Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: STOOL Volgend artikel: STOOMBOOT
Etymologie: EWN

STOOM

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: stoom

znw. m. Ndd. stôm, stm (T. DOORNK. KOOLM.); fr. steam, ags. stéam, eng. steam. Over de etymologie van dit slechts in een deel der Wgerm. talen voorkomende woord, waarvan de Oergerm. stamvorm *stauma- was, valt weinig met stelligheid te zeggen, zoolang niet vaststaat van welke beteekenis men moet uitgaan. Samenhang met stuiven (*stauma- uit *staubma-; zie FRANCK-V. WIJK en ook VERCOULLIE³) is mogelijk, maar geheel onbewezen. Eerder kan men nog denken aan verwantschap met mecklenb. stîmen, stümen (uit *stûmjan), dat gebezigd wordt van het jagen der sneeuw, en het bij DIEFENBACH genoemde stûmen, dat razen beteekende (zie D. Wtb. X², 1176 en verg. STOOMEN).
Voor het woord, dat eerst na 1600 in zijn tegenwoordige opvatting wordt aangetroffen, ook in het Eng., zijn enkele bewijsplaatsen van andere beteekenissen in het Ags. en Middeleng. Dit, en ook de vorm dien het woord bij ons heeft, maken dat men wel moet aannemen dat het ook in het Ndl. en Ndd. vóór 1600 in de volkstaal heeft bestaan; de moderne wetenschappelijke opvatting is in het Nederl. stellig onder Eng. invloed in zwang gekomen.
1.  In de oudere toepassing: damp, wasem; walm. Tusschen deze begrippen werd blijkbaar oorspronkelijk weinig of geen onderscheid gemaakt, ofschoon dat van damp overheerscht.
Stoom. Vapeur. Exhalaison,   V. D. ENDE  (ed. 1669, nog niet in ed. 1654).
Stoom, A Vaper, Steem or Exhalation,   HEXHAM  (ed. 1678, nog niet in ed. 1658).
— De Vlam, en stoom (er staat stom), of rook van de vlam, steeg hemelhoog,   VALENTIJN, O.-I. II, 1, 92 a [1724].
(De winden) zijn van groot gebruik ter zuivering der lucht van schadelyken stoom en waessem,   SUDERMAN, Clarcke, Nat. Kwaad 179.
Een half glaasje wijn in een fles, die ik op 't Vuur lei, totdat de wijn zoo heet werd, dat hij in Stoom opging,   DESAGULIERS, Natuurk. 3, 81 [1751].
De hette, die noodig is, om Water te koken, zal Stoom voortbrengen, welkes Veerkragt van de zelfde sterkte is, als die van gemeene Lugt,   3, 82.
De heete Stoom, stootende tegen de Oppervlakte van koud Water in de vaten, wordt verdikt,   Ald.
Een ieder, die ooit water heeft zien kooken, weet dat 'er zoodanig een Damp of Stoom uit opstygt,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 315 [1788].
Ik spreek in het Voorstel slechts van den Damp of Stoom van Water, hoewel anders alle vloeystoffen, kookende, soortgelyken Stoom uitgeeven,   1, 316.
+2.  Thans bepaaldelijk: onder druk staande waterdamp.
Niet zelden worden de naamen van Damp en Stoom, en zelfs van Waassem verwisseld; doch het komt my voor, dat 'er nog al een kennelyk onderscheid tusschen te maaken is,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 317 [1788].
Stoom, meene ik, mag men heeten, eene veel sterker, geweldiger en gezwinder uitwaasseming, die uit kookend water, of, uit andere kookende vloeystoffen, met min of meer geweld en geblaas, uitvliegt: zoo als men dien uit de pyp van een ketel met kookend water ziet uitvliegen, en nog sterker uit een papiniaansche pot, en uit het gat der veiligheids-klap van den Stoom-Ketel,   Ald.
De naam evenwel van Stoom heeft … nog eene bepaalder beteekenis; en de gemelde Stoomen zyn eigenlyk wezenlyke dampen, verwekt door de verkoeling en gevolglyke verdikking, die de waare Stoom, in de lucht komende, terstond ondergaat; en het is deze laatste Stoom …, welke aan de Stoom-Machine het vermogen van werking geeft,   1, 318.
Den Damp van kookend Water by de Natuurkundige bekend onder de naam van Stoom,   in Resol. Holl. 1789, blz. 1144.
't Is die stoom, wiens reuzenkracht Tijd en ruimte stout veracht, Die der winden woên beteugelt, Tegen stroom het schip bevleugelt, Uit de meeren 't water jaagt, Nijverheid en handel schraagt,   V. D. KASTEELE, Nag. Ged. 119.
Dezelfde stoomboot … lag weer gereed, en occupeerde zich met den overbodigen stoom snuivend uit te blazen,   GEWIN, Polsbroekerw. 407.
De stoom is in hooge mate samendrukbaar en veerkrachtig, welke eigenschappen dan ook de aanleiding zijn, dat hij tot snelle voortstuwing der zuigers in de machines kan gebruikt worden,   Beschr. v. Stoomk. en Stoomwerkt. 3.
Naarmate stoom gevormd wordt (in een open ketel) ontwijkt hij in den dampkring en wordt zichtbaar in den vorm van witte wolkjes … doordat hij in den dampkring afkoelt en weder tot water verdicht wordt,   VISSER, Stoomwerkt. 3.
De landbouwer dorscht met stoom en verheugt zich, dat hij zich van het volk kan ontdoen,   Onderz. Landb. 1886, 23, 23 [1890].
