Koppelingen:
Vorig artikel: TUREN II Volgend artikel: TURF II
Etymologie: EWA, EWN
GTB Woordenboeken: MNW

TURFI

Woordsoort: znw.(m.,v.)

Modern lemma: turf

TORF —, znw. m. en vr., mv. (alleen als voorwerpsnaam) turven. Onfr. turf, mnl. turf, torf; os. turf, nnd. torf, törf; ofri. nfri. turf; oeng. neng. turf; on. torf (onz.), torfa (vr.), ijsl. torf, no. torv; de. tørv; ozwe. torva, nzwe. tôrf. D.W.B. verwerpt zurf, zurba als authentieke ohd. vormen, veronderstelt daarnaast wegens ohd. zerben, mhd. zirben ”sich drehen”, ags. tearflian “sich rollen” een ww. stam *ter-, tar-, tur- “drehen, walzen”. Een hiervan afgeleid verbaalabstractum *tur met de bet. “draaiing” en vervolgens “het gedraaide, gerolde voorwerp” zou geleid hebben tot de bet. ”gedraaide klomp”, meer in het bijz. ”kluit aarde”. Aannemelijker lijkt, wat het laatste betreft, om te komen tot de in versch. talen aangetroffen oude bet. van ”zode” (lat. cespes: zie hierna onder 1))) de bet. -ontwikkeling van het veronderstelde verbaalabstractum tur- tot ”brok begroeiden grond met in elkaar gestrengelde wortels”. Voor mog. verder verband met idg. *der-, *dbh- ”knoopen, in elkaar draaien” of *dpo- ”afsnijden”, zie etym. wdb. als KLUGE; HELLQUIST, Svensk Etym. Ordb.; Oxford Dict. Engl. Etym.; DE VRIES, Altnord. Etym. Wtb.; id., N.E.W. — Zie voor de verspreiding van de vormen turf en torf kaart 13 in HEEROMA, Holl. Dialektstud. [1935], en overigens de versch. idiotica.
1.  Graspol, graszode, heideplag. In deze bet. vermeld in, m.n. in de verb. mit torve mit twige als vert. van de lat. juridische formule cum cespite et ramo. In aansl. hierbij is door HOFDIJKturf en twijg gebezigd. — Het is niet duidelijk of in een aantal 16de-, 17de- en, aansluitend, 18de-eeuwsche wdb. turf met de geg. verklaring van cespes enz. opgevat moet worden in alg. bet. van ”graszode” of ”heideplag”, of dat bedoeld wordt de onder 2) of zelfs 3) beschreven brandstof; een duidelijk onderscheiden bet. geven daarnaast wdb. als die van PLANT. [1573] en KIL. Ook in het hierna volg. mnl. voorb. kan men niet met zekerheid onderscheid maken tusschen de onderhavige en de volg. bet. (Heyde of gras te mayen, torven of russchen te steken, Oork. v. Helmond 185 [1464])). Sinds lang veroud.
Cespes een torf of russche,   BRECHTANUS, Etymol. B iij v° [1515].
Cœspes, een rosse oft torf,   DASYP. [1546].
Torf, Cespes,   BERCKELAER [1556].
Cœspes, βλος, Een risch, een heytorf, oft torf,   SERVILIUS, Dict. trigl. G 8 r° [1560].
Cœspes … βλος. Motte de terre. Glazon, Blette de terre herbue. Eenen torf, Eenen aerden rusch daer gras op staet, Heytorf,   Dict. Tetragl. 39 a [1562].
Motte glason, eenen rusch oft torue,   MEURIER [1562].
Glason.Torf, Hey-torf, Rusch daer tgras noch op staet,   MELLEMA [1602].
Turf, Cespes,   BINNART [1654].
  MARTENEZ [1713].
— Daar (bij de omheining van den akker) verklaart hy …, dat hy den zoon zijns broeders zijn recht van erfpacht op de gantsche hoeve, huis en hof, turf en twijg enz.   … overdraagt … Nog is des stervenden taak niet afgedaan.
Wel voert men hem … weder in zijn huis te rug, maar daar wordt hem een turf en een twijg in de … hand gegeven, en … reikt hy beide zinnebeelden van bezitting aan den zoon zijns broeders,   HOFDIJK, Voorgesl. 1, 229 [1859].
+2.  Heideplag, brok veengrond van bep. afmetingen, met de begroeiing, gebruikt als brandstof. In deze bet. tot het begin van deze eeuw een levend woord in de Vl. Kempen, overigens ook in W.-Vl. bekend; GOOSSENAERTS noemt mnl. en latere voorb. waarvoor hij dezelfde bet. aanneemt; vgl. ook twee voorb. uit L. DE MAN, Brab. Oork. 1, 108 van resp. [1361] en [1439], waar eveneens deze bet. kan gelden en het gezegde onder 1). Ook sommige 19de-eeuwsche wdb. vermelden deze bet.
Turf … Voorts eene brandbare zode, welke men boven van de heidevelden spit, en verbrandt,   WEIL. [1810].
  BOMHOFF [1857].
Turf,Motte de gazon, de bruyère, motte à brûler (enlevée avec la bêche),   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Er zijn verschillige soorten van törf. De heischadden of heidezoden die men in den heerd brandt, worden ook törf geheeten,   CORN.-VERVL. [1903].
Op turf staat nog mos, op klot niet,   GOOSSENAERTS [1958].
— Wanneer? doemen die torven stack, Doemen die heij meijde, die noch op d'aerde leijt,   Trou m. bl. 6 [1504].
Ende oock de hey oft torúen mach de meyer aentasten,   bij GOOSSENAERTS 769 a [1568–1613].
En als de boer geen beest en was, hij zou geen spek verkoopen; gooit hem me(t) 'nen törf in zijnen nek en laat hem daarmee loopen,   bij CORN.-VERVL. [1903?].
Op onzen ”buurt” hangt, bij winteravond, de koeketel over een groot vuur; van onder goede mastenknuppels; daarop moer en turven daarrond,   SEGERS in D. War. B. 1911, 1, 70.
+3.  Als voorwerpsnaam. Uit daartoe geschikten veengrond na bep. bewerkingen verkregen brok van bep. vorm en grootte, hetzij door baggeren uit laagveen, hetzij, na verwijdering van de bovenlaag, door steken uit hoogveen, vanouds in de eerste plaats bekend als brandstof.
Toruen, tourbes,   V. BERLAIMONT K i v° a [1540].
Cespes bituminosus, vel, gleba fossilis … Saxonicè Torf. B. Turf, oft torf,   JUNIUS, Nomencl. 408 b [1567].
Turf, Glason, ou blette de terre pour brusler, tourbe. Cespes,   PLANT. [1573].
Torf, turf. Cespes fossitius, cespes bituminosus, gleba fossilis, cespes terra altè effosus soleque coactus, ignis fomes,   KIL. [1588].
Turf, Turfe, or burning turfe,   HEXHAM [1648].
Torf, Tourbe,   V. D. ENDE [1654].
Turf, Gespitte Veenkluit. (De gemeene brandt in Hollandt.) Tourbe, morceau de terre bitumineuse dont on se sert communément en Hollande pour faire du feu,   HALMA [1710].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
+4.  (Coll.) De gezamenlijke onder 3) beschreven producten.
5.  (Ov.) Stuk grond waar turf gegraven is of wordt.
De geswaren sullen daerop (t.w. op zeker voorschrift) sien, wanneer den Marcken Richter dat laet weten, over die kercke met die kerken spraecke, soo sal een ijgelijck koomen op sijnen Torff, ende bewijsen, dat sij anders niet gegraven hebben dan voorsz is,   Overijss. Markeregten 3, 15 (hs. 1659) [1497].
Als het Veene alle Jaer door Rentm' ende de seven Broeckswooren naest voorgaende Kerckensprake wordt geschouwet, ende gemeten, Soo is dat Elck bij sijnen Torff hoorde te wesen, ende bewijsen dat se anders niet gegraven en hebben, vermoge enz.,   3, 25 (hs. 1659) [1644].
SliepersAlbert, 'n keerlken wat alle dage naor 'n törf gung,   Neerl. Volksl. 14, 102 [Almelo, 1964].
6.  Turfwinning.
Dat gene Meijerluijden etwes van haere waeren ten Torve ofte to holte sullen enigen uijtheemschen uijt dese Marcke geseten Verpachten ofte enz.,   Overijss. Markeregten 4, 18 (hs. 16de e.) [1576].
Deze arbeiders (die grond pachten) wonen … in de veenderijen en werken in den zomer in de turf, terwijl zij tusschentijds hunnen grond bewerken (Ambt-Hardenberg),   Onderz. Landb. 1886, 12, 6 [1890].
Deze laatste arbeiders (zonder landbouwbedrijf) wonen bijna allen in de veenstreken, werken niet anders dan in de turf en zijn allen vaste arbeiders der veenbazen,   1886, 12, 17  (Ambt-Hardenberg).
+7.  (Stofn.) De substantie van het na versch. bewerkingen uit veen verkregen en onder 3 en 4) genoemde product.
8.  Grondsoort waaruit turf hetzij in de bet. 1 en 2), hetzij in de bet. 3, 4 en 7) verkregen wordt. M.n. met betr. tot laatstgen. bet. onjuist geachte benaming: zie FABER, Ned. Landsch. 204 [1942] (”Het product, dat uit de veensubstantie wordt verkregen, wordt turf genoemd; hiermee wordt dus niet de grondsoort aangeduid. Al spreekt men ook van turfsteken, het gesteente dat, of de grondsoort, die de turf oplevert, heet veen”.)
Torf, oft teurf, seekere aerde die op sommige plaetsen wordt uytgesteeken in vierkante stucken, ende ghedrooght sijnde, wel brandt. Tourbe (enz.   ), Wdb. Ned. e. Fr. T. [1707].
Turf, Turfa. Dit is een porieachtige, gewoonelyk ligte, vezelachtige, zwartachtige, vette, bitumineuse en brandbare zelfstandigheit, die men in zommige Weiden, ter diepte van eenige voeten, vind,   DE BOMARE-PAPILLON [1769].
Turf. Te Beerst, Clercken, Dixmuide, Eessen, OostRoosteke, Wercken, Woumen, Zarren. — Eene brandstof, die zich allengkens in de moerasachtige heiden vormt, met opeenstapeling van Veenmos,   PAQUE, Vl. Volksn. [1896].
Turf. Veen, ontstaan uit wortelen en plantaardige overblijfselen,   PIPERS, Landbouw-wdb. [1911].
— Deze vette swaveldampen (uitmoerassige luchten”) hegten zich aan de oppervlakte van de glad-geschuurde metalen … Als wy nu begrypen, dat onze moeras, niet anders is als een verrotte moer, of turf, krygen wy nog nader ophelderinge van deze zaak. Want dat de turf bevrugt is met ongemeen veel bitumen en swavel, is by elk een genoegzaam bekent,   V. RANOUW, Kab. 8, 2, 160 [1723].
De Turf wordt in laagen in de Aarde gevonden,   BUYS, Wdb. v. K. en W. 10, 354 [1778].
Een … product van de verrotting in water is de turf. In zekere moerassen heeft gedurende de zomer eene vegetatie plaats, die na het vergaan allengskens in water rot en eene laag van koolvormige massa vormt die langzamerhand toeneemt, zoodat zich de moeras met eene soort van losse modder opvult, op welks oppervlakte zich nieuwe vegetatiën vormen, weder vergaan en zoo de turflaag vergrooten,   BERZELIUS-MULDER, Scheik. 203 a [1842].
Haak-schop, waarmede een hoog staand persoon de uitgegravene aarde, of den turf van het dieper liggend veen opvangt van een' lager staand persoon, Drenthe,   Cat. Kab. v. Landb. Leiden, n° 363 [1851].
In vroegere perioden zijn gehele bossen van boomvarens en paardestaartachtigen door water of aarde bedekt en verkoolden langzaam. Zo zijn ontstaan: anthraciet, steenkool en bruinkool, terwijl turf nog voortdurend ontstaat,   V. OSS, Warenk. 207 [1936].
Wat hier met de algemene naam turf wordt aangeduid, is een brandbare massa, die zich van de aardoppervlakte tot op veranderlijke diepte vormt,   WEYNS, Turven in de K. 4 [1960].
9.  In W.- en Z.-O.-Vl. in de vormen turf (DE BO [1873]; TEIRL.), toorf en torf (TEIRL.) voor: harde kluit of bonk aarde. Vgl. turfel onder Afl.
Die omgeploegde akker ligt vol groote turven die met de rolle of met den turfhamer gebroken worden,   DE BO [1873].
Eenen turf uit de straat opnemen en naar iemand werpen,   DE BO [1873].
