Koppelingen:
Vorig artikel: SPLITTING Volgend artikel: SPOCHT

SPOCHEL

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: spochel

znw. m. Bij Spog en Spugen.
—  Fluim. Gewest. in Z.-Ndl.
(Hij) spoog weêrom 'nen grooten spochel vlak naast het bakske,   Tisje Tasje's Alm. 40 [1925]
 (zie ook DE BO [1873]) .
Samenst. Judasspochel (zie Dl. VII, 475).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1935.