Dat stoom van 2 atmosferen keteldruk bij de uitzetting tot atmosfeerdruk eene snelheid van 488 Meter per secunde … verkrijgt,   V. CAPPELLE, Electr. 304 [1908].
Afl. Stoomen (zie ald.).
Samenst. afl. en samenst. — 1) Als tweede lid in Ketelstoom, waterstoom, wolkstoom (zie bij het eerste lid)
aetherstoom, vroeger voor aetherdamp (”Twee stoomcilinders, van welke de eene door waterstoom en de andere door aetherstoom wordt gedreven”, BLEEKRODE, Jaarb. 1846—'47, 5)
bovenstoom, stoom die zich boven een cylinder bevindt (”Bij de hamers zonder bovenstoom zou het gevaar bestaan, dat de zuiger het bovendeksel van den cylinder stuk sloeg”, V. ROYEN en DE VOOYS, Mechan. Technol. 1¹, 290).
2) Als eerste lid in Stoomboot, stoomketel, stoommachine, stoomvaart (zie die woorden) en verder in
Stoomaanvoer (Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 15).
Stoomaanvoerbuis.
De ketel wordt gevoed uit twee waterbakken door een voedingspomp …, en door een injector met stoomaanvoerbuis, zuigbuis enz.,   VISSER, Stoomwerkt. 290.
Stoomaanvoerleiding.
In den regel komen de aftapinrichtingen van de stoomaanvoerleidingen der hulpwerktuigen uit op de afvoerleiding,   Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 13.
Stoomaccumulator.
Men past … stoomaccumulatoren toe, waarbij de druk op den plunger van den accumulator wordt gegeven door samengeperste … stoom,   V. ROYEN en DE VOOYS, Mechan. Technol. 1¹, 314.
Stoomafsluiter.
Eene klep …, die … als stoomafsluiter dienst doet en die bij locomotieven steeds den regulateur genoemd wordt,   VERDAM, Gids v. Machin. 423.
Stoomafvoer.
De stoomafvoer moet zóódanig zijn aangebracht, dat men stoom verkrijgt, die zoo droog mogelijk is,   VERDAM, Gids v. Machin. 181.
Stoomafvoerbuis (VERDAM, Gids v. Machin. 182).
Stoomafvoerkraan.
Verder is de evaporator voorzien van … een veiligheidsklep, een stoomafvoerkraan, een stoommeter enz.,   Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 17.
Stoomafvoerleiding.
Bij een stilstaand stoomhulpwerktuig, waar afgetapt wordt op de stoomafvoerleiding, moet gezorgd worden enz.,   Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 15.
Stoomafvoerpijp.
Stoomafvoerpijpen moeten zoo dicht mogelijk bij den ketel zijn voorzien van een kraan of afsluiter,   Stoombesl. 1931, a. 39.
Stoombad. — 1°. Als werking.
Het mildste soort stoombad, dat zonder gevaar in het huisgezin kan toegepast worden,   VOORHOEVE, Duizend Raadg. 24.
2°. Als toestel of inrichting.
Reisbaden, gummibaden, stoombaden, zoogenaamde Turksche baden enz.,   Tariefw. 1934, blz. 35.
Stoombaggermolen.
Stoombaggermolen … Vaartuig, voorzien van een door stoom gedreven machine, die door middel van een ketting zonder eind, waarop emmers zijn bevestigd, de bewerking van baggeren uitvoert,   ZWIERS 2, 419 b [1920].
Stoombarkas.
Voor de behandeling der werktuigen van iedere stoombarkas of sloep zal enz.,   Bijv. Stbl. 1868, blz. 422.
Stoombel. — 1°. Door stoom bewogen bel (klok).
De machinist (van de stoomtram) staat den ganschen dag, de stoombel verhoogt het gedruisch,   HEIJERMANS, Beroepsz. 471.
2°. Bel die bij vorming van stoom ontstaat.
Stoombellen, die niet dadelijk opstijgen,   VERDAM, Gids v. Machin. 40.
Stoombemaling.
Waarom de stoombemaling boven windmolens wordt verkozen,   STORM BUYSING, Waterb. 2, 479.
De toestand laat het meest te wenschen over in die polders, welke geen stoombemaling hebben,   Versl. Landb. 1917, 1, 134.
Stoomblaasje.
Stoomblaasjes stijgen voortdurend naar de oppervlakte, en hunne plaats wordt door andere waterdeeltjes ingenomen,   VISSER, Stoomwerkt. 1  (zie ook 3).
Stoomblok, door stoom gedreven heiblok.
Het z.g.n. ”fransche blok”, ook wel stoomblok genoemd, waarbij de stoom door middel van een slang uit de ketel wordt gevoerd in het blok, welk blok langs een ijzeren as glijdt boven op de heipaal geplaatst,   HEIJERMANS, Beroepsz. 409.
Stoombrandspuit.
De stoombrandspuit ”Stad Amsterdam” …, in gebruik bij de Amsterdamsche brandweer,   VISSER, Stoomwerkt. 297.
Stoombuis.
De Stoom-buis van rood Koper, van onderen gemeenschap hebbende met de Zuig- en Pers-pijpen …, en van boven met de Stoom-pijp …, en de Inspeuit-pijp,   DESAGULIERS, Natuurk. 3, 108 [1751].
Het Huisje van de Stoomkraan, hebbende opzij een gat …, om den Stoom en den Straal van Water beurtelings in de Stoom-buis te brengen,   3, 109.