Vangen gaat, en volgen, snel; terren, dat de turven speiten! Wilt, in 't jagersspel, dapper zijn en durven!   GEZELLE (ed. BAUR) 2, 543 [1897].
Ga gij maar ip de fakken ik zal ik ip de turven gaan,   GEZELLE in Verz. GEZELLE [voor 1899].
Mee nen harten toorf nor iemand werpen,   TEIRL. [1922].
10.  (In vl. dial.) Bij overdr. van de bet. 2) (zie ald., de 2de al.) als voorwerpsn.: koek verkregen uit run als afvalproduct van de leerlooierij, ook als coll. en als stofn.: (gezamenlijke koeken van) bedoeld afvalproduct.
Turf … Een koek gebakken van gedroogden run die uit de huidevetterij komt,   DE BO [1873].
Eene karre turf,   DE BO [1873].
— In de Beauduinstraat (in Tienen) waren enkele looiers die van de bezetter (gedurende den oorlog van 1914—'18) toelating hadden om hun putten te ledigen … Wie daar wat turf kon bemachtigen vermengde hem met een beetje nat gemaakt kolenstof … Sommigen mengden er tevens een beetje leem tussen opdat het langer zou tegenhouden,   MORREN in Ons Heem 14, 190 [1960].
Als men aan oude Tienenaars vraagt of ze weten wat turf is luidt het antwoord ”ja” maar bij nadere ondervraging bedoelen ze heel iets anders, n.l. de run of afvalproduct van de leerlooierij,   14, 191 [1960].
11.  (Overdr.) Plaatselijke ben. voor zekere soorten van brood (of gebak) welke b.v. door krenten zeer donker van kleur geworden zijn.
Turf …, gebakken broodje in den vorm van een turf,   V. DALE [1898].
Over de namen (van het brood) kan ik om de menigte, (niet) … uitweiden. Te Leyden heeft men het ellebrood, in den Haag de turfjes, zwart van korenten enz.,   SCHELTEMA, Mengelw. 4, 2, 201 [1803].
Turfjes noemt men ook zekere broodsoort, zoodanig doormengd met korenten dat zij er zwart van ziet, en welke men bijzonder in den Haag vindt,   aant. v. C. V. MARLE in WEIL. [midden 19de e.].
Turfjes met bessensapsaus … Bak de sneedjes brood, die van de korst ontdaan en gelijk gesneden zijn, in de bruin geworden boter aan beide kanten bruin. Bereid de bessensapsaus op de gewone wijze enz.,   WANNÉE, Kookb. 225 [1910].
Lokale specialiteiten kreeg koningin Juliana in overvloed: aardbeien uit de Bommelerwaard, Dordtse schapekoppen, Emmer turfjes enz.,   N.R.C. 2 Mei 1967.
12.  (Overdr.) In het aangeh. werk gebezigd voor vermoedelijk min of meer blokvormige onderdeelen ter versteviging van een verbinding; vgl. pin.
Aan den onderkant (van den houten cirkel met ijzeren beslag die om het spil ligt) zijn er twee vierkante inkepingen in, en op het Dek, of liever de Vissingstukken, twee verhevenheden, of turven, waarop de inlatingen in den band juist passen,   RIJK, Scheepsb. 197 [1822].
Deze (raas) worden in het algemeen uit een stuk gemaakt, uitgezonderd voor groote Schepen de Onder-Raas; welke uit twee stukken zijn en met een lang plat lasch te zamen verbonden worden, binnen in het lasch zijn dowels of turven tegen het verschuiven,   205 [1822].
13.  (Overdr.; herald.) Liggend blokje.
Turven, liggende blokken,   JUNIUS, Herald. [1904].
— De blokjes … zijn kleine langwerpige vierkanten, die op een hunner smalle zijden staan. Rustende op hunne lange zijde heeten zij liggende blokjes (OudHoll. turven, Fr. billettes couchées, Eng. delves, synoniem met onze oude benaming van turven),   RIETSTAP, Wapenk. 139 [1857].
(Heraldische) blokjes zijn langwerpige vierkanten, op hun smalle zijde staand … Rusten zij op hun lange zijde, dan spreekt men van liggende blokjes of turven,   Kath. Encyclop. 13, 188 [1936].
Het blokje (indien liggend afgebeeld noemt men het een turf) (voorbeeld van een heraldieke bijfiguur),   W. P. Encyclop. 18, 352 a [1954].
14.  In aansl. bij de uitdr. zoo groot als een turf (zie onder 3, e) gewnl. in de verb. kleine turf of als verkl. voor: dreumes.
Een kleine turf, een klein ventje,   V. DALE [1898].
”Pak 'm (een pasgeboren baby) es an, toe nou!” ”Ik durf waarachtig niet, baker. Met een zesvoeter durf ik het aan, maar met zoo'n kleine turf …”,   V. NES-UILKENS, Duikelaartje 100 [1926].
Direct na de lunch gaan we weg. Als deze turf in bed ligt,   CISSY V. MARXVELDT, Puck v. Holten 264 [1931].
”Hij slaat ons”, zegt een heel lang kereltje, wijzend op een turfje van nog geen 90 cm,   Ons Gezin 7, 229 a [1952].
Een heel klein blond turfje in een wit broekje en truitje en met een hemelsblauw met wit gobelin jasje,   N. R. C. 27 Jan. 1968, Wekel. Bijv.
+15.  (Overdr.) Op een turf gelijkende rekenfiguur voor het getal vijf, bestaande uit vier staande streepjes met een vijfde er dwars doorheen. Zie TURVEN en vgl. VAAN (I), 7).
Turf …, groep van vijf streepjes (bij het turven),   V. DALE [1950].
— ”Vanen” van vijf streepjes — vier staande streepjes met één er dwars doorheen (de figuur opleverende die men, met een zeer verre overdracht, bij ons een ”turf” noemt), en die een getal van vijf vertegenwoordigen —, behooren niet … tot een verleden tijdperk,   A. BEETS in Ts. 51, 130 [1932].
De rondentellers (bij een zesdaagschen wielerwedstrijd) zetten alsmaar streepjes, hebben zooveel ‘turven’, dat ze een paar jaar kunnen stoken,   Alg. H. 16 Nov. 1932.
Het lossen begon na de vlagparade … Ernstige bankbeambten en twee smetteloos witte Marva's begonnen te tellen: een, twee, drie, vier turf … En dat honderd keer,   Het Vrije V. 16 Juli 1947.
+16.  (Overdr.) Dik boek, ”pil”.
Het schrijven van wat in optimistische studententaal … een ”boekje” heet, maar meestal tot een ”turf” uitdijt,   Alg. H. 2 Nov. 1929, Bijv.
(Het) boek ware een paar honderd bladzijden korter geworden, hetgeen bij een turf van meer dan duizend bladzijden nauwelijks betreurenswaardig ware geweest,   BLOEM in Gids 1931, 31, 280.
De burger voelt zich bekocht aan zo'n dun boekje. Hij prefereert een solide turf,   BOMHOFF in Wending 10, 654 [1955].
Die turven van romans uit Amerika en Scandinavië zijn geen vrucht van harde arbeid. IJver zou die boeken uitdunnen en gaver maken,   Elseviers Weekbl. 20 Jan. 1962, 19.
17.  Op de volg. plaats fig. gebruikt m. betr. t. een baar goud.
Deze baar goud is de resultante van de dag-arbeid van 12.500 man. Er moeten 5400 ton erts uit een peilloze diepte worden opgeheven en in een moeizaam proces verpulverd en gezuiverd worden voor één zo'n turfje goud. Uit één ton haalt men een boordeknoopje goud,   P. BAKKER in Elseviers Weekbl. 6 Mei 1950.
Afl. Turfaardig, turfachtig. Germanisme (hd. torfartig).
Wanneer er zich op den bodem van eenen ondiepen poel waterplanten neêrzetten, welke later door het uitdroogen of afvloeijen des waters verdroogen en tot eene turfaerdige mengeling overgaen,   Akkerbouw 6 Febr. 1853, 3 c.
Turfachtig. 1°. Van den aard van —, gelijkend op turf in de bet. 4 of 7).
Turfachtig, Turfy,   SEWEL [1691].
  KRAMER-V. MOERBEEK [1768].
— De marken leveren vrij brandstof; deze bestaat in turfachtige zoden, die bij gebrek aan ander werk op de gemeenschappelijke marke gestoken worden,   Dr. Volksalm. 1848, 2.
Men (onderscheidt) den turfachtigen zuren humus, die, evenals bij de veenvorming, bij afsluiting der lucht, b.v. in een' vochtigen bodem ontstaat en een' onvruchtbaren grond kenmerkt en den milden humus …, die een bestanddeel van een' vruchtbaren bodem vormt,   REINDERS, Landb. 1, 231 [1892].
2°. Geheel of gedeeltelijk bestaande uit turf in de bet. 8), geschikt voor het verkrijgen van turf in de bet. 4 of 7).
Dit land is turfachtig, goed om turf van te maken,   V. MOOCK [1846].
— Veen-Mier … Men vind deeze in de Turfagtige of Veenige brokken gronds in Europa,   CHOMEL 2111 [1771].
Alle middelen, die de ondervinding aanprijst tot vruchtbaarmaking van de met verkoolden humus rijk voorziene gronden, zoo als mergel, asch, kalk enz. zijn ook met voordeel in gebruik ter verbetering van turfachtige landen,   Nat. Verh. Holl. Maatsch. Wet. 16, 2, 51 [1828].
Niets dan het gryze loof der dwergwilgen, die hunne twygen by den boord der moerassen lieten nederhangen, als treurden zy over de lyken die de turfachtige modder hield verborgen,   CONSC., Uitv. Duiv. 7 [1868].
Turfel.
1° (3). (W.-Vl.) In den vorm turvel voor: kleine turf (aant. GEZELLE in Verz. GEZELLE [voor 1899])).
2° (9). In de vormen turvel en torvel (W.-Vl.), resp. toorfel (Z.-O.-Vl.) voor: (kleine) kluit aarde. DE BO [1873]. Turvel, den. Kluit eerde, aant. GEZELLE in Verz. GEZELLE [Damme, voor 1899]. 'k Paktege nen toorfel en 'k smeet er mee nor den hond, TEIRL. [1922]. Mee toorfelenkskies geuën, ald.
Turven (zie ald.).
Samenst., samenst. afl. en kopp. Als tweede lid b.v. in: aanmaakturf, aardeturf, baggerturf, bakturf, bergturf, bijlturf, bolsterturf, boschturf, brandturf, brouwersturf, buitenturf, burgerturf, dagveldturf, delfturf, diktenturf, dwarsturf, fabrieksturf, galigaanturf, generatorturf, haalturf, haardbrandturf, heiturf, hoogtenturf, hoogveenturf, huisbrandturf, insectenturf, karturf, kerfturf, klotturf, kopturf, kransturf, kruimelturf, kunstturf, laagtenturf, laagveenturf, landturf, leurturf, loegturf, looierijturf, mengturf, moerturf, mosturf, papierturf, Peelturf, pekturf, persturf, plag(gen)turf, plukturf, potturf, rietturf, ringturf, schabturf, scheerturf, slagturf, slibturf, slindturf, spekturf, splittingturf, sponsturf, steekturf, stinkturf, strandturf, strijkturf, stuifturf, tuinturf, veenturf, veenmosturf, vitrioolturf, voetturf, waterturf, weideturf, wierenturf, windturf, winterturf, wolgrasturf, zandturf, zeggeturf, zijlturf.
Als eerste lid in:
Turfaak, aak bestemd voor het vervoer van turf.
De schipper van de turf-oak die giester zien vracht oan 't veer had gelost,   CREMER 12, 158 [1861].
Het kanaal, dat heel goed is voor platte turfaken,   KORTOOMS, Zw. Goud 9 [1962].
Turfaarde. 1°. Op de volg. plaats in de bet. van turf, 1 of 2).
Torfrden oft rusch: Motte de terre herbue, glazon,   LAMBRECHT, Naembouck [1562].
2° (4 of 7). Voor het maken van turf geschikte aarde, veenaarde.
  V. DALE [1884].
— Aenghemerckt, dat … het nae loopen, periculum in mora soude lyden als de uytghetrocken turf of bagger uyt het verkofte Landt wegh gevoert ware: Soo versoeckt de Suppliant u Edele Mogende Mandament … te nemen ende stellen in arrest ende bewarenderhandt alle de uyt gebaggerde Turfaerde, op 't voorsz verkofte Landt legghende,   V. ALPHEN, Papegay 310 [ed. 1658].
De Veenwateren zyn bepaaldlyk wateren, die de plaats van den uitgebaggerden veenmodder of der turfaarde vervullen,   BERKHEY, N.H. 1, 234 [1769].
