipen of snuffelen, eng. dial. to snook, snuffelen, alsmede Snaak. Verg. ook SNAKEN.
+A.  Bedr.
+B.  Onz.
Afl. Gesnak, snak, snakker (zie die woorden)
snakachtig, snapachtig, snauwerig (DE BO [1873]; TEIRL., Z.-O. Vl.)
snakkeren, snakken, eenmaal aangetroffen (”Soo snackert sijn herte … naer dalder excellenste … Datmen hier inde werelt mach vinden”, Antw. Sp. Hhh iiij v°.)
snakkerij, 1°. gesnap, praatje (”De snackerijtjes …, de soete boerterijtjes Die ick vaack deelden uyt”, STARTER in BREDERO 2, 424 [c. 1620]), 2°. snapachtigheid (De artsen) ”uit bedriegelijke boeken … volleert, gebruiken dat moejelijke werk van genezen, met eene stoute ruukeloosheid, en opgesmukte snakkerij (lat. garrulitas), tot gewin”, OUDAAN, Agrippa 390)
snakking, uiting, eenmaal aangetroffen (”Want des Princen woorden, snackingen ende versuchtingen en zijn die niet een eeuwighdurende getuygenisse geweest van sijne … getrouwigheidt tot sijne Hoogheidt?” BOR, Ned. Oorl. (ed. 1680) 2, Byv. v. Authent. St. 122 a (a°. 1582).
Samenst. afl. en samenst. — Als eerste lid in Snaktand, slagtand, groote hoektand (DE BO [1873])
snaktanden, de tanden laten zien (”Snactanden en snauwen”, DE DENE bij DE BO [c. 1560]; zie ook TEIRL., Z.-O. Vl.)
Snakziek (”Indien my van u mach alsoo veel jonst gheschieden, Als daar myn eerlijck hart so snacksieck na verlanght, Dat ghy voor Ridder my in dese dienst ontfanght”, BREDERO 1, 177 [1612]; Nochtans veinzen (zy) afkeerigh te wezen van 'tgeen daar zy snakziek na tochten”, DE BRUNE, Wetst. 2, 52 [c. 1648]), hierbij weder de afl. Snakziekelijk (”Dat alle vrouwspersoonen, in het ontveinzen van 'tgeen zy snakziekelik begeeren, Mariette van Florence slachten”, DE BRUNE, Jok en E. 327 [1644]).
— Als tweede lid in Nasnakken, opsnakken en toesnakken (zie die woorden of het eerste lid).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1931.