De beslagkuipen zullen op geene vuur- of stoombuizen geplaatst, noch in heet of kokend water gezet mogen worden,   Wet v. 26 Aug. 1822 (Stbl. 37), a. 15  (blz. 16).
De nauwe stoombuis, waardoor een fijne stoomstraal … op de klep gespoten wordt,   VERDAM, Gids v. Machin. 196.
Stoomcalomel.
Chloretum Hydrargyrosum Ope Vaporis Aquae Paratum. Stoomcalomel … Mercurochloride uit den gasvormigen toestand, in een atmosfeer van waterdamp, vast geworden,   Ned. Pharmacop. 125.
Stoomcarrousel, stoomdraaimolen.
Terwijl ze … 's Woensdagmiddags vóór het stoomcarousel stonden,   NAEFF, Letje 104.
Stoomcylinder, cylinder aan een stoommachine, waarin de stoom op een zuiger werkt.
De Zuiger van den Stoom-Cylinder met zynen Stang, en Kettingen, die …, door de uitzettende kracht van den Stoom, neder gedrukt wordende, de groote dryfveer is van al het gaandewerk,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 504 [1788].
De stoomcylinder is een zuiver uitgedraaid gietijzeren cylindervormig lichaam, dat aan het eene einde door het gietijzeren of stalen cylinderdeksel en aan het andere einde door den doorgaans vasten bodem stoomdicht wordt gesloten. In den cylinder beweegt zich de stoomzuiger,   Beschr. v. Stoomk. en Stoomwerkt. 65.
Stoomdicht, voor stoom afgesloten, zonder doorlating van stoom.
Een … stoomcylinder, waarin zich de stoomdicht sluitende zuiger op en neer bewegen kan,   VERDAM, Gids v. Machin. 303.
Wanneer door aanschroeven van het drukstuk geen stoomdichte sluiting meer kan worden verkregen, is de pakking versleten of verbrand,   566.
Stoomdom, cylindervormige verhooging der stoomruimte van een stoomketel (ZWIERS 2, 419 b [1920]).
De stoomafvoer moet zóódanig zijn aangebracht, dat men stoom verkrijgt, die zoo droog mogelijk is. Is de stoomruimte hiertoe ontoereikend, dan moet men een stoomdom of stoomhouder aanbrengen en dus eene kunstmatige vergrooting en vooral verhooging van de stoomruimte in het leven roepen,   VERDAM, Gids v. Machin. 181.
Stoomdoortocht, opening waardoor de stoom in of uit een cylinder gaat.
De stoomschuifkast ontvangt den stoom door een buis die met den ketel in verband staat; twee stoomdoortochten stellen de binnenruimte der kast in gemeenschap, de eene met de onderste, de andere met de bovenste ruimte van den stoomcilinder,   BOSSCHA § 543.
Stoomdraaimolen.
De schokkende gewaarwordingen op de baren van den stoomdraaimolen,   NAEFF, Letje 107.
Stoomdruk.
Indien … gebleken is dat … de stoomdruk in den ketel niet hooger oploopt dan 10 ten honderd boven den toegelaten grootsten stoomdruk,   Alg. Reglem. Dienst, a. 40.
Stoomfiets, motorfiets. Thans meestal als grappig woord.
Hij vroeg … wanneer Rijk terugkwam op zijn stoomfiets,   HERMAN DE MAN, Rijsh. 347 [1924].
Een ”stoomfiets” …, voorzien van een zijspan,   Tandheelk. Studentenalm. 1938, 246.
Stoomfluit, door stoom geblazen signaalfluit.
Bij het aankomen aan de passage over Halfweg zal hij (de machinist) de stoomfluit in werking brengen,   Reglem. a°. 1839, in Holl. IJzeren Spoorweg-Mij. 29 b.
Het was een gehinnik zóó schel als van een stoomfluit,   FALKLAND 1, 227 [1896].
Stoomfluiten loeiden, een sirene slikte een hoogen gil in, klokken roffelden, geratel van ankerkettingen,   VERHOOG, Havens en Z. 146.
Stoomgemaal.
De schepraden in het stoomgemaal van Spaarndam hebben eene breedte van 2 el tot 2,50 el, en zijn 10 in getal,   STORM BUYSING, Waterb. 2, 488.
De zware kleigronden, in het zuidelijk gedeelte van het waterschap gelegen, worden algemeen bemalen en voeren hun water zoowel door wind- als motor- en stoomgemalen op het Damsterdiep,   Versl. Landb. 1917, 1, 7.
'As we te veul water krijgen, dan draait het stoomgemaal van Polsbroek ons meê leeg,   DE MAN, Wass. W. 141.
Hierbij weder de samenst. Polderstoomgemaal (zie Dl. XII, 3101)
boezemstoomgemaal (”Boezemstoomgemalen om boezems af te malen”, BEEKMAN, Ned. a. P. 115 [1884]).
Stoomhamer.
De stoomhamer is een ontzaggelijk groote en zware hamer, welke in de grofsmederijen door stoom gedreven en gebezigd wordt tot het smeden van zeer zwaar ijzerwerk,   MOSSEL, Schip 124 [1859].
Haar hartje klopte alsof er een stoomhamer in zat,   DAUM, Raad v. I. 21 [1888].
Stoomhei.
Bij … indirect werkende stoomheien geschiedt het oplichten van het heiblok door een gewone heireep of een ketting zonder einde, waaraan de beweging door een windas medegedeeld wordt, dat de stoommachine omdraait,   GROTHE, Kennis v. Werkt. 192.
