Koppelingen:
Vorig artikel: TONDEEREN Volgend artikel: TONDELDOOS
Etymologie: EWA
GTB Woordenboeken: MNW

TONDEL

Woordsoort: znw.(o.,m.,v.)

Modern lemma: tondel

TUNDEL, TONDER, TUNDER, TUNNER, TONTEL, TUNTEL —, znw. onz., m. en vr., mv. -s (ongewoon). Mnl. tunder (V. D. SCHUEREN, Teuthon. [1477])), tonder (a. w., Polver); mnd., nnd. tunder; nfri. tonder; oeng. tynder?, tyndre, neng. tinder; ohd. zuntil, zunder, zuntra, nhd. zundel, zunder; on. tundr, nno., nde. tønder; mzwe., nzwe. tunder. O.a. verwant met ohd. zunten ”in brand steken” en ablautend got. tandjan.
Na V. D. SCHUEREN, Teuthon. verschijnt het woord pas in de 17de E. en wel in den vorm tonder, die in het simplex tot in de 19de E., althans in de litteraire citaten, overwegend blijft. Daarnaast tondel (voor het eerst bij SEWEL [1691])) en tontel(doos) (voor het eerst bij ASSELIJN, Schoorsteenv. 16 [1692])). De laatste vorm komt, voorzoover het woord nog gebruikt wordt, in het beschaafde spraakgebruik niet meer voor.
De huidige dialectwdb. en -literatuur geven de volgende verbreiding van de verschillende vormen te zien: tondel(-) in Limb. (JONGENEEL; BREULS), Ov.-Geld. (GALLÉE), Veluwe (BOSCH, Heerder Wdb.), Gron. (TER LAAN), Drechterland (KARSTEN); tundel(-) in Ov.-Geld. (GALLÉE); tontel(-) in Limb. (SCHUERM. [1865-1870]; O. Volkst. 3, 149 b; V. D. HEIJDEN, Zittesjen A. B. C.; DORREN), Kampen (GUNNINK), Urk (MEERTENS e.a., Urk), N.-Holl. (BOUMAN; BOEKENOOGEN); tuntel(-) in de Graafschap en de Lijmers (Geld. Volksalm. 28, 97; V. d. Schelde t. d. W. 1, 450; DRAAIJER); tonder in Twente (WANINK); tunder(-) en tunner(-) in Gron. (TER LAAN); tonter(-) in Drente (Dr. Volksalm. 1847, 194).
Het woord is, behalve in enkele bijzondere gevallen, aan het verouderen, doordat de zaak zèlf in onbruik is geraakt. Verg. TINTEL (I).
+1.  Licht ontvlambare stof, bestaande uit niet geheel verkoold linnen of katoen, of het geprepareerde vruchtlichaam van sommige kurkachtige zwammen, zooals de tondelzwam (Polyporus fomentarius); vóór de uitvinding van den lucifer algemeen gebruikt om de bij het vuurslaan ontstane vonk op te vangen.
't Hemd smeult in tonder weg, het vleesch is half gebraden,   OUDAAN, Toneelp. 269 [1655].
Het tondel is vergaan en wil geen vuur meer vatten,   HALMA [1710].
Tondel; hier door verstaat men gebrand en als dan uitgedoofd linnen, 't welk in daar toe expres vervaardigde Doosjes word bewaart; om met behulp van een stuk Staal en Vuursteen daar in geslaagen zijnde, een pijp tabak in brand te kunnen steeken, enz.,   CHOMEL 3659 a [1775].
De Bast en 't buitenste (van de vuurvattende zwam, Boletus igniarius) weggenomen zynde, stampt men of klopt de binnenste zelfstandigheid, in Loog van Asch of Salpeter gekookt zynde, en dan wordt zy … gedroogd en tot Tontel gebruikt,   HOUTTUYN, Nat. Hist. II, 14, 623 [1783].
Hier vong de knecht des huizes de spattende vonken van het staal in het zwamachtig tontel op,   LULOFS, Louise 26 [1811].
Eene houten dooze van den schoorsteen nemende, begon hij den kei op het staal te slaan. Het duurde tamelijk lang, eer het tondel vuur vatte,   CONSC. 4, 61 a [ed. 1869].
Daar stond hij in 't stikdonker vak … Geen vuurslag had hij in den zak, Geen lichtontvlambaar tonder,   BEETS 3, 334 [1866].
