Koppelingen:
Vorig artikel: SPAARPOT Volgend artikel: SPAARSEN

SPAARS

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: spaars

SPARS, SPERS — znw. vr. Van Spaarsen of ontleend aan lat. sparsa.
—  Wijwater. In Z.-Ndl.
Naer tlof een Deprofundis te lesen bii den pastor ten spaesbacke ende daer naer het ghemeene volck spaes te gheven,   Rek. v. Dixmuiden bij DE BO [1569-1570].
De Pastor had gedaan met spaars te smyten en hij ging de hoommesse begunnen, als …,   Loquela (Wdb.) [uit Poperinghe, 1907].
Samenst.Spaarsbak (DE BO 1477 b [1873]; Loquela (Wdb.) [1907]; zie ook een plaats boven)
Spaarskwispel (DE BO [1873])
Spaarspot (DE BO [1873]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1933.