Stoomhouden, zorgen dat er altijd voldoende stoom in een ketel is.
Goed stoomhouden, zuinig stoken en wat er verder bij de verzorging van een ketel behoort, is als een afzonderlijk vak te beschouwen,   VERDAM, Gids v. Machin. 5.
Stoomhouder, reservoir voor stoom, stoomdom.
Stoomketels, die een gemeenschappelijken stoomhouder hebben enz.,   Stoombesl. 1931, a. 19.
Stoomjacht.
Alle stoombooten, stoomjagten en, in het algemeen, alle soorten van vaartuigen, door stoom wordende gedreven,   Besl. v. 4 Sept. 1824 (Stbl. 47), a. 1.
Op den Eersten Augustus begaf zich Prins Albert met het fraaije stoomjagt The Fairy naar Portsmouth,   BOSSCHA, Lev. v. W. II 668 [1852].
Stoomkanaal.
De cylinder is met de stoomschuifkast uit één stuk gegoten … De gegoten ijzeren voering … heeft aan de buitenzijde drie ingedraaide groeven, waarvan de onderste met het stoomkanaal onder den zuiger … overeenkomt,   V. ROYEN en DE VOOYS, Mechan. Technol. 1¹, 290.
Stoomkap, vroeger voor stoomdom (C. DE JONG, Handwdb. [1869]).
Stoomkist, bij de gasfabricage.
Terwijl bij de volgeneratorovens … gewoonlijk een of twee speciale waterverdampers, ook wel stoomkisten genaamd, worden ingebouwd, waaruit de stoom of dadelijk onder het rooster òf met de primaire lucht samen daarheen wordt gevoerd,   BRENDER À BRANDIS, Scheik. Gasbedr. 56.
Stoomklap, stoomklep. Verouderd.
Als de Stoom uit den Ketel door de Stoombuis ingelaaten wordt, opent de Werkman de 3 beschreven StoomKlappen,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 500 [1788].
Stoomklep, klep waarmede de toevoer van stoom wordt geregeld.
De stokers (van de boot) pasten op hun plicht; Daar schoven zij de stoomklep dicht: Men had den klank der bel vernomen,   V. ZEGGELEN 1, 7 [1838].
Stoomkolen, steenkolen geschikt voor het stoken van stoomketels.
Het is echter gebleken dat met name de eocene kolen, indien enkele wijzigingen in rooster en trek worden aangebracht, ook bij het gebruik van vele moderne ketels zeer goede stoomkolen zijn,   Encyclop. v. N.-I.² 2, 404 b.
Stoomkraan. — 1°. Kraan die stoom afsluit.
De Stoom-kraan met den Sleutel …, terwijl de Sleutel gedraaid wordt, of naar k, om den Stoom uit den Ketel in te nemen, of naar K, om den Stoom af te sluiten,   DESAGULIERS, Natuurk. 3, 109 [1751].
Men (opent) de stoomkraan, waardoor stoom uit den ketel in den cilinder zal vloeijen,   V. D. BOSCH, Stoomwerkt. 49.
2°. Door stoom bewogen hefkraan.
In de laatste jaren heeft men veel kranen gebouwd, waarbij de arbeid door stoom- of waterdruk verricht wordt. Men kan dus onderscheiden: … stoomkranen en hydraulische kranen,   GROTHE, Kennis v. Werkt. 108.
Stoomkracht.
Bij de aanwending van stoomkracht wordt gerekend de droogmaking (van de Haarlemmermeer) in 14 maanden … te kunnen ten uitvoer brengen,   STORM BUYSING, Waterb. 2, 508.
Door verschillende zuivelconsulenten werd … propaganda gemaakt voor het omzetten der kleine handkrachtfabriekjes in fabrieken met stoomkracht,   Versl. Takken v. Dienst Landb. 1915, 56.
Stoomlaag.
Het ontstaan van zulk eene stoomlaag,   VERDAM, Machin. 40.
Stoomleibuis, buis van een stoomleiding.
De hoofd-afsluiters van meerdere ketels, die uitkomen op een gemeenschappelijke stoomleibuis, worden tegenwoordig zoo ingericht, dat enz.,   Beschr. v. Stoomk. en Stoomwerkt. 28.
Alle stoomleibuizen, die geene warmte behoeven af te geven en dus slechts dienen om den stoom zoo heet mogelijk naar eene bepaalde plaats te voeren, behoeven niet zeer wijd te zijn,   VERDAM, Gids v. Machin. 479.
Stoomleiding, stel buizen waardoor stoom geleid wordt.
De stoomleiding voor toe- en afvoer,   VERDAM, Gids v. Machin. 474.
Stoomlek, lek waardoor stoom ontsnapt.
Daarbij moet echter voorondersteld worden, dat de stoomketels … geene gebreken hebben, vooral geene stoomlekken,   V. D. BOSCH, Stoomwerkt. 177.
Stoomlekkage.
Toevallige stoom- en waterlekkaadje,   V. D. BOSCH, Stoomwerkt. 126.
Stoomlier.
Door middel van stoomlieren worden de zware, op het opperdek staande, sloepen in- en uitgezet,   Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 24.
De stoomlier begon te puffen en, eentonig rikketikkend, den reepkabel te trekken,   HASPELS, Brandaris 36.
Stoomlogger.
Een Vlaardingsche stoomlogger zoek,   N. Rott. Cour. v. 2 Nov. 1934, Avondbl. D.