Daar ik geen lucifers bij mij had, ging ze zelf naar een boer …, en vroeg brutaal zijn vuurslag en tonder te leen,   DE VEER, Trou-ringh, N.B. 197 [1872].
Vuurzwam … Deze zwam is ongeschikt om er tonder van te maken, maar wordt (waar ze veel voorkomt) als brandstof gebruikt,   COOL en V. D. LEK, Paddest. 2, 211 [1943].
2.  Een zekere hoeveelheid van de stof tondel als voorwerp beschouwd. In de eerste en derde aanh. kan ook de stof bedoeld zijn. Ongewoon. Eig. en fig.
Gelijk de tonder vuur vat uit een enkele vonk, zoo brengt de drift des eenen de strijdige drift des anderen in beweging,   DERMOUT, N. Leerr. 2, 180 [1827].
Uit het kaf der uitgeblaakte tondels Van 't Nu rijst dan een eeuwge mastikvlam,   Braga 1, 2 b [1842].
De schipper zuigt en blaast, de tondel tintelt, en klaagt over m'n spelling enz.,   MULTATULI 9, 267 [1877].
Een tonder, door een vonk in gloed geraakt,   BEETS 5, 2, 31 [1888].
3.  Ook wel: tondeldoos, tondelbus enz. met tondel; wsch. bij verkorting uit deze woorden.
Tondel (busje met gebrand linnen), o.,   KOENEN [1904].
— Behalve de boeren, waren het in zonderheid de houtzagers die niet van hun koperen ”tontel” konden scheiden,   BOORSMA, Molenlev. 102 [1932].
't Ken zoo hard waaie as 't maar wil, deer hé'je niks gien last van as je mit 'n tontel opsteke,   Ald.
4.  Naam voor een zwam, de Polyporus fomentarius.
Polyporus fomentarius (L.) Fries. … Prod. agaricus chirurgorum … bloedzwam …, tonder, tonderzwam, tontel, vuurzwam, zwam,   GERTH V. WIJK, Plantnames 1046 a [1911].
+5.  Vod, prul.
6.  (Barg.) Die tonder is vermuft, dat praatje geloof ik niet.
  O. Volkst. 3, 198 b [1890].
  DE BEER en LAURILLARD [1899].
Afl.Tondelen, tonderen, (doen) ontgloeien. In beeldspraak.
Hy die 't Orgel treet van dit ons Nederland …, om 't zang koraalendom, tot vlam te tond'ren,   V. SWAANENBURG, Arl. Distel. 44 [1725].
Hoe of een wezen is, dat omgekeert van donker, Door 't tond'ren van een blik, verlieft is op het ligt,   107 [1725].
Tondelig, tontelig; verg. tondelzwam.
Boletus Fomentarius. Tontelige zwam. Zwam, die ongesteeld is, gekussend, oneffen, stomp; met ronde egaale Zeegroene Gaatjes,   HOUTTUYN, Nat. Hist. II, 14, 622 [1783].
Samenst. Als tweede lid: Goudtondel, liefdetondel, minnetondel, wrijftondel.
Als eerste lid:
Tondelbus, tontelbos, tondeldoos. In de Zaanstreek.
  BOEKENOOGEN [1897].
— Schrijver weet de plaats nog waar de Bl. Reiger stond, zoo dicht bij genoemden ”Wind”, zoodat men elkander het tondelbusje kon toegooien om de pijp eens aan te steken,   BUIJS, De Windm. a. d. Zaanstr. 83 [1919].
Als de … pijp … gestopt was, dan werd het deksel van de cylindervormige, koperen tondelbos genomen, het vuursteentje boven den rand gehouden, een paar slagen met den vuurslag … en even zoovele vonken-straaltjes deden de uitgegloeide katoen (tondel) opnieuw ontgloeien,   BOORSMA, Molenlev. 102 [1932].
Tondeldoos (zie ald.).
Tondelerts, tontelerts, zekere soort van zilvererts. Verg. hd. zunderz en zundererz.
De eigentlyke Zilver-Molm is van eene donker paarschachtige Kleur … en gelykt meer naar Molm, of naar Tontel, weshalve menze ook Tontel-Erts noemt,   HOUTTUYN, Nat. Hist. III, 5, 281 [1785].
Tondelpapier, tonderpapier; zie de aanh. Blijkbaar als vert. van hd. zunderpapier.