Het is bekend, dat de grond, in onderscheidene streken van ons Vaderland, rijk in veen of turfaarde is,   KONING, Verz. Spreekw. 10 [1833].
3°. Aarde bestaande uit of gemengd met turf.
Turfaarde, aarde, deels uit turfmolm bestaande,   KOENEN [1911].
— Eerst moet de turfaarde klein en tot fijne molm of gruis, en volkomen droog gemaakt worden … om de zuurstof te temperen. Dit geschied zijnde, legt men dezelve op een hoop van 3 à 4 voeten hoog, en brengt er den stalmest boven op. Het vocht, uit den stalmest zijpelende, dringt in de turfaarde; matigt hare zuurstof, en deelt aan dezelve den vruchtbare voedingsstoffen van den stalmest mede. De turfaarde kan alzo tot gisting overgaan,   KOPS, Mag. v. Landb. 1, 499 [1804].
In een lange rij bakken … ligt op een bodem van steen een laag gemengde aarde, daarop een laag turf- of humusaarde en daarop een laag rivierzand om de uitwaseming en het maken van wortels te bevorderen (er is sprake van rozencultuur),   Ts. Nijverh. 1890, 1, 143.
Turfaccijns (3 of 4), mnl. torfassijs, belasting bij het verhandelen van turf; vgl. turfexcijs. Thans alleen als hist. term.
Hy heeft omtrent duysent ende vijfhondert marauadysen, op de torfacsyse in Siuilien,   MEURIER, Coll. C 2 r° [1557].
Turff-, steencolen-, oeck holtkoelenaxcijs. Op hondert tonnen torffz enen tstuver …, by den verkoper toe betalen,   in Versl. Vereen. O.-Vad. Recht 5, 340 [Tiel, 1573].
Het algemeene stelsel van belasting in 1806, 't geen de turfaccijns als eene algemeene land-belasting invoerde,   NASSAU, Bedenkingen Wet Turfaccijns 31 [1843].
Hoe vroeger die uitputting (van turf) volbragt zal zijn, des te meer welvaart zal er door de veenen ontstaan. Een groote zegen is ook daarom het afschaffen van den turf-accijns te achten, omdat daarvan … een vermeerderd verbruik … het gevolg zal zijn,   STARING, Voormaals en Thans 75 [1858].
De turfaccijns leverde belangrijke sommen op. Zij is afgeschaft onder het tweede ministerie Thorbecke,   EDELMAN, Tiesing 113 [1943].
Turfafgraverij (4, a).
Ten aanzien van de turf kan vermeld worden, dat verscheidene fabrieken er toe overgingen eigen turfafgraverijen in bedrijf te nemen,   SWARTTOUW, Textielindustrie 335 [1947].
Turfafkapper (3, a), hij die uit een turfpers komende turfstrengen met een mes op lengte kapt tot turven (Beroepeninvent. 3, 10 [1946])).
Turfafschrijver (3, a).
Turfafschrijver — Met een soort hark lijnen over vastgetrapte turfbagger trekken op een afstand ter breedte van een turf en vervolgens dwars ter dikte van een turf,   Beroepeninvent. 3, 11 [1946].
Turfafval, veenmot (zie ald.).
Turfafvoer (4, b).
Dat de Oost-Drentsche venen hun turfafvoer zouden verkrijgen door de Groninger kanalen,   EDELMAN, Tiesing 95 [1943].
Er was toen (t.w. in den tijd dat de trekschuit voer) veel meer scheepvaart in de kanalen dan nu, want de turfafvoer bracht honderden schepen in de vaart,   Neerl. Volksl. 15, 350 [1965].
Turfakker (4), stuk grond waar turf gewonnen kan worden. Alleen nog als hist. term.
  WEIL. [1810].
Turfakker, veengrond,   CALISCH [1864].
Turfakker. Veengrond,   PIPERS, Landbouw-wdb. [1911].
— Bekende den comparant wel ende wettelijcken, uijtter hant verkogt te hebben … aan ende ten behoeve van mons. A. vanden B. Leijwaatbleecker alhier, Een Stuck weij offte hooijlandt leggende jn verscheyde partijtjens mette Turffackkers daar aanbehoorende,   uit een transportacte (Rijksarch. N.-Holl., Be Transporten 1720 April 5).
Turfakkers bij een linnenbleekerij staan slechts eenmaal genoemd,   REGTDOORZEE GREUP-ROLDANUS, Haarl. Bleekerijen 115 [1936].
Turfasch (4).
  WEIL. [1810].
— Dat de gemeyne Brusselsche, Lovensche en diergelyke (asch), al is daer eenig stof en aerde by gekeért …, beter is als gemeyne Antwerpsche, om de meerder torf-asschen, die daer onder zyn gemengd,   DE COSTER bij THIJS, Hist. Verhand. o. d. Staet v. h. Nederland 336 [1774].
Het Stof, dat men Turfmolm noemt, wordt dikwils op de Velden en in de Tuinen gebragt, en strekt voor Kleijige Gronden tot eene goede Mesting, zo wel als de Turf-Assche,   HOUTTUYN, Nat. Hist. III, 2, 689 [1781].
In enkele gevallen kan (ter voorkoming van afkoeling) … een houten bak, met witte turfasch gevuld, voldoen,   BLEEKRODE, Technol. 902 [1843].
Een betere meststof (dan koemest) wordt verkregen, door allerlei afval uit de keuken, hout- en turfasch, fijn gemalen wollen en andere lompen enz.   … op eene mestvaalt bijeen te brengen, OTTOLANDER, Ooftb. 14 [1880].
Moerbranderijen ter verkrijging van zoute turfas, waaruit het Friese zout gezoden werd,   O. K. W. Med. 1963, 235 b.
Turfbaal, baal geperst van turfstroo (DE KOFF, Paardr. 126 [1940])).
Turfbaan.
Betaelt 1 st. 1 placke tot een holten schoeffel, up den torffbaene ghekomen,   Rek. v. Gron. 267 [1536].
Turfbaas. 1° (4 of 8). Zie de aanh.
De turfbaas of veeneigenaar behoort meestal … onder de gezeten klasse; deze kan … niet sluiken dan met conniventie van 's lands ambtenaren, welke de opneming doen,   R.G.P. 6, 557 [1804].
2°. (4, b) Turfkoopman.
Vrijdags (kwam) altijd de turfbaas z'n wekelijkse leverantie in het hok op het binnenplaatsje storten,   THIJSSEN, Leven 24 [1941].
Turfbagger (I) (4 of 7); voor het maken van turf uitgebaggerd laagveen. Vgl. veenbagger.
(Zeker kooper) (heeft) … een merckelijck ghedeelte van 'tverkofte … Veen-lant ontgrondet, gebaggert, ende tot turff ghetrocken, ende den turfbagger of aerde tot Ackers op de Veenlanden opgheleyt,   V. ALPHEN, Papegay 309 [ed. 1658].
  Beroepeninvent. 3, 11 [1946].
Hierbij: turfbaggersbedrijf.
Turfbaggersbedrijf (het) en het bedrijf van vervaardigen van veenbagger met krachtwerktuig,   Besl. v. 16 April 1925 (Stbl. 145), blz. 18.
Turfbagger (II). Zie turfbaggeraar.
Turfbaggeraar (4, a); hiernaast met haplologie: turfbagger.
Turfbaggeraar, der Torfgräber,   Torfstecher, Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
— Het sparen en bewaren Is geen Turfbaggers aert,   Amst. Harlequin 23 [1746].
Turfbaggeren (4, a).
  KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
— Is het Turfbaggeren met den aankleeve van dien, ook onder den Landbouw begreepen?   Verh. Maatsch. Landb. 5, 2, 70 [1788].
Het was meer een gewoonte dan een geldwinning, dit turfbaggeren, en wie voldoende turf voor zichzelf had, dacht zelden aan handel,   VESTDIJK, Iersche Nachten 63 [1942].
Turfbaggerij (4, a), gebied waar men turf baggert.
De Vlotten … Fabrijken …, dienende tot de spoeling … der in dezelve gefabrijceerd wordende Goederen … De Vlotten en Vletten in de Turfbaggerijen tot het verwerken der Bagger,   Verz. W. Kon. v. Holl. 3, 44 [1809].
Turfbaggering (4, a), het turfbaggeren. Ongewoon.
  Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
Turfbaggerman (4, a), hij die in het water staande met een langen schop laagveen lossteekt, zoodat de veenkluiten komen bovendrijven (Beroepeninvent. 3, 10 [1946])).
Turfbak (4).
1°. Meer of minder fraai uitgevoerde bak voor turf naast of in de nabijheid van een stookplaats. Thans nog als hist. term.
Turfbak. Vaisseau à mettre des tourbes qu'on apporte pour brûler dans la cuisine ou dans les chambres où l'on fait du feu,   HALMA [1729].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1898].
— Twee groote turffbacken met decksels ende slooten (uit een inventaris),   in Oud-Holland 47, 221 [1632].
Een Turfbak, hol 3 voeten, en voorzien met een half valklep,   Handw. 5, 9 [1789].
”Kom mee, kind,” zei Tante, gejaagd opeens … Ik sprong over den gelakten turfbak, 't scheelde weinig of ik was gevallen,   TINE V. BERKEN, Roman 282 [1901].
Een haard …, daarnaast een turfbak van koper,   V. NES-UILKENS, Duikelaartje 85 [1926].
Uit de Doopsgezinde kerk twee antieke turfbakken,   Leidsch Dagbl. 8 Maart 1974.
2° (Gron.) Bak onderaan de ”turfpijp” (zie ald.)
Meester stopt de kwaaijong ien törfbak,   MOLEMA (hs.) [1895].
Turfbank (4, a), bank waarin men turven bergt; hoofdzkl. in wdb. aangetroffen.
Turfbank. Un espece de bahu, de coffre, de banc à serrer des tourbes,   MARIN [1701].
  HALMA [1729].
  WEIL. 1810.
— Een turffbanckgen, een roester, een hangijser mit twee potseelen (uit een inventaris),   R.G.P. 141, 41 [1568].
Gerritje trad binnen en ging op den rand van den turfbank zitten,   Sprookjes van Grootvader 49 [1920].
Turfbedding (8).
Een bestendig verblijf van Romeinen in het binnenste des kwartiers van Zutphen zoude men even weinig (als uit de Romeinsche urn) mogen opmaken … uit de enkele roodkoperen spits van eene Romeinsche lans …, mede in eene turfbedding, ontdekt,   Nat. Verh. Holl. Maatsch. Wet. 11, 454 [1822].
Turfbedrijf (4, a).
Is het turfbedrijf thans van weinig betekenis meer, toch kan men bijvoorbeeld in Drente de turfwerkers nog wel in actie zien,   Uitkijk 3 Oct. 1964, 19 a.
Turfbeer (4). Gron. scheldw.; zie verder de aanh.
Törfbere, vrouw of dochter van een turfschipper, die met turf venten en de bij 't vak behorende bruine tint hebben,   TER LAAN [Stad Gron., 1929].
Turfbelasting (4); hetz. als turfaccijns.
  BOMHOFF [1857].
— Gelijk gewoonlijk, wanneer men in zijn eigenlijk vak overvloedig bezigheden vindt, trok de turfbelasting, van de invoering der Wet (van 28 Februari 1806) af, minder zijne aandacht, dan 't geval moest wezen met verveeners van beroep,   NASSAU, Bedenkingen Wet Turfaccijns 1 [1843].
Turfbereiding (4, a).
  Volksvlijt 1855, 543.
Machinale turfbereiding,   a.w. 1865, 118 a.
Hoewel de turfbereiding in hoofdzaak zonder krachtwerktuigen geschiedt, worden in de Drentsche venen, grenzende aan de provincie Groningen, … turfmachines gebruikt,   EVERWIJN, Handel en Nijverh. 18 [1912].
Turfberging (4).
In een der korte zijbeuken (van een Geldersche keuterboerderij) is de Koestal gehandhaafd, maar de andere is als Brandhoek voor hout en turfberging ingericht,   HEKKER en V. D. POEL, Boerderij 45 [1967].
Turfbeurs (4).
Turfbeurs. In verband met de moernijverheid in de hele streek was Roosendaal een hele tijd lang de turfbeurs voor West-Europa,   GOOSSENAERTS 1021 b [1958].
Turfbijl.
1° (4) (Verkl.) Bijltje om turf in stukken te hakken.
  MOLEMA (hs.) [1895].
2° (1, 2 of 4) (Kempen) Zie de aanh.
Turfbijl. Dunne, schuine bijl om — wat met de schup niet goed ging — nog vastzittende turfgrond tot afzonderlijke turven vaneen te werken,   GOOSSENAERTS [1958].