Stoommantel, met stoom gevulde ruimte om een cylinder of ander werktuigdeel, dienende om afkoeling van daarin aanwezige stoom tegen te gaan.
Het aanbrengen van den zoogenaamden stoommantel, die zóódanig is ingericht, dat de cylinder door een tweeden wand omgeven is en in de tusschenruimte stoom van zoo hoog mogelijke temperatuur gevoerd wordt,   VERDAM, Gids v. Machin. 321.
Stoommeter, manometer. In onbruik.
Een Stoommeter of Atmometer,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 521 [1788].
Bij iederen stoomketel … (moet) aanwezig zijn: … een stoommeter, bestaande uit eene opene met kwik gevulde buis, voorzien van eene duidelijk leesbare schaal, welke zoo is geplaatst, dat zij zich onmiddellijk onder het gezigt van den vuurstoker bevindt,   Stbl. v. N.-I. 1852, n°. 20, a. 18.
Stoommolen. Thans ongebruikelijk.
Men onderscheidt de molens vooreerst naar de beweegkracht (ros-, wind-, water-, stoommolens),   GROTHE, Mechan. Technol. 448 [1879].
Stoomontwikkeling.
Daar … door de hevige stoomontwikkeling een optrekken van het ketelwater plaats heeft,   Leidr. Beh. v. Stoomk. 34.
Stoomoven, met behulp van stoom bakkende oven.
Violette's stoom-oven om brood te bakken, bestaat uit twee concentrische cilinders, tusschen welke stoom van hooge drukking circuleert,   BLEEKRODE, Jaarb. 1846—'47, 209.
Ook de soepketels en natte stoomovens behooren tot de interessante door stoom verwarmde apparatuur van de hoofdkeukens,   N. Rott. Cour. v. 10 April 1938, Ochtendbl. F.
Stoompaard. — 1°. Grappig woord voor: locomotief.
Gij spandet voor metalen tenten Het stoompaard, rennend d'aardbol door!   TEN KATE, Handv. Dichtbl. 21.
2°. In de aanhaling: door stoom geproduceerde paardekracht.
Het stoompaard is goedkooper dan het levende, en verrigt bijna tweemaal zooveel werk,   STARING, Huisb. 702 [1862].
Stoompaket, stoomboot voor stukgoederen in geregelden dienst. Verouderd.
Maar nu de Trent, het Britsche stoompakket, Zich door een brik van de Unie ziet verlet, Doorzocht, bedreigd …, nu enz.,   V. LENNEP, Poët. 13, 196 [1861].
Stoompaketboot. Verouderd.
Rotterdam, den 10 Mei. Heden ochtend kwam voor deze Stad aan de eerste Stoom-Paketboot the Defiance,   in Konst- en Letterb. 1816, 1, 307.
Eene stoompaketboot vaart op den Finlandschen golf, tusschen de hoofdsteden van Rusland en Zweden,   Ned. Handelsmag. 1124 a [1843].
Stoompijp. — 1°. Pijp waardoor stoom geleid wordt; vroeger bepaaldelijk de pijp waardoor de stoom uit den ketel werd gevoerd.
(Op den ketel) is een koperen Deksel … geschroefd, het welk bevat de Stoom-pijp, die met den Ketel en de Stoom-buis gemeenschap heeft,   DESAGULIERS, Natuurk. 3, 109 [1751].
De evaporator dient om het zeewater te verdampen … en bestaat meestal uit een plaatijzeren vat van cylindrischen vorm, waarin inwendig een aantal rechte of spiraalvormig gebogen stoompijpen zijn aangebracht,   Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 17.
2°. In minder juiste toepassing op den schoorsteen van een stoomboot, locomotief of fabriek.
Stoomploeg.
De beide hoofdfabriekanten van stoomploegen in Engeland,   STARING, Huisb. 716 [1862].
Stoompomp. — 1°. Door stoom gedreven pomp.
Een afzonderlijk met eene pomp verbonden klein stoomwerktuig, eene zoogenaamde stoompomp,   VERDAM, Gids v. Machin. 189.
2°. Vroeger ook: stoomcylinder.
Welke Zuyger zyne werking doet in de holligheid van een neevenstaande Damp of Stoompomp,   in Resol. Holl. 1789, blz. 1145.
Deeze active Stoom in den Damp of Stoompomp komende, drukt den Stoom-Zuyger … en dwingt dezelve naar beneeden te zakken,   Ald.
Stoompont. — Hierbij weder de samenst. Stoompontveer (”De stoompontveren over het Noordzeekanaal”, Bezoldigingsbesl. Burg. Rijksambt. 1934, blz. 150).
Stoompoort, doorgang voor stoom.
In de spiegelplaat zijn twee of vier openingen … voor de stoomdoortochten of stoompoorten naar den cilinder,   VISSER, Stoomwerkt. 111.
Hierbij weder de samenst. Bovenstoompoort en onderstoompoort (zie die woorden)
benedenstoompoort (V. ROYEN en DE VOOYS, Mechan. Technol. 1¹, 292).
Stoomproef, onderzoek van een werkenden stoomketel.
Wordt de … stoomproef gehouden bij ketels, werkende met kunstmatigen trek, dan is de ambtenaar bevoegd dezen trek tijdens de proef zoodanig te regelen, als hem toelaatbaar voorkomt,   Stoombesl. 1931, a. 17.
Stoomreservoir.
De ketels … van Babcock & Wilcox, in New-York, … bezitten … een groot water-en stoomreservoir,   VERDAM, Gids v. Machin. 176.