Tonder- of zunderpapier, ook papier-zwam … bestaat uit het fijn-gestampt en in den hollander tot pap gemalen afval van de gewone zwam, welke men met papier-vormen als dunne vellen bord-papier schept en weinig perst …; men bezigt haar meest tot wrijf-tonder, door dunne houtjes of reepjes bord-papier aan 't eene uiteinde met een weinig van deze zunder-pap te voorzien,   KUYPER, Technol. 2, 674 [1861].
Tondelpot, tonderpot (enz.), tondeldoos. In het O. van ons taalgebied. Verg. nd. tunderpot; fri. tonderpôt. 1°. Eig.
Tontelpot voor: tinteldoos, tonderdoos,   SCHUERM. 734 b [Limb., 1865-1870].
Tündelpòt, tondeldoos,   GALLÉE 47 a [Twente, 1895].
Tüntelpòt of Tünteldöze,   DRAAIJER [1896].
  KUIPERS [1901].
Tontlpòt,   GUNNINK [1908].
Tondeldeus of tondelpòt met vuurslag en vuurstain vóór de lusifers het gereedschap om vuur te maken,   TER LAAN 1043 b [1929].
Tunnerpòt,   Ald.
 (Hoogeland).
— De zilveren mondstukjes der pijpen, de tonderpotten en tabaksdoozen (worden) tegen elkander gemonsterd,   V. DUINEN, Ons Dorp 8 [1846].
  115 [1846].
Doar hei je miene deuze: stop manges oue smodse; 'k zal wel vuer ketzen op den tuntelpot, die 'k in den noazak heb,   Geld. Volksalm. 28, 97 [1862].
Jan de Kippige … zoo nuumde 't volk onzen Jan, umdat i, as i de piep anstak, de tuntelpot onder de neus hield, um te zien of i wel brien,   V. d. Schelde t. d. W. 1, 450 [De Lijmers, 1882].
2°. In Gron. (Hoogeland) benaming voor een oude of een rare hoed (TER LAAN). Verg. tondeldoos.
Wat hs doar veur l tunnerpòt op!   a. w. [1929].
Tondelton, tonderton, tontelton, tondeldoos. Verouderd. Verg. tintelton.
Vrienden, … Zmookt, rookt tabak, u leeven lang, En houd voor al het tuigje bon, Doos, vuurzslag, steen en tontel ton,   JONKER, Bruidlofsg. 426 [1697].
De Koopman … Steekt aan zijn tonderton een' frisschen pijp in brand,   BARTELINK, B. Kermis 20 [1774].
Hij ventte … staal en tonderton,   30 [1774].
Tondelzwam, tonderzwam. Men onderscheidt de echte tonderzwam (Polyporus fomentarius, bij RITZEMA BOS: tonder-gaatjeszwam), de platte tonderzwam (P. applanatus) en de onechte tonderzwam (P. igniarius: zie de 3de aanh.; bij COOL en V. D. LEK: vuurzwam). Verg. hd. zunderschwamm.
Eicken-swam; Tondel-swam; in 't latijn Fungus quercinus; Fungus igniarius … Het zijn deeze swammen, waar van men veel gebruik maakt … om daar van tondel te bereiden tot vuurslag,   CHOMEL 608 b [1769].
P. fomentarius L. (Tonder-gaatjeszwam),   RITZEMA BOS, Ziekten en Besch. d. Ooftb. 2, 180 [1905].
P. igniarius L. (Vuurvattende gaatjeszwam; Onechte tonderzwam),   Ald.
De onechte tonderzwam (Fomes igniarius L.) is een zeer algemeen voorkomende parasiet met hoefvormige, houtige, meerjarige vruchtlichamen,   V.D. KLOES, Bouwm. 4, 238 [1925].
De tonderzwam (Fomes fomentarius L.) komt vooral aan beuken voor; het vruchtlichaam is … in drogen toestand zeer brandbaar,   4, 239 [1925].
Polyporus fomentárius, (Fomes, Ungulina, Elfvingia) de echte Tonderzwam, die hoef- tot kussenv. is, meestal bruinachtig grauw, van binnen zwammig-kurkachtig …, is bij ons te lande zeer zeldzaam. Op beuk, eik en andere loofbomen,   COOL en V. D. LEK, Paddest. 2, 209 [1943].
Polýporus applanátus … Platte tonderzwam,   2, 210 [1943].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1950.