— Onder de graszode van een lage weide vond men ”moer”. Het was een kostbare brandstof voor de haard … Nadat de graszode was verwijderd, diende men de bagger los te kappen met de turfbijl, een werktuig dat veel geleek op onze huidige schietschup, maar die gebruikt werd om te kappen,   Limburg 35, 91 [1956].
Het rusbijl … of turfbijl,   WEYNS, Turven in de K. 6 [1960].
Turfblok (7).
Een soort hark met spijkers, waarmee rechthoekjes worden getrokken in de grote van een turfblokje. Daarna moet met het stikijzer turfje voor turfje worden losgestoken,   Leidsch Dagbl. 22 Sept. 1973.
Turfbodem (8).
Van daar dat (doordat bij luchttoevoer salpeterzuur en bij luchtafsluiting ammonia ontstaat) men den koolaardigen humus bijzonder in … de diepere lagen der turfbodems aantreft, terwijl de harsachtige humus in de bovenste lagen van sommige turfgronden voorkomt,   Nat. Verh. Holl. Maatsch. Wet. 16, 2, 12 [1828].
Turfboer (zie ald.).
Turfbok (4, b), zeker platboomd vaartuig voor het vervoer van turf.
  KUIPERS [1901].
  V. DALE [1950].
— Deze in- en uitvaarten moeten … aan wederzijden door de eigenaren ten spoedigste worden geschikt gemaakt om een geladen turfbok zonder belemmering door te laten,   Bijv. Stbl. 1900, blz. 35.
Turfboor (8); zie de aanh.
Turfboor. Sonde pour découvrir un gisement de tourbe,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Turfboor, grondboor, om de dikte van 't veen te onderzoeken,   KUIPERS [1901].
Turfbot (2) (Kempen), zekere schop dienende om de turfzoden af te steken. Vgl. turfschop.
Turfbot, schup om turf te steken,   SCHUERM. [Antw., 1865-1870].
Törfbot. Bij landb. Soort van turfschop, die nagenoeg den vorm heeft van den visch, die bot heet. Tegenwoordig gebruiken de boeren de törfbot niet meer om heischadden te steken, maar eene schup met omgebogen zijkanten, die zij vapeur noemen,   CORN.-VERVL. [Kempen, 1903].
Turfbot. Platte schup met lange steel om dikke turf die met de greef aan de kanten losgemaakt is, ook van onder los te krijgen,   GOOSSENAERTS [1958].
— Van de turfschup of -bot ken ik twee vormen. De ene is een ijzeren schup met een driehoekig vooreinde en met opstaande driehoekige zijboorden. Deze snijboorden sneden dus de lagen zijwaarts af. Met deze turfbot of vapeur was het niet altijd nodig de turfbijl te gebruiken,   WEYNS, Turven in de K. 6 [Antw. Kempen, 1960].
Turfbrand. 1° (2 of 4). Turf als brandstof.
Turfbrand, der Torfbrand,   Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
— (Zuidelijke huisvrouwen), die … haare Schilderyen en geverwde of gemarmerde Pronkmeubelen, met deernis, door den zwaveligen aanslag van den Turfbrand zien bederven,   BERKHEY, N.H. 2, 597 [1770].
De brand is hier (in Friesland) beter en ook beterkoop, dan in eenige der andere Provincien, by gelyk soort van lieden. De Turfbrand is luchtig, en geeft eene sterke vlam,   Verh. Holl. Maatsch. Weet. 18, 642 [1778].
Een boeiende vaststelling … is, dat die heidegebieden van Nedereuropa, met hun turfbrand, ook eenzelfde huistype hebben voortgebracht,   WEYNS, Turven in de K. 3 [1960].
2°. (4) Brand in een turfgebied.
In eenige veenkoloniën heeft men doelmatige brandreglementen ingevoerd, wier heilzame uitwerking bij turf- en heide-brand gebleken is,   STEMFOORT, Veengr. 76 [1847].
De brandweer van Emmen heeft Zaterdag en Zondag de handen vol gehad aan vier turfbranden, die 1.300.000 persturven in vlammen deden opgaan,   N. R. C. 4 Mei 1953.
Turfbranden (4, c).
  Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
Turfbreed (3), zoo breed als een turf.
S. W. loopt voorzichtig den klot langs, zijnen klot die-t-ie hier heeft gezet om te drogen, een heel rij, drie turven hoog, elken turf los van den ander, zoodat de wind vrij tochten kan door al die turfbreede openingen,   COOLEN, D. Licht 5 [1929].
Turfbrenger (4, b).
  in B. H. G. 64, 82 [± 1670].
Turfbrij (4 of 7).
Eerste modderman. Veen in een turfmengmachine onder toevoeging van water tot turfbrij vermalen enz.,   Beroepeninvent. I, 2, 10 [1958].
Turfbriket (7); vgl. turfcokes en turfkool.
Turfbriquet,   V. DALE [1884].
— Het steken van turf, het vervaardigen van machinale turf, turf briquetten, en alle verdere turfbereidingen en toepassingen,   Ts. Nijverh. 46, 132 [1883].
Turfbriketten … worden vervaardigd van turf … De gewone brandturf wordt daartoe droog in eene fabriek vermalen tot korrels, vervolgens kunstmatig nog verder gedroogd en eindelijk in zware persen tot briketten gevormd,   EVERWIJN, Handel en Nijverh. 21 [1912].
De uitvoer van turf en turfbriketten, is gering,   V. OSS, Warenk. 235 [1936].
Hierbij: turfbrikettenfabriek.
  N. R. C. 13 Juli 1936, Avondbl. D.
Turfbrit (Dl. III, 1399).
Turfbult (4), stapel turf, zoowel in de veenderij voor den verkoop, als een turfhoop voor direct gebruik.
  MOLEMA [1887].
Törfbult = törfhörn (Veenkol.), turfhoop, in de schuur, de turfvoorraad van een huisgezin,   a. w. (hs.) [1895].
Turfbult, stapel turf,   V. DALE [1914].
  TER LAAN [1929].
— Onder een turfbult wordt verstaan een hoop droge turf,   Ned. Staatscour. 26-27 Juni 1942, Bijv. blz. 4 a.
De huisjes stonden … soms vlak tegen de hooge turfbulten,   EDELMAN, Tiesing 96 [1943].
Het turfstrooiselfabriekje …, een houten gebouw met wat hokken en hokjes eromheen en een grote turfbult opzij,   KORTOOMS, Zw. Goud 90 [1962].
Ze (spraken) af, dat D. ongeveer tien uur bij de turfbult in het veen zou zijn, om z'n keus te maken,   VENING, Turf a. boord 47 [1972].
Turfbureau (4).
Turfbureau. Een meubel tot berging van turf en hout in den vorm van een cylinder-schrijfbureau,   BOEKENOOGEN [1897].
Turfcampagne (4, a), periode waarin turf gemaakt wordt.
Bij het vaststellen van het uit te betalen loon, werd de bij 't verladen van de turf opgedronken jenever slechts op een derde van de hele hoeveelheid gerekend, zodat er per jaar wel voor f 12000 bij de turfcampagne werd ”natgemaakt”,   Drenthe 22, 54 [1951].
Zolang er in genoemd gebied (Loenerveensche en Loosdrechtsche polders) nog vrij veel verveenbaar land disponibel was … kwamen er elk jaar ook enige bovenlanders de turfcampagne van April tot eind September meemaken,   STAPELKAMP in Ts. 71, 131 [1953].
Turfcedel (4), bewijs dat men den turfaccijns voldaan heeft. Veroud. , behalve in een gron. uitdr.
  TER LAAN [1929].
— Zullende … eens in 't jaar … werden gereguleert de Turff Cedul, en pro rato van ieder Arme Familie, de Turff werden verdeelt,   Handv. v. Amst. 483 a [1737].
't Bi apmoal törfseeds, bij 't kaartspel, van iem. , die allemaal slechte kaarten heeft,   TER LAAN [1929].
Turfcokes (7), door drooge distillatie uit turf verkregen cokes, soms verwerkt tot briketten; vgl. turfbriket en turfkool.
Turfcokes, brandstof in straatklinkervorm, uit verkoolde turf bereid,   V. DALE [1914].
— Uit de … opgaven (mag) worden afgeleid, dat het soortelijk gewigt van turfkool ten naastenbij overeenkomt … met het soortelijk gewigt van steenkolen-coaks, en dat men … van absoluut droogen turf de helft in gewigt verkrijgt aan turfkool. Hieruit volgt, dat de handelswaarde, d.i. de prijs van turf-coaks, … hooger is dan die van steenkolen-coaks,   Volksvlijt 1865, 116 a.
De steenkolencoaks-, turfcoaks- en houtskoolbranderijen,   Wet v. 2 Juni 1875 (Stbl. 95), a. 2.
Turfkoolbriketten of turfcokes, in retorten of in de open lucht gegloeide turf en de daarvan door persing, na vermenging met kalk of een ander bindmiddel, vervaardigde briketten,   EVERWIJN, Handel en Nijverh. 21 [1912].
Turfcokes wordt veel als grondstof voor de adsorptiekool gebruikt,   WARTENA, Techn. Handb. [1952].
Turfdamp (4 of 7); vgl. turfdomp.
Turfdamp,   WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
— De weinige meubelen (van een gezin in eenwater- en vuurnering”) waren bedekt met een dikke laag vuil en doortrokken van een zwaveligen turfdamp,   V. GROENINGEN in N. Gids 10, 1, 172 [1895].
Turfdarie (4).
Hij trok dien dag van schoft tot schoft … de zware turfdarie uit de schiesloot, die tusschen hun klieverkampen was gegraven,   HERMAN DE MAN, Wass. W. 40 [1927].
Turfdeel (7).
Binnen in de kasten (van de turfpers) … zijn garnituren van paardenhaar … aangebragt, welke inzonderheid dienen om te beletten, dat er turfdeeltjes onder het persen met het wegvloeijende water verloren gaat,   Vriend Landm. 22, 633 [1858].
Turfdeeling (4), turfbedeeling.
Op de generale turfdeling … zal geen Meester meerder turf aan eenig huysgesin mogen deelen, als by resolutie is vastgesteld,   V. MIERIS, Beschr. v. Leyden 207 b [1718].
Turfdelven (4, a).
Het veen zelf, dat uit verscheide Laagen, van byzondere hoedanigheid en Kleur bestaat, geeft onder het delven gelegenheid tot byzondere Soorten van Turf … Dit Turfdelven … heeft hoofdzaakelyk plaats in Vrankryk,   HOUTTUYN, Nat. Hist. III, 2, 684 [1781].
De stichtingsbrief van een vrouwen-convent uit het begin der twaalfde eeuw maakt … van turfdelven reeds gewag,   HOFDIJK, Voorgesl. 4, 209 [1862].
Turfdijk (4); zie de eerste aanh.
Törfdiek, dijkvormige turfhoop, opgezet op 't veld, zodat wind en zon toetreden kunnen,   TER LAAN [1929].
— Voor alle andere veenputten … en tevens, wanneer turfhoopen en -dijken op het zetveld staan, moet in overleg tusschen werkgever en werknemer extra worden betaald,   Ned. Staatscour. 26-27 Juni 1942, Bijv. blz. 2 a.
Turfdijker (4) (Gron.), iemand die de turf in dijken zet. Vgl. turfdijk.
  TER LAAN [1929].
Turfdobbe (Dl. III, 2670).
Turfdomp (3), in de aanh. turvendomp; turfwalm. Vgl. turfdamp.
Turven-domp, en klare vlam, Maeckt verdorde Spieren klam,   V. D. VENNE, Sinne-vonck 31 [1634].
Turfdons (7), dons, watten vervaardigd van turf als weefstof. Alleen aangetroffen in V. DALE [1914].
Turfdorp (4, a of 6).
Dit oude turfdorp — nu een snel groeiende industriekern (Hoogeveen),   Het Vrije V. 4 Aug. 1967.
Turfdraagster (4), vrouw belast met turfdragen. Zie turfdrager. Sinds lang veroud.
Dat die turfdraechsters gheen makelardye oft drinckgelt nemen oft ontfangen sullen van de turff te vercopen, op de verbuerte van hoeren dienst,   R. G. P. 69, 54 [1524].
  W. J. VERWER, Memoriaelb. (ed. TEMMINCK) 166 [1575].
Dat … merckelijcke misbruycken vallen in 't verkoopen van de Turf, die soo by de Vulsters als by de Turf-draagsters verkogt wort,   Handv. v. Amst. 913 a [1587].
Turfdragen (4, b).