Stoomrijtuig, in den aanvang voor: locomotief.
Het stoomrijtuig … (loopt) op eene gladde en harde ijzeren baan,   Ned. Mag. 1839, 366 b.
Locomotieven of stoomrijtuigen,   V. D. BOSCH, Stoomwerkt. 37.
Stoomruimte.
De stoomruimte van een ketel is de inwendige ruimte, welke boven de waterruimte ligt, en die dient tot verzamelplaats van den door de warmte gevormden stoom,   Beschr. v. Stoomk. en Stoomwerkt. 25.
Stoomscheepvaart, minder gewoon voor: stoomvaart.
Dat voortaan enkel kaden aan de rivier aan de behoeften der stoomscheepvaart beantwoorden en dat van het stelsel der dokken voor goed moet worden afgezien,   J. V. RIJSWIJCK Jr. 2, 126.
Stoomschip, stoomboot. Althans in de spreektaal veel minder gewoon; misschien een navolging van hd. dampfschiff.
Een luttel waterdamps, in de enge buis gestegen, Heft daar den stamper op, de raderen bewegen, En 't stoomschip snelt daarheen, door niets in vaart gestuit,   BOXMAN, Ged. 47 [1819].
Stoomschepen zullen elkander bij den nacht gemakkelijk kunnen ontwijken, als zij de lichten hebben branden en hiernaar behoorlijk wordt uitgekeken,   MOSSEL, Manoeuvres 311.
Rijwielen, bestemd voor de Koloniën of het Buitenland, worden franco langs boord stoomschip … geleverd,   Prijscour. Fongers-Rijw. 1911, 24.
Hierbij weder samenst. als Raderstoomschip, schroefstoomschip (zie bij het eerste lid).
Stoomschuif, schuif die den toe- en afvoer van stoom naar den cylinder van een stoommachine regelt.
(In de schuifkast) bevindt zich de bakvormige stoomschuif, die van buiten af door eene stang t kan worden op en neer bewogen, waardoor de kanalen d en e afwisselend met de ruimte van de schuifkast in verbinding komen,   VERDAM, Gids v. Machin. 303.
Hierbij weder samenst. als Stoomschuifbeweging (VERDAM, Gids v. Machin. 307; 448)
Stoomschuifkast (Beschr. v. Stoomk. en Stoomwerkt. 95)
Stoomschuifspiegel (Leidr. Beh. v. Stoomwerkt. 9).
Stoomsleepboot. Weinig meer in gebruik.
Elk stroomafwaarts varend vlot moet met eene stoomsleepboot voor en eene boegseerboot achter door de opening varen,   Ned. Staatscour. v. 7 Nov. 1929.
Stoomsleeper. — 1°. Stoomsleepboot. Weinig meer in gebruik.
Twee malen 's weeks … zal een stoomsleper te Rotterdam gereed liggen, om de Rijnschepen van daar … naar Lobith of andere, tusschen Rotterdam en Lobith gelegene plaatsen op te slepen,   Bijv. Stbl. 1834, blz. 140.
2°. In het Zuiden vroeger: locomotief.
Ik (werd) opmerkzaam gemaakt, dat den trein van 51/2 uur een ongeluk had getroffen … Er is eene ketel gesprongen, andere stoomslepers zijn verbrijzeld en vele wagens hebben vlam gevat,   DE MAN in Archief Zeeuwsch Gen. 1910, XLIV [1842].
Vincent's grootvader, had door zijne nieuwe stoomsleepers en bruggeraamten, op eene tentoonstelling, zooveel eer aan ons land gedaan, dat enz.,   SEGERS, Lief en L. 86 [1903].
Stoomspanning.
De Machinist zal getrouwelijk letten op de stoomspanning en den waterstand in den ketel,   Reglem. a°. 1839, in Holl. IJzeren Spoorw.-Mij. 29 b.
Eene stoomspanning van vijf atmosferen overdruk,   VERDAM, Gids v. Machin. 312.
Stoomspuit, vroeger gewoon in den zin van: stoombrandspuit.
Er (bestaan) in Engeland zulke stoomspuiten …, die per minuut ongeveer 800 Ned. kannen water geven kunnen,   in Alb. d. Nat. 1863, 1, 255 [1863].
Stoomstoken, het stoken van een stoomketel tot er voldoende stoom is gevormd.
In den regel behoort men voor stoomstoken niet minder dan drie uur te nemen. Snel stoomstoken werkt … nadeelig,   Leidr. Beh. v. Stoomk. 11.
Gedurende den tijd van het stoomstoken wordt de geheele locomotief door den stoker onderzocht, alle tappen worden gesmeerd en alle kranen nagezien,   VERDAM, Gids v. Machin. 567.
Stoomstoker, in bedrijven waar naast stoomketels ook ovens enz. gestookt worden.
Stoomstoker bij het gemeentegasbedrijf te Rotterdam,   Staatscour. v. 14 Mei 1918.
Stoomtoestel, stoomketel of dergelijk toestel. Nagenoeg alleen als wettelijke term.
Onder stoomtoestel wordt verstaan elke toestel, waarin stoom voorhanden is, die tegen de wanden eene grootere drukking dan die van den dampkring uitoefent,   Wet v. 28 Mei 1869 (Stbl. 97), a. 31  (zie ook Stoomw. a. 1; 7).
Stoomtram.
Behalve de stoomtram Ede—Wageningen bestaat er in de Geldersche vallei geen tramweg,   Onderz. Landb. 1886, 6, 12 [1890].