Turfdragen, das Torftragen,   Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
— Alle Turfdragers, ende Turf-tonsters, turf-draghende ende turf-tonnende, aen … de Zwadenburgherdamsche-brugghe,   Cost. v. Rijnl. 76 a  (ed. 1620).
Turfdrager (zie ald.).
Turfdrooghuis (4, a).
Een turfdrooghuis is 117 voeten … lang en 56 voeten breed. Over de geheele lengte van den bodem loopen vier rookkanalen, en daartusschen liggen drie spoorwegen … De turf wordt op wagentjes geladen, langs de sporen aangevoerd en dan op een houten roosterwerk uitgelegd,   BLEEKRODE in Volksvlijt 1856, 497.
Turfdroogmaker (4, a).
Turfdroogmaker, iemand die handgestoken natte turven zodanig tot dijken of ringen opstapelt dat zij door de zon kunnen drogen,   Techn. W. P. Encyclop. [1953].
Turfdroogmaker. Voor het drogen van handgestoken turf de volgende werkzaamheden verrichten: Natte turven tot ringen (dijken) zetten; Ringen omzetten: ringen geheel omstapelen, zodat de onderste turven boven komen te liggen; Vuren: gedroogde turven ter bescherming tegen regen in grote langwerpige hopen opstapelen,   I, 2, 10 [1958].
Turfeiker (zie ald.).
Turfever (4), zeker platboomd vaartuig voor turf.
Op de Elbe voeren (in de 19de e.) ook nog andere eversoorten, als: de Vierlanderever met groenten, fruit en bloemen, de melkever met melk en passagiers, de stro-ever …, de turfever (Torfewer) enz.,   Maritieme Encyclop. 2, 249 b [1970].
Turfexcijs (3 of 4), mnl. id. torfexcijs; hetz. als turfaccijns. Veroud.
Men wyl verhuyren in sulcke voirwairden ende by sulcken paymente ende op sulcke dagen, als voirs. is van turff- en houtexsijs,   R. G. P. 14, 247 [± 1506].
Het verlies van de scheepvaart achten sy heur bederf, als oock mede de beroovinghe van den tol, die aldaer (bij Gouda) een groote somme ghelts opbrengt, als oock van Torfexcijs, die voor den trouble wel drie duysent Ducaten konde opbrenghen,   KILIAAN, Guicciard. 216 b [± 1600].
Turf-Excijs (opschrift),   Handv. v. Amst. 209 [1748].
Turfexploitatie (4, 7 of 8).
Met een ongekende durf werden in de Groninger Veenkoloniën … steeds weer nieuwe en zeer uiteenlopende bestaansbronnen aangeboord … Eerst kwam de turfexploitatie, daarna kwamen de agrarische bedrijven onder leiding van de Groninger boeren tot bloei,   HAVEMAN, Ongesch. Arb. 140 [1952].
  V. LOON, Watern. in N.-Brab. 57 [1965].
Turfexport (4, b).
  DIEPEVEEN, Vervening Delfl. en Schiel. 133 [1950].
Turffabricage (4, a).
Er heeft … bij machinale turffabrikaadje eene verdigting plaats, zonder toepassing van kracht veroorzaakt, en derhalve voor minder kosten teweeg wordt (sic) gebragt, dan door gebruik te maken van sterke persing,   Volksvlijt 1865, 117 b. Ts. Nijverh. 33, 64 [1870].
Turffabriek (4, a).
Turffabriek, plaats waar men machinale turf maakt,   V. DALE [1898].
KORTOOMS, Mijn K. eten Turf¹ 18 [1959].
Turffactor (4, b), handelsagent voor turf. Op de volg. plaats aangetroffen.
Zij waren kunstenaars bij de gratie Gods, want vader G. was van zijn vak beëdigd turffactor en moeder schudde eertijds de ton,   V. MAURIK, Toen ik nog jong was 251 [1901].
Turfflanel (7).
Turfflanel, van turfvezels geweven flanel,   V. DALE [1914'24].
Turfformaat (3); vgl. turf, 16).
Dat indigeste boekdeel in turfformaat …, waarin Instituten en Pandecten zijn opgenomen,   F. V. HOGENDORP bij V. HOGENDORP, Gedenkschr. 1, 203 [1866].
Turfformatie (8).
Men stelt de aangroei van turf jaarlijks gemiddeld op 2-5 strepen. Eene turflaag van 20-30 voeten dik, kan men derhalve rekenen op eenen ouderdom van 1000-1500 jaren … De overblijfsels van werktuigen … enz. die men in deze lagen of op haren bodem heeft gevonden, bewijzen nagenoeg op welk tijdstip deze turfformatie heeft aangevangen, en zij geven tevens den grond tot eene berekening van den ouderdom van dezen,   Alb. d. Nat. 1853, 1, 80 [1853].
Turfgaren (7).
Turfgaren, gesponnen turfvezels,   V. DALE [1914].
Turfgas (7), (licht)gas uit turf gestookt (KUIPERS [1901])); met de zaak veroud., behalve tijdens Wereldoorlog II, toen het gas toepassing vond als brandstof voor motoren.
Turfgas, verkregen door droge destillatie van turf, op een wijze geheel overeenkomstig die, welke onder ”Gasbereiding” is beschreven,   Oosthoek's Encyclop. [1923].
— In deze fabriek ging … nutteloos verloren het turfgas, dat elders de brandstof vervangt,   BLEEKRODE in Volksvlijt 1856, 494.
Ook uit turf kan, volkomen op dezelfde wijze als uit hout, een goed lichtgas verkregen worden. Het is slechts zeer weinig in gebruik. Waarschijnlijk zou het turfgas, ook bij ons te lande, met goed gevolg ter verlichting kunnen worden gebruikt,   KRECKE, Chem. Technol. 101 [1881].
De op turfgas omgebouwde Caterpillar-dieseltrekkers zijn in het gebruik minder bedrijfszeker,   Zuiderzeewerken 23, 30 [1942].
Hierbij: turfgasgenerator. (V. DALE [1950]. — Water van een turfgasgenerator, Versl. Landb. 1919, 4, 72. Zuiderzeewerken 22, 3, 27 [1941]))
turfgastechniek (V. DALE [1914'24])).
Turfgat (4).
1°. Zekere ruimte voor het bergen van turf. Op de volg. plaats aangetroffen.
Hy is die Weert int torfgat of, daer die Hoenderen staen,   Gem. Duytsche Spreckw. 52 [1550].
2°. Door turfgraven ontstaan gat.
De turfgaten moeten in hetzelfde jaar, waarin de turf gegraven is, weder gevuld worden gelijk velds en in het voorjaar of den zomer des volgenden jaars worden aangevuld tot 0.28 E. boven het land,   G. DE VRIES, Zeew. 607 [1864].
In de door menschen gegraven turfgaten begon de vegetatie met Kruiskruid (Senecio paluster); daarna komt eendekroos (Lemna), vervolgens veenmos,   MULDER in Ts. Gesch., Land- en Volkenk. 24, 123 [1909].
Turfgebied (2, resp. 4, 7 of 8).
Er is een ”Stichting tot bestudering en bevordering der exploitatiemogelijkheden der turfgebieden”, die in December 1945 een eerste rapport over de classificatie der turfsoorten publiceerde,   Groene Amst. 18 Dec. 1948, 2 e.
In de materiële volkskunde van Europa behoort de Kempen tot de turfgebieden,   WEYNS, Turven in de K. 3 [1960].
Turfgelaag (2?) (L. v. Waas).
Turfgelaag. Plaats waar er turf gevonden en gestoken wordt,   JOOS [1900-1904].
Turfgeld (4, a); zie de eerste aanh. en een voorb. uit 1896 onder veenpet (Dl. XVIII, 1198).
Turfgeld is het bedrag door de vervener per 10 m³ boven water gestoken turf, tezamen met het slikgeld, in een fonds gestort ter waarborging van de onderhoudskosten van de vervening, van de grond- en andere lasten … Turfgeld wordt uitsluitend in de lage verveningen geheven,   Veenman's Agrar. W. P. Encyclop. [1957].
— Het bewijs, dat over vorige jaren door den aanvragenden vervener verschuldigde slik- en turfgelden, wegens de vervening van in den polder gelegen gronden zijn betaald,   Bijv. Stbl. 1900, blz. 45.
Turfgemul (2, resp. 4), verkruimelde resten van turf in de genoemde bet. Vanouds alleen beneden de groote rivieren.
Turfgemul, oft turfmot. Le moulon de tourbes. Fragmenta cespitia,   PLANT. [1573].
Turf-gemul, turf-mol. Moilon (sic) de tourbes,   Wdb. Ned. e. Fr. T. [1707].
Törfgemul, Afval van turf,   CORN.-VERVL. 2089 [1906].
Turfgemul. Hetzelfde als Gemul (”Kleine brokkelingen turf met zand vermengeld, stof, pulver, dat overblijft van een turftas”),   GOOSSENAERTS [1958].
  DE BONT [1958].
— Daer is eenen gloijenden bol geuallen op den soller bouen ons brawhuijs daer den turff lag om een heel Iaer daer mit te browen ende begonst terstont een hoepen turff gemuel op welcken hy neder viel te … branden,   voor V. LOM, Lied. 117 [1646].
Turfgenerator (4 of 7); vgl. turfgas.
Een graanmaaier-zelfbinder, met een turfgeneratortrekker,   Zuiderzeewerken 25, 2, fig. 2 [1944].
Turfgeur (4 of 7).
Zoo vaak ik den turfgeur ruik in dien wonderen blauwen veenrook, zie ik dat eindelooze veen, waar de ”roodhuiden” aan 't branden zijn,   HEUVEL, Boerenlev. 112 [voor 1927].
Turfgraafmachine (4).
De Peel gaat stilaan dood. Het schaarse veen verdwijnt in de grijpklauwen van de turfgraafmachines,   KORTOOMS, Mijn K. eten Turf¹ 215 [1959].
Turfgraven (4, a).
Waerby … ick my sulx bevinde opgeleit te wesen, en nae rechte te behooren, dat ick in 't voorseide ongelijck van turfgraven, op oneigene grondt, egeene oochluickinge doen can,   HOOFT, Br. 1, 45 [1612].
Het (zijn) … voornamelijk de laatste 10 of 15 roeden …, die de eigenlijke voordeelen van het turfgraven moeten opleveren,   STEMFOORT, Veengr. 12 [1847].
Het loon der tijdelijke arbeiders is in den regel iets hooger (dan dat der vaste arbeiders), vooral wanneer dezen in het voorjaar turfgraven en later in Friesland en Groningen deelnemen aan de werkzaamheden in den oogsttijd,   Onderz. Landb. 1886, 15, 16 [1890].
Turfgraven is een seizoenbedrijf,   V. OSS, Warenk. 234 [1936].
De veenput (zou) schoongebleven zijn, indien er niet zoo'n groote hoeveelheid kienhout in lag, die men bij het turfgraven verplaatsen moest,   EDELMAN, Tiesing 97 [1943].
Turfgraver (zie ald.).
Turfgraverij (4).
1°. Gebied waar turf gegraven wordt.
Eene groote hoeveelheid oude turf is overgebleven, en 'er was gebrek aan gereed geld, zoo dat de aanzienlijkste turfgraverijen en vele baggelarijen werkeloos lagen,   KOPS, Mag. v. Landb. 5, 111 [1810].
Als een arbeider in de Veenkoloniën in staat is, om in het voorjaar eenige weken naar de turfgraverijen te gaan en des najaars … eenige weken aardappelen rooit, en als hij enz.,   Boeren-Goudmijn 9, 369 [1863].
Aan de kanten hadt je turfgraverijen (in de Haarlemmermeer),   Alg. H. 16 Oct. 1915, Avondbl.
2°. Het (bedrijf van) turfgraven.
Turfgraverij, die Torfgräberei, das Torfgraben,   Torfstechen, Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
— Met de turfgraverij is het dit voorjaar (1856) voorspoedig gegaan,   Boeren-Goudmijn 2, 349 [1856].
Een vroegeren toestand der gemeente, toen de turfgraverij, het baggeren en de bewerking … van drooge turf en bagger veel arbeidskracht eischten,   Onderz. Landb. 1886, 15, 15 [1890].
De beschrijving der kanaal- en turfgraverij,   EDELMAN, Tiesing 97 [1943].
Turfgraving (4); hetz. als turfgraverij, 1°. Veroud.
Dat zy (de inwoners van Overijsel, Drente, Wedde en Westwoldingerland) aldaar zullen mogen Turf steeken, … zonder daar toe Canaalen … te graaven, of … reguliere Turfgraavingen aan te leggen, en vaste Weegen te maaken,   Gr. Placaetb. 9, 623 b [1775].
Turfgreep (4); zie de aanh.
In Twente verschilt greepe en vorke: de eerste heeft drie en de andere twee tanden, Men heeft vier soorten: mestgrepen, turfgreepen, spaangreepen en held-greepen,   aant. v. H. SCHOLTEN in Dumbar-hs. 23 [1779].
Turfgrond. 1° (2 of 4). Grond waar turf gestoken of gegraven wordt, resp. kan worden.
Turfgrond …; gisement de tourbe, tourbière,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
  GOOSSENAERTS [1958].
— Van Turf- of Veengronden, Landerijen, met Pot- of Steenaarde, of eenige andere Specie bezet, zal alleen betaald worden naar de Huur, welke voor het gebruik der oppervlakte wordt betaald,   Verz. W. Kon. v. Holl. 3, 165 [1807].
Zoo werd deze Aarde … Scheikundig onderzocht, en bleek het, dat dezelve ook in andere Oorden van het Departement in de Turfgronden aanwezig is,   KOPS, Mag. v. Landb. 5, 353 [1810].
In de gemeent(e)hei ligt niet veel goeien turfgrond,   bij GOOSSENAERTS 770 b [1907].
2°. Grond die bestaat uit turf in de bet. 8), resp. die stof bevat; veengrond, -land.
Turfgrond. Terrain, sol tourbeux,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Turfgrond, veenland,   V. DALE [1872].
— In de turf- en moerasgronden is het ijzer-oxijde met koolstof en zwavelzuur verbonden, het verhindert er de verrotting en maakt den grond onvruchtbaar,   Nat. Verh. Holl. Maatsch. Wet. 15, 202 [1830].
Wy denken … dat deze mengeling (”Ulmuszurekalk”) zeer goede uitwerksels kan hebben op zure turfgronden zoo als die in West-Vlaenderen … bestaen,   Akkerbouw 17 Juni 1849, blz. 3 b.
Turfgruis (2, resp. 4); hetz. als turfmolm. Sinds MARIN [1701] in een aantal wdb., van de alg. het laatst in KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Turfmollem, turfgruis. Des mottes de tourbes, des ordures de tourbes, ce qui se détache des tourbes,   MARIN [1701].
Turfgruis. zie Turfmolm,   HALMA [1729].
  KRAMER-V. MOERBEEK [1768].
  DES ROCHES [1769].
  WEIDENBACH [1808].
Turfgruis. Z. Turfmul,   JOOS [1900-1904].
Turfhaard (4), voor het branden van turf geschikte haard.
  Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
— Een geslepen ijzeren Hout- en Turfhaard,   Cat. Nijverh.-voorw. 199 [1832].
In den tijd der turfhaarden,   PEETERS, Eigen Aard 405 [1946].
Turfhamer (W.-Vl.) (9).
Turfhamer. Bij landb. Een steel met een dwarshout op 't einde, waarmede men de aardkluiten in den akker aan stukken slaat en brijzelt,   DE BO [1873].
Turfhandel (4).
  Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
— In de middel Friesche oorden bestond er op het midden dezer dertiende eeuw een turfhandel, en wel tusschen den Abt des kloosters Aduard en de inwoners van Zuidlaren,   HOFDIJK, Voorgesl. 4, 210 [1862].
  PRIMS, Antw. Turfdragersambacht 109 [1923].
Voor den turfhandel vestigden zich makelaars in de venen, die zich op de hoogte stelden, waar voor het doel geschikte brandstof verkrijgbaar was en tegen welken prijs,   EDELMAN, Tiesing 99 [1943].
Turfhandelaar (4).
  V. DALE [1950].
— Ingekomen de Requeste van J. en H. van B. … en D. B., alle Turfhandelaars …, daarbij verzoekende, dat het 3e Artikel van de Ordonnantie op den Impost op den Turf in zoo verre mogt worden gealtereerd, dat enz.,   Staatsbesl. Bat. Rep. 14 Apr. 1806, n° 20. J.
Zuidland, schipper en turfhandelaar,   Ned. Staatscour. 3/4 Dec. 1926, 10 b.
Turfheide (2, resp. 4).
Turfhei. 1. Meer laag gelegen moer(as)grond geschikt om er ”dikken turf” te steken. 2. Hoge hei, waaruit naast vlaggen en bunt ook schabturf te halen is,   GOOSSENAERTS [1958].
— 't Landt van Utrecht tusschen Amersfort, ende Rhenen, in het jaer 1567, daer door het quaedt bedrijf van eenen Herder, het vyer gheraeckte in een seer groote torf-heyde, soo dattet in een korte wyle tijdts dapperlijck voortganck ende schade dede,   KILIAAN, Guicciard.161 b [± 1600].
Turfhever (4), tusschenpersoon bij het lossen en overstorten van turf uit de schepen. Oudtijds te Amsterdam.
Dat den zelve Turf-Hever of Hevers in voegen als boven uytgegeeven zijnde, zy aanstonts op ordre van den Turf-Schipper … gehouden zullen wesen een Ton van de Turf-markt te haalen, en die brengen by 't Schip dat op zyn losplaats leyt, om met de Turf-dragers, Vulsters en Raapsters, aanstonts het werk van 't lossen te kunnen beginnen,   Handv. v. Amst. 1456 b [1688].
Den Turf-hever … (zal) de Ton … in de Manden helpen overstorten, en dezelve Manden, … gevult zijnde, op der Turf-dragers schouders helpen opheven,   1457 a [1688].
Dat de Turfheevers geen ton Turf zullen mogen overstorten, als die zy ten vollen overtuigd zyn, dat overeenkomstig met de ordre, en hunne gedaanen Eed, gevuld is,   a.w., 2de Verv. 213 b [1763].
(De flegmatici) zouden ook voorzigtige en zuinige turfdragers en turfhevers zijn, ware deze complexie, wanneer ze in de gelegenheid komt, niet te zeer tot den drank genegen,   FOKKE, Verz. W. 2, 121 [1800].
Turfdragers. Turfhevers. Turfraapsters. Turfrijders. Turftonsters,   Wet v. 9 Maart 1815 (Stbl. 22), blz. 51.
Turfhoek, turfhok (zie die woorden).
Turfhol (4), bak voor brandstof, m.n. turf (WEIJNEN en V. BAKEL 54). Opgegeven voor Boekel.
Turfhond (4 of 8); in de palæontologie ben. voor zeker ras van getemde honden; vgl. turfkees.
Als getemde metgezel van den mensch komt het (het dier, t.w. de hond) … wel voor in de jongere afdeelingen van den steentijd, n.l. in de Deensche Kjökkenmöddinger, in de Zwitsersche en ZuidDuitsche paalwoningen en in de Terramaren van Opper-Italië. Het ras, waarvan op deze plaatsen overblijfselen gevonden zijn, wordt Turfhond (canis familiaris palustris) genoemd, en gelijkt … het meest op den Patrijshond,   BREHM-HUIZINGA 1, 182 a [1910].
  Chr. Encyclop. 2, 620 b [1926].
Hij (de Bronshond) trad voor het eerst op in het Bronzen Tijdperk … naast de kleinere afstammelingen van de Turfhond,   V. RHEENEN, Prisma Hondenboek 12 [1958].
Turfhoog (3, bep. e), zoo hoog als een turf; in een reclametekst gebruikt als znw. ter aanduiding van een kleuter. Vgl. turf, 14).
Als ik een hand aan de klink van het hek leg, sta ik een oogenblik op mijn turfhooge beenen van verrukking te trillen,   V. D. LEEUW, Rud. 106 [1930].
Turfhoog's meening over Verkade's beschuit? Onder woorden kan hij ze niet brengen,   uit een advert. [1936].
Turfhoop (3 of 4), stapel turf of turven.
Mijn coomste verwittighen zy (t.w. de onrechtmatige turfdelvers) terstont d'een den anderen, of als zy volck in 't ooch en suspicie crijghen, treden sy van U E. veenen in de haere …, en verduisteren haer achter de turfhoopen,   HOOFT, Br. 1, 128 [1617].
(Eenige kapiteins) hadden hun met sommighe Soldaten te wijdt onder den Vyandt begheven, ende waeren met schuytkens achter een deel turfhoopen ghecomen,   ORLERS, Beschr. v. Leyden 511 [1641].
  STEMFOORT, Veengr. 33 [1847].
Menig koffievuurtje tusschen de turfhoopen doofde … vanzelf, als de wind er maar niet bij kon,   EDELMAN, Tiesing 108 [1943].
Turfhoorn (4) (Gron.), plaats in huis of in de schuur voor de turf, turfhoek.
  MOLEMA (hs.) [1895].
  TER LAAN [1929].
Turfhoudend (7 of 8).
Vele rhododendrons en azalea's groeien het best in turfhoudende, zuurreagerende grond,   Veenman's Agrar. W. P. Encyclop. 3, 329 a [1957].
Turfhuis (zie ald.).
Turfhumus (7); zie de aanh., ook voor de samenst. turfhumuskool.
By een later onderzoek (naar de samenstelling van turf) maakte Soubeiran slechts een onderscheid tusschen turfhumuskool en turfhumus; de eerste is de in ammoniak onoplosbare zwartbruine zelfstandigheid, welke zich ook in de bouwaarde, het verrotte hout, enz. bevindt; de laatste de daarin oplosbare,   V. TRICHT, Wdb. d. Scheik. 8114 [1868].
Turfhut (1?).
De winters brengen zij (de Finsche Lappen) nog steeds door in tenten van rendierhuid, in turfhutten of in holen gehouwen uit bergwanden,   J. CREMER in Avenue Oct. 1971, 26 b.
Turfijker (zie TURFEIKER).
Turfimpost (3 of 4); hetz. als turfaccijns.
Vermindering der turfimpost,   R. G. P. 99, 553 [1819].
Het bedrag, dat een garenbleeker voor dien aan turfimpost per jaar betaald had,   REGTDOORZEE GREUP-ROLDANUS, Haarl. Bleekerijen 127 [1936].
V. d. S. was pachter van de turfimpost, een uitzuiger,   Zaende 1, 69 [1946].
Turfindustrie (4).
De Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid, overwegende den wederkeerig gunstigen invloed, die de uitbreiding der steenfabrikatie en de verbetering der turf-industrie op elkander moeten uitoefenen …, looft uit enz.,   Ts. Nijverh. 33, 1, 64 [1870].
Naast de eeuwenoude turf-industrie is sedert de laatste 30 jaren hier te lande eene nieuwe industrie ontstaan, die van het turfstrooisel,   EVERWIJN, Handel en Nijverh. 18 [1912].
De tweede reden, waarom de turf-industrie zich geraakt voelt, is dat met de overheidsmaatregelen een stuk werkgelegenheid wordt bedreigd,   Volkskrant 27 Febr. 1974.
Turfkaart (4); in den verkl.: kaartje voor het verkrijgen van gratis turf. Met de zaak veroud., tenzij als hist. term.
Ik verheug mij, dat ik mag zeggen, dat er een geest van liefdadigheid onder de kinderen in deze stad heerscht. Hier zijn er, die een soeplijst koopen …: daar brengen eenige knapen de boeten van hun gezelschapje bij een, en koopen er turfkaartjes voor,   Moeders Schoot 15, 21 [1851].
  MULTATULI 3, 312 [1862].
Zij had op het hooge bordes … een rij van schamel gekleede vrouwen zien staan en … van eene van deze vernomen, dat zij allen bij mevrouw V. B. moesten wezen, dat ze hier geregeld eens in de week kwamen om turfkaartjes, gortkaartjes en nu en dan een paar gulden in geld te ontvangen,   E. Haard 1875, 18 a.
Turfkachel (4), kachel waarin men turf stookt. Nog als hist. term.
  BOMHOFF [1857].
— Vader L. had een methode ontdekt om een turfkachel ook 's nachts brandende te houden,   KORTOOMS, Mijn K. eten Turf¹ 11 [1959].
In het schoolgebouw hingen ze hun jasje te drogen bij de grote turfkachel (het betreft 1903),   VENING, Turf a. boord 33 [1972].
Turfkar (2 of 4), kar beladen met turf of die dient voor het vervoeren van turf. Volgens GOOSSENAERTS ook wel: de lading van zoo'n kar.
  Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
Turfkar. Met turf geladen (aard)kar,   GOOSSENAERTS [1958].
Turfof stortkar. Oost-Vriesland,   Cat. Kab. v. Landb. Leiden n°. 365 [1851].
Turfkarton (7), uit turf vervaardigd karton.
  V. DALE [1914].
Peat paper is made from peat …; it is said to be better than ordinary wrapping … Du. Turfpapier of carton,   LABARRE 189 a [1952].
Turfkast (4), kast gebezigd of bestemd voor het opslaan van turf.