Menschen, die, hetzij te voet, hetzij per stoomtram, de reis van Hagenbeek naar Vredewijk hebben gedaan,   SEGERS, Kemp. Kunst. 1 [1912].
Hierbij weder samenst. als Stoomtramdienst (”Toezicht op de stoomtramdiensten”, Stbl. v. N.-I. 1885, n°. 113)
Stoomtramlocomotief, Stoomtramverbinding, Stoomtramwagen, Stoomtramweg (”Een stoomtramweg doorsnijdt de gemeente in de richting van Nijehaske naar Joure”, Onderz. Landb. 1886, 27, 9 [1890]).
Stoomtrawler.
Noû, suste de hofmeester die door den visschershaat tegen stoomtrawlers zijn best praatje niet wilde verliezen,   HASPELS, Brandaris 8.
Stoomtrein, spoortrein; thans bepaaldelijk in onderscheiding van electrische trein of dieseltrein.
Bracht niet de stoomtrein op dit veld Het halve vaderland te zamen?   BEETS 3, 449 [1868].
Ook andere stoomtreinen kregen eenige vertraging,   N. Rott. Cour. v. 6 Juli 1927, Ochtendbl. C.
Stoomtuig, stoommachine; locomotief. In N.-Ndl. niet meer in gebruik.
Tegelijk zullen de hoogovens met een stoomtuig van 30 paardenkracht aan den gang worden gebracht,   FALCK, Ambtsbr. 91 [1823].
De pompwerktuigen in Cornwall en … de groote stoomtuigen aan de Haarlemmermeer,   STORM BUYSING, Waterb. 2, 487.
De steden overdekken zich met wolken rook; de nijverheid vervult de lucht met de zwoegende aseming van het stoomtuig,   CONSC. 5, 380 b [ed. 1869].
Nochtans was hij er afgestegen, — afgesprongen …, alvorens in het station aan te komen, toen het stoomtuig … merkelijk vertraagde,   LOVELING, Sophie 382 [1885].
Stoomturbine.
De directe koppeling van stoomwerktuig en dynamo heeft aanleiding gegeven tot de constructie der stoomturbines,   V. CAPPELLE, Electr. 303 [1908].
Stoomuur, uur dat een ketel stoom opheeft.
In geen geval echter mag, zonder schoonmaken van de waterruimte en de stoomruimte, 240 stoomuren bij ketels, die … met zeewater gevoed worden …, overschreden worden,   Leidr. Beh. v. Stoomk. 43.
Stoomvaartuig, thans alleen in ambtelijke taal.
Op den Teems ziet men tegenwoordig nog slechts twee Stoomvaartuigen,   Konst- en Letterb. 1816, 1, 101.
Lichten voor varende stoomvaartuigen,   Binnenaanvaringsreglem., a. 8.
Stoomvat, vat voor het bewaren van stoom.
Stoomvaten, waarin stoom wordt aangevoerd, moeten … op de stoomruimte of op de stoomaanvoerpijp voorzien zijn van: a. enz.,   Stoombesl. 1931, a. 67.
Stoomveer. — Hierbij weder samenst. als Stoomveerverbinding (”Eene stoomveerverbinding Hellevoetsluis—Middelharnis”, Versl. Raad v. Toez. Spoorwegd. 1898, 19).
Stoomverbruik.
Het stoomverbruik der groote turbines komt met dat van goede cylindermachines overeen,   V. CAPPELLE, Electr. 312 [1908].
Stoomverdeeling.
De geheele inrichting voor de stoomverdeeling, dat is voor het in- en uitlaten van den stoom in het stoomwerktuig, noemt men de stoomschuifbeweging,   VERDAM, Gids v. Machin. 307.
Stoomverhitter, toestel voor het verhoogen van de temperatuur van den stoom (Stoombesl. 1931, a. 59).
Stoomverlies.
Het niet onbelangrijke stoomverlies door uitstraling van warmte en door lekken,   VERDAM, Gids v. Machin. 312  (zie ook 320).
Stoomvermogen, stoomkracht.
Het Engelsche stoomschip ”Savannah” stak in 1817 voor het eerst door middel van stoomvermogen den Atlantischen Oceaan over,   VERDAM, Gids v. Machin. 652.
Ketels, die op eene kleine ruimte een groot stoomvermogen kunnen ontwikkelen,   V. CAPPELLE, Electr. 301 [1908].
Stoomverwarming.
De leidingen, dienende voor stoomverwarming, die dikwijls zoodanig met stoomwerktuigen zijn verbonden, dat men den afgewerkten stoom … in een buizenstelsel door de fabriek voert,   VERDAM, Gids v. Machin. 479.
Stoomvorming.
Zoodra aan het water zooveel warmte is toegevoegd, dat het begint te koken, begint de stoomvorming,   Beschr. v. Stoomk. en Stoomwerkt. 3.
Stoomwagen, locomotief; spoorwagen; spoortrein. Verouderd.
Van al de menigvuldige gewrochten der werktuigkunde heeft geen zoo veel overeenkomst met de bewerktuiging van het levende dier als de stoomwagen,   Ned. Mag. 1839, 366 a.
Dat, wie op een stoomwagen zit, niets van de streek ziet, waar men doorrijdt,   POTGIETER 1, 321 [1839]
 (zie ook V. BEERS 2, 126 [1859]; VISSERING, Herinn. 3, 400) .
Stoomwals, wegwals, gedreven door een daarop geconstrueerde stoommachine (ZWIERS [1920]).