Soms vlogen de duiven niet uit, maar bleven heen en weer trippen op het zinken plat boven de turfkast,   THIJSSEN, Leven 110 [1941].
Het losslaan van het lood eiste (als de illegale drukker een Duitschen inval verwachtte) twee minuten en het wegwerpen er van in een turfkast vlak bij de machine niet veel meer,   Onderdr. en Verzet 3, 664 [1952].
Turfkees (4 of 8); in de palæontologie ben. voor zeker hondenras; vgl. turfhond.
Als oudste van deze zes rassengroepen (van praehistorische honden) beschouwt men die van de Turfkees of Paalwoninghond, canis familiaris palustris Rütimeyer, waarvan alle keesachtigen, schnauzers, pinschers en terriërs zouden afstammen,   V. RHEENEN, Hondenboek 11 [1958].
Turfkelder (4), kelder bestemd of gebezigd voor het opslaan van turf. Thans als hist. term.
Turfkelder. Cave à mettre des tourbes,   HALMA [1729].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
— Requeste om zeker plaetsje beneffens des Hoffs turffkelder, wesende eenen vuylen stinckhouck, daer asche ende ander vulicheyt geworpen werdt,   in KOSSMANN, Boekverk. 105 [1608].
Jullie Aroon is getrouwd met 'n meid uit een turfkelder …! Haar ouwers stonden vroeger op de markt met oud ijzer!   QUERIDO, A. Laguna 5 [1917].
De jongens kregen soortgelijke belooningen (een cent) voor schoenenpoetsen, houthakken of het in orde houden van den turfkelder,   AL. JACOBS, Herinn. 10 [1924].
Turfkerk (4); zie de aanh.
Dat zij … voor hunne winter-turfbedeeling, over de zoogenaamde turfkerk, een gedeelte van het voormalige St. Catharine-klooster, hadden te beschikken,   DE LANGE V. WIJNG.-SCHELTEMA, Gouda 3, 150 [1879].
Turfkist (4), kist bestemd of gebezigd voor den dagelijkschen voorraad turf. Thans nog als hist. term.
Turfkist. see Turfbank,   SEWEL [1727].
  WEIL., Handwdb. [1812].
  V. DALE [1914].
— Mejuffer, hou tog op met drooge turven te eeten; Want raakte een vonkje vuur van liefde in 't ingewand, En vloog uw turfkist ('k meen uw lyf) daardoor in brand, Wie zoude een brandspuit, om die vlam te blussen, weeten,   LANGENDIJK 1, 345 [±1720].
1 Haard-ijser, tang, geslagen ijzeren plaat, asbezem en houten turfkist,   in Rott. Jaarb. 1917, 101 [1752].
  TINE V. BERKEN, Roman 52 [1901].
Moeilijk bukkend trok hij …, zich zwaar steunend op de turfkist, zijn laarzen uit … Meteen mikte hij nog een turf in het doovend vuur,   NAEFF, Oogst 16 [1908].
Die steenen vloeren (van de turfzolders) dienden als veiligheidsmaatregel tegen brand. Veelal waren die zolders door een turfkoker in verbinding met de groote turfkist in de keuken,   Leidsch Jaarb. 35, 149 [1943].
Antiek haardstel aangeboden. Alsmede blaasbalg, blokkenbak, haardscherm, turfkistje,   uit een advert. [1973].
Turfklant (4), resp. turfjesklant (3).
Wanneer de oude heer V. B. geen turfklant … van baas J. (een turfhandelaar) geweest ware, dan zou W. (de knecht van baas J.) … evenmin als het overgrootste deel der stedelingen geweten hebben, waar die heer woonde,   CREMER 3, 74 [1857].
Het werd … de menschen te lastig (elken avond) met het turfje (voor den nachtwacht) te komen aandragen en daarom gaf men maar liever met kermis en met Nieuwjaar een fooi. Zij die geen turfjesklanten, doch Nieuwjaarsklanten waren, werden behoorlijk gewaarmerkt door een met krijt aangekruist teeken op hun deur,   BATELT, Duister Amst. 47 [1911].
Turfklauw (4), zeker, op een hark gelijkend gereedschap, waarmee men het op het land uitgespreide veen in gelijke deelen verdeelt.
Klaauwen. Met een turfklaauw, waaraan ijzeren pennen bevestigd zijn, het op 't land uitgespreid veen in gelijke deelen verdeelen, aant.   [midden 19de e.].
Turfkleurig (4 of 7).
De tegenstelling van 't heldere der kalkwitte muren met de somberheid van den turfkleurigen grond (in Vlaanderen),   STIJN STREUVELS in Vlaanderen door de Eeuwen heen 1, 21 [1912].
Turfklomp (2 of 4).
Daar, op dezelfde plaats, stond de tafel …, de rooden vloer (scheen) nog met dezelfde figuren in het wit zand, gebessemd te zijn, en 't was alsof hetzelfde vuurke om den turfklomp gloeide (er is sprake van een man die na jaren in zijn ouderlijk huis terugkomt),   SNIEDERS 10, 143 (ed. 1924) [1877].
Turfkluit (4).
1°. Tot turf verwerkte klomp veen.
  WEIL. [1810].
Turfkluit. Motte de tourbe,   OLINGER [1822].
  V. DALE [18721924].
— Dat 'er zedert ook aan de Turfkluiten, door eene geschikter bereiding, een geregelder vorm gegeeven wierd,   BERKHEY, N.H. 2, 551 [1770].
Veenbonk, groote turfkluit,   CALISCH 1420 [1864].
2°. In Gron. scheldn. voor de bewoners van de Veenkoloniën, resp. ”een dikke meid uit het veen” (TER LAAN).
3° (10). Zie de aanh.
De wetten op de bevuiling der waterlopen werden van langsom scherper en de târf mocht niet meer in de Geet gestort worden. Enkele leerlooierswerklieden mochten van hun baas deze afval weghalen … 't Huis werd deze turf dan in bakjes geperst ter grootte van een baksteen. Het geperste blokje werd … op stapeltjes gezet …, om te laten drogen. Men noemde ze dan târfklââten (turfkluiten),   MORREN in Ons Heem 14, 190 [1960].
Turfkoe (4 of 8), in de palæontologie ben. voor zekere soort van getemd rund.
Men heeft … tegen de afstamming (van het hedendaagsche rund) van de oerkoe aangevoerd, dat gelijktijdig met den oeros, reeds een zeer klein getemd rund, de turfkoe, gehouden werd,   KROON, Koe 4 [1912].
Turfkoek (7).
Zoodra deze reeks van turfkoeken (ontstaan door het samenpersen van turf) is verwijderd, wordt een op nieuw aangebragt blad met nieuwe turfmassa in de kast (van de turfpers) geschoven, terwijl in de bovenste kast de daar aanwezige turfmassa te zamen wordt geperst,   Vriend Landm. 22, 632 [1858].
Turfkoker (4), koker of goot waardoorheen de turf van de opslagplaats naar een lager gelegen voorraadruimte wordt gestort. Thans als hist. term.
Turfkooker. Canal de bois pour conduire les tourbes du grenier dans la cuisine,   HALMA [1729].
  WEIL. [1810].
Turfkoker. Large tuyau ou conduit en planches par lequel on jette les tourbes du grenier en bas,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
  V. DALE [1872].
— Voor de Bakkery (van zekerHuiszitten-Aalmoesseniers-Huis”), is eene ruime Timmer- en Berg-Loots: en daarby een Turfhok, waarin een steenen Turfkoker gemetseld is,   WAGEN., Amst. 2, 267 b [1765].
Die steenen vloeren (van de turfzolders) dienden als veiligheidsmaatregel tegen brand. Veelal waren die zolders door een turfkoker in verbinding met de groote turfkist in de keuken,   Leidsch Jaarb. 35, 149 [1943].
Turfkool (zie ald.).
Turfkooper (4); hiernaast soms (in enkele wdb.). turfkoopster.
  WEIL. [1810].
Turfkooper …, handelaar in turf,   CALISCH [1864].
— In 1354 slaagde de stad (Arnhem) erin, het met enige turfkopers eens te worden over levering van voldoende brandstof voor het hele seizoen, althans voor de steenoven,   HOLLESTELLE, Steenbakk. 183 [1961].
Turfkorf (4).
1°. Een mand met of voor turf als zekere maateenheid. Veroud.
Törfkörf; een korf van 3 of 4 op een' zak = 1 Hectol.,   MOLEMA 571 a [1887].
— Item noch R. betalt voor 1/2 stighe bessems ende voer en torreffcorreff 3 st. myn 1 placke,   Rek. v. Gron. 80 [1526].
1 Torffkorff voer 2 vleemschen,   179 [1536].
2°. Een mand of korf voor het vervoeren van turf.
Törfkörf …; ook in 't algemeen een korf om er turf mee te verplaatsen,   MOLEMA (hs.) [1895].
  TER LAAN [1929].
— Lijst der goederen, gebracht geweest op de algemeene openbare tentoonstelling der voortbrengselen van de volksvlijt, April 1808 … 38 Jacob Carst. Stroo Turf-, Hout- en Beijenkorven,   Volksvlijt 1861, 211.
Turfkot (2 of 4) (Kempen), turfhok, turfkeet of turfschuur.
Törfkot. Bij landb. Hok waar men turf in bewaart,   CORN.-VERVL. [Kempen, 1903].
Turfkot. Is (was) traditioneel een gebouwtje op palen, zonder stenen of andere muren, met laag dak,   GOOSSENAERTS 1021 b [1958].
(Naast het woonhuis van een boerderij) had men de stallen en schuren, turfkoten en afdaken voor landbouwgerief,   SEGERS, Lief en L. 10 [1903].
Van bijkomstigen aard zijn de ”aanhankelijkheden” (van de hoeve) zooals bakoven (bakhuis) …, turfkot enz.,   PEETERS, Eigen Aard 57 [1946].
Turfkrijt; zie de aanh.
Is het kalkpercentage (van de Limburgsche mergel) groot, dan noemt men het kalkmergel of turfkrijt   Bouwk. Encyclop. 2, 150 a [1955].
Turfkruier (4); verouderend.
Dat … de Turfkruyers de Goot aan de Kamper Kerk zullen moeten schoon houden,   Keuren v. Haerlem 2, 317 b [1750].
(Zekere inwoner van de Peel) was al z'n leven turfkruier geweest, men kon dat zien aan zijn wijze van gaan,   KORTOOMS, Zw. Goud 105 [1962].
Turfkuil (2 of 4), kuil waaruit turf gehaald wordt of is.
Törfkuil. Kuil die ontstaan is door 't uithalen van turf,   CORN.-VERVL. 2089 [1906].
— Alzo eenige ingezetenen na het graven van turf uit diepe kuilen dezelve niet weder inlijken, maar open laten …, is verstaan dat alle die de oude turfkuilen nog niet hebben ingelijkt het zelve al nog zullen doen … bij een boete van twee Goudguld voor die zo gemaakt en niet ingesmeten hebben,   Overijss. Markeregten 12, 95 [1749].
Tegenwoordig steekt een ieder zijn turf, waar hij wil …, waardoor aanzienlijke hoeken beste veenen zoodanig met kuilen en gaten bedorven worden …; doch na de verdeeling deezer woeste gronden zal men ondervinden, dat ieder op zijn toegedeelden grond dit spaarzaam zal doen; zijne turfkuilen den eenen aan den anderen zal afgraven,   KOPS, Mag. v. Landb. 4, 440 [1808].
  STEMFOORT, Veengr. 27 [1847].
Hij heeft den ganschen godslievigen dag gewaaid (met de waai of sleepnet gevischt) en niet meêgebracht dan eentige klinksnoerkens. Waaien en doet men niet dan in eene beek of turfkuil,   Verz. GEZELLE [voor 1899].
  KORTOOMS, Mijn K. eten Turf 11 [1959].
Op 28. V. 57 zag ik turf steken in de turfkuilen achter de abdij van Postel nabij de Nederlandse grens,   WEYNS, Turven in de K. 7 [1960].
Turflaag.
1° (8).
Turflaag, peat deposit, deposit of peat,   JANSONIUS [1959].
— De landman die allengskens zijne turflaag weggraaft om te verbranden, meent, dat hij in eenen halven menschenleeftijd weder aangroeit. Maar deze hoop is ongegrond,   BERZELIUS-MULDER, Scheik. 203 b [1842].
Sommige turflagen van niet zeer ouden oorsprong zijn reeds tot eene vormlooze massa overgegaan,   Alb. d. Nat. 1857, 1, 165 [1857].
Diepgaande studie der onderscheiden turflagen bracht een menigte plantenresten aan het licht, die (sedert den ijstijd) soms nog nauwelijks veranderd waren,   WIGMAN, Vogels Heide S. 12 [1939].