Stoomweg. Verouderd.
Die deelen, welke dienen om den Stoom voorttebrengen, te geleiden, te doen werken en denzelven weder … tot water doen overgaan, welke deelen men anders noemt de Stoom-Wegen,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 488 [1788].
Stoomwerktuig, stoommachine.
Een StoomWerktuig om water optebrengen uit den binnen- en buiten-Boezem te Rotterdam,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 211 [1779].
Niet gewapend met den strijdbijl en oorlogswagen, maar met het stoomwerktuig en de ploegschaar,   QUACK, Stud. 112 [1886].
Hierbij weder samenst. als Scheepsstoomwerktuig (zie Dl. XIV, 717).
Stoomwezen, dienst die het gebruik van stoomkracht ordent en daarop toeziet.
Als Adviseur heeft R. medegewerkt aan de eerste regeling van het Stoomwezen hier te lande,   VERDAM, Gids v. Machin. 653.
De hoofd-ingenieur voor het stoomwezen,   Stbl. v. N.-I. 1852, n°. 20, a. 20.
Stoomwolk.
De ”Imo” (gaat) anker-op. Horrelend en blazend hieuwt het ankerspil den ketting thuis. Witte stoomwolken waaien als vederbossen boven den bak,   VERHOOG, Havens en Z. 117.
Stoomzuiger, zuiger van een stoommachine.
De Beweegkracht van het Werktuig, welks Stoomzuiger, die van vyftig en een' halven duim Middelyn is, een' slag van zeven voeten heeft; en de Waterzuiger van het zelve een' slag van zes voeten,   N. Verh. Bat. Gen. te Rotterd. 1, 180 [1779].
De stoom- en pompzuigers zijn bijna altijd voorzien van eene elastische verpakking, die door veerende ringen van staal, brons of zacht gietijzer … gevormd wordt,   VERDAM, Gids v. Machin. 489.
— Voorts in een onbegrensd aantal niet vaak voorkomende namen van fabrieken, werktuigen, vaartuigen enz., die geenerlei taalkundig belang hebben.

Aanvulling bij STOOM

Samenst. Stoomkast. Zie voor een homoniem onder +STOOMEN, Samenst.
Stoomkast, … (bij een stoommachine) ruimte waarin de stoom uit de ketel wordt gevoerd voordat hij in de cylinder komt,   V. DALE [1950 ].
— De stoom wordt uit den ketel door de stoompijp naar de benedenste stoomkast geleid,   BLEEKRODE, Technol. 1129 [1843].
Stoomlocomotief.
Stoomlocomotief, locomotief met een stoomketel (tgov. electr. locomotief),   V. DALE [1950 ].
Stoomlocomotieven zijn soms ook voorzien van een stoomrem, die werkt door met een bijzondere kraan stoom uit den ketel in een remcylinder toe te laten,   Oosthoek's Encyclop., Suppl. 543 b [1925].
Den 27sten Sept. 1825 werd in Engeland de lijn Stockton-Darlington geopend, de eerste spoorweg, waarop stoomlocomotieven voor vervoer van reizigerstreinen werden gebruikt,   Spoorwegtechn. 3, 111 [1937].
De paar treintjes, die per dag passeerden, spoedden zich zo haastig zij konden dwars door de Peel heen. De stoomlocomotieven lieten ons alleen een vluchtige witte rookpluim na,   KORTOOMS, Zw. Goud 9 [1962].
Stoomrem, wel bij stoomlocomotieven aangetroffen rem die in werking wordt gesteld door stoom uit den ketel in een remcylinder te laten stroomen.
  TEN BOSCH, Viert. techn. Wdb. [1911].
  V. DALE [1950 ].
— De goederentreinen en de reizigerstreinen met geringere snelheid worden door de stoomrem der machine of door uit de hand bewogen schroefremmen tot stilstand gebracht,   Vivat's Encyclop. 9, XV a, achter blz. 7140 [1900-'08].
Stoomlocomotieven zijn soms ook voorzien van een stoomrem, die werkt door met een bijzondere kraan stoom uit den ketel in een remcylinder toe te laten,   Oosthoek's Encyclop., Suppl. 543 b [1922].
Remsysteem (bij de spoorwegen). Onder de remsystemen zijn te onderscheiden: a) het uit de hand bediende remsysteem; b) mechanisch half- of volautomatisch remsysteem, onder te verdeelen in vacuumremsysteem en luchtdrukremsysteem. Stoomremmen komen soms op stoomlocomotieven voor; c) enz.,   Kath. Encyclop. 20, 544 [1937].
Stoomstrijkijzer.
Stoomstrijkijzer, strijkijzer met water erin dat tijdens het strijken verdampt tot stoom die uit openingen in de zoolplaat komt, om het strijkgoed te bevochtigen,   V. DALE [1976].
Stoomtreiler.
Op 31 October is de stoomtreiler Eendracht II IJ.M. 131 in aanvaring geweest met het Deensche stoomschip Bartels en dientengevolge gezonken, uit een dagbl.   [1923].
Door scheerborden in plaats van zulk een boom te gebruiken, kon men op veel grootere diepten en met veel grootere netten visschen en nam dus het vangvermogen der stoomtreilers aanmerkelijk toe,   Haagsch Maandbl. 13, 1, 615 [1930].
Een geheele ommekeer in deze visscherij veroorzaakten de stoomtreilers, welke het mogelijk maakten, met grooter treilnetten te visschen, omdat die schepen meer trekkracht hadden,   METZ 521 a [1937].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1939.