2°. (7).
De afgesneden rozenstekken worden in de turflaag gepoot en deze schieten wortel,   Ts. Nijverh. 1890, 1, 143.
Turfland (4 of 7), land dat geschikt of bestemd is om er turf van te verkrijgen.
Turflandt. z.g. Veenlandt. Terre propre à faire des tourbes,   HALMA [1710].
  V. DALE [1872].
— Twe jaeren pachts, jairlicx thien karolusguldens, verschenen annis twe ende drye ende vijftich, van turfflant,   Kenningb. Leiden 3, 19 [1554].
Dat … alle uytgemoerde Turflanden ende Veenen, die men volgende den Placate moet beplanten, van desen Impost voortaen vry … sullen wesen,   Gr. Placaetb. 1, 1942 [1608].
Van deeze onderscheidene gronden (”van zand, klei, of veenägtige aarde”) worden de twee eerste het meest beteeld, terwyl de laatste meestäl of tot turf- of tot weyland gebruikt … wordt,   Verh. Maatsch. Landb. 3, 2, 7 [1784].
Sterven de ouders, dan wordt steeds het land verdeeld; ieder medegerechtigde moet groen-, hooi- en bouwland, heide en turfland hebben,   Onderz. Landb. 1886, 13, 10 [1890].
Zowel in het turfland, als bij de oogstwerkzaamheden ligt steeds het resultaat van zijn dagwerk (dat van den lossen arbeider) tastbaar, zichtbaar en vergelijkbaar op het einde van zijn werkdag uitgestald,   HAVEMAN, Ongesch. Arb. 128 [1952].
Turflat.
Verdere benamingen (vanboerengeriefhout”) zijn: bonenpalen …, kribpalen, turflatten en zaadstokken,   Bouwk. Encyclop. 1, 230 b [1954].
Turfleggen (4, a).
Door 14 van de verveners te Appelscha … is besloten het werkvolk in de veenderij voor het jaar 1891 aan te nemen onder de bepalingen, vervat in de volgende veenregeling. … Voor het turfleggen en bulten f 2.50, en wel voor het turfleggen f 1.40,   N.R.C. 15 Oct. 1890.
Turflegger (4).
De turfleggers of droogmakers plaatsen op den grond een zeker getal turven, scheeren genaamd, en beschrijven daarmede de lengte en breedte van den hoop, dien men wil optrekken,   STEMFOORT, Veengr. 53 [1847].
Turfleie (4) (Breda).
Leije is in de Baronie van Breda eene watering, b.v. de schouwleije, de turfleije, enz.,   HOEUFFT [1836].
Turfjeslijst, lijst ontstaan door het plaatsen van turfjes in de bet. 15). Alleen in wdb. aangetroffen.
Turflijst, lijst met groepen van streepjes, dienend als notitie bij het turven,   KOENEN [1913].
  V. DALE [1914].
Turfjeslijst, tally, score,   JANSONIUS [1950].
Turfloegen (4), turf stapelen. Vgl. turfvlijer.
Om haer … van alle landbouweryen, maayen, sweelen, hooyen, turfloegen en laden … op den dag des Heeren … te onthouden,   Friesch Placaatb. 5, 1117 a [1676].
Turfloodje (4) (verkl.), loodje (zie Dl. VIII, 2728), waarop eertijds turf werd verstrekt.
Ik geloof niet, dat men toen reeds (1595) turfloodjes gebruikte (in Middelburg). In 1636 wordt voor het eerst van turfloodjes gesproken,   MARIE DE MAN, Over Zeeuwsche Loodjes 24 [1892].
Op 25 februari 1831, wanneer E. turfloodjes aan de moeder van zijn remplaçant gaat brengen,   V. EEGHEN, Amst. Dagb. 209 [1964].
Turfloods (4), loods voor opslag van turf.
Zuytwaerts van 'tStadthuys ter plaetse daer de voorsz Stede turfloodze staet,   bij V. MIERIS, Beschr. v. Leyden 366 b [1595].
't Verbranden van de turfloots eener armen-inrichting,   MULTATULI 5, 109 [1871].
Waar nieuwe fabrikanten … deftigheidshalve van loods spreken, en de turfschuren, ter weerzijde de zijmuren van den oven gebouwd, den naam turfloods dragen,   SCHELLING, Steenb. 21 [1909].
Het schoolgebouw was vroeger turfloods geweest. De turven waren er nu uit, maar hun aroma was gebleven,   SLUYSER, Die en die is er nòg 107 [1951].
Turflucht (4 of 7).
1°. Turfrook.
De snijdende huilingen van den hond, de verwarde stemmenklateringen der klanten, de zwavelige, gele turflucht doezelden ineen tot een walgelijke massa, waarin de kleine lijder lag te stuiptrekken,   V. GROENINGEN in N. Gids 10, 1, 174 [1895].
Als vrouw Smies de ronde deksel van de metselsteenen oven tilde en Santje een blikke maat koud water … er in smeet, stegen er zulke dampwolken dat je ze dikwijls geen van-beien zien kon, met de turflucht die rooie oogranden gaf,   V. LOOY, Jaap 117 [1923].
2°. Turfgeur.
Eindelijk uit die verrekte turf weg. Dat heeft een mens van tijd tot tijd nodig. Nu zullen we de turflucht er eens uit laten waaien (de zoon van een vervener spreekt),   KORTOOMS, Zw. Goud 127 [1962].
Turfluiden (4), mnl. torflude; mv. naast turfman (zie ald.). Veroud.
De opsiender zal … allen den turffluyden mit hare innecomende geladen schepen terstont doen leggen mitten steven dicht aen de wal van de turffmerckt, rechtscheeps ende niet breet voor de wal,   R.G.P. 69, 658 [1608].
Turfmaakster (4), vrouw die op het land de handelbaar geworden turf verder verwerkt. Met het beroep veroud. Vgl. turfmaker.
  WEIL. [1810].
Turfmaakster, faiseuse de tourbes,   V. MOOCK [1846].
  V. DALE [1872].
— Andere boerinnen waren op dezelfde plankjes, met graven voorzien, bezig, om het veen in lange riemen te snijden, en weder andere stikten de doorgesneden riemen in vierkante ruiten — en wat verder braken de Turfmaaksters de reeds handelbaar geworden Turven op,   LOOSJES, Lijnsl. 1, 69 [1808].
De turfmaaksters verrigten dit (hetopbreken”) door twee rijen naast elkander staande turven op te nemen en op de twee volgende rijen te leggen, zoodat zich overal tusschen twee rijen turven, ook een twee turven breed pad vormt,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. 3827 b [1856].
Turfmaat (4).
1°. Mnl. torfmate. Belasting op turf. Vgl. turftiend. Veroud.
  Rek. v. Gron. 27 [1527].
Dat gheene officiers 't zij bailliuwen dijckgraven oft schouten geen turffmaten voertaen en zullen moghen pachten,   Rechtsbr. Hoofdwatersch. Z.-Holl. 240 [1561].
Item, van alle Erven ende Landen, soo Wey als Zaey-landen, Boomgaerden …, Tol-rechten, Marct-gelden, Turf-maten enz.   (er is sprake van verpondingen), Gr. Placaetb. 1, 1516 [1627].
De geregtigheyd van den Wind …, en ook van de Turfmate,   Handv. v. Amst. 333 b [1728].
Insgelijks zullen aan de Belasting … gesubjecteerd blijven … alle Heerlijke Regten, voor zoo ver dezelve zullen blijven bestaan, als Recognitiën, … Turfmaten … en dergelijke,   bij KOPS, Mag. v. Landb. 4, 5 [1807].
(De) zoogenaamde turftienden (in het land van Vianen), welke nergens … in natura, maar met zeker quantum in geld, onder diverse namen, als van turfmaat of recht van ontgronding enz. genoten worden,   Ts. Staathuish. 14, 167 [1857].
2°. Vat voor het meten van een bepaalde hoeveelheid turf.
Dat de cilindrische turfmaat, welke nog steeds hier en daar is in gebruik gebleven, als onwettig moet beschouwd worden, en … door de tonvormige maat moet worden vervangen,   Bijv. Stbl. 1862, blz. 538.
Het behouden der cilindrische dubbele mudde als turfmaat,   1865, blz. 327.
3°. Bepaalde hoeveelheid in de turfgraverij.
Snel maakte hij (een schipper) zijn rekensommetje: ongeveer vijf dagwerk, (dagwerk was een turfmaat) en dan was het tijd voor aardappels vervoeren en dan kwam het graan,   VENING, Turf a. boord 50 [1972].
Turfmachine (4), machine in gebruik bij het vervaardigen van turf.
Turfmachine, machine om turf te maken,   V. DALE [1898].
— Hoewel de turfbereiding in hoofdzaak zonder krachtwerktuigen geschiedt, worden in de Drentsche venen, grenzende aan de provincie Groningen, … turfmachines gebruikt, die dienen om het veen te mengen,   EVERWIJN, Handel en Nijverh. 18 [1912].
Turfmagazijn (4), turfopslagplaats.
Dat … geene Smeer-smelterye sal mogen geschieden … binnen dese Stad, als alleenlijck op 't Molen-pad …: mits sullen de selve Smelteryen van de Stads Turf-magasijnen … afgelegen moeten wesen ten minsten vijf-en-twintigh roeden,   Handv. v. Amst. 861 b [1655].
Men moet (tegen broeiing of kiemschieten) … de voederaardappelen steeds tusschen twee turfstapels, in een turfmagazijn, op eene drooge plaats, of met eene zware laag van aarde bedekt in de vrije lucht, bewaren,   Schatk. v. a. St. 1843, 43.
Turfmakelaar (4).
De veenkolonien Smilde … en het Hoogeveen hebben eene stapel- of marktplaats aan de Zwartsluis in Overijssel, … bestuurd door daartoe aangestelde turfmakelaars,   STEMFOORT, Veengr. 92 [1847].
Turfmaken (4, a).
Turfmaken, het maken, bereiden van turf,   KUIPERS [1901].
Een aantal half uitgeveende polders …, waar het turfmaken tengevolge van het toenemend gebruik van steenkool is stopgezet,   DIBBITS, Nederl.-waterl. [1950].
Turfmaker (4), arbeider in het veen belast met het maken van turf; in de wdb. van HALMA [1729] tot en met Ned.-Hoogd. Wdb. [1846] ten onrechte weergegeven door ”turfboer” is den zin van turfverkooper.
Turfmaker; zie Turfgraver,   V. MOOCK [1846].
  V. DALE [1872].
— Voor vele jaren was hier (in de Plompenkolk) turf ”uutemod” (gebaggerd) door turfmakers uit Rijssen,   HEUVEL, Boerenlev. 89 [voor 1927].
Het eerste werk van de turfmakers was het trappen van 't nog zeer vochtige veen … Bij 't trappen werden de voeten … steeds vlak naast en tegen elkaar geplaatst, opdat 't veen overal gelijkmatig ineengeperst zou worden … Was 't veen op die wijze voldoende vast geworden en wat ingedroogd, dan trok de turfmaker er met een soort brede hark in de lengte en de breedte lijnen over, zodat het geheel aan de oppervlakte overal even grote vierkantjes vertoonde,   STAPELKAMP in Ts. 71, 132 [1953].
Vinkeveen is altijd een dorp geweest van verveners — dat zijn de bazen, die de veengrond exploiteren — en turfmakers, de arbeiders,   Leidsch Dagbl. 22 Sept. 1973.
Turfmakerij (4).
In Zuid-Holland en Utrecht (werden) talloze plassen, die door het uitvenen ten behoeve van de turfmakerij (sinds Plinius!) waren ontstaan, drooggelegd,   DIBBITS, Nederl.-waterl. 65 [1950].
In 1832 had R. een flink boerenbedrijf (te Giethoorn) …; bovendien trok hij neveninkomsten uit de botermakerij, hooiwinning, visserij, bijenteelt, turfmakerij, rietcultuur en houthak,   Bijdr. Ned. Openluchtmus. 31, 45 [1968].
Turfman (4), mnl. torfman, turfschipper. Veroud.
Op Mieus G. turfman in legmeer inde ban van Amsterveen,   in Bijdr. Gesch. Haarlem 13, 211 [1578].
Dat niemant eenige Turf sal mogen verkoopen, dan de Turf-man of zijn Knecht,   Handv. v. Amst. 913 a [1587].
De Opsienders van de Turfvulsters (sullen) niet vermogen aen eenigh Turfman een gesworen Vulster te geven, omme den inhebbende Turf te mogen lossen, voor ende al eer dat haer vertoont … sal wesen het voorsz. … Teycken van desen Excijse,   209 a [1650].
Turfmand, turfmarkt (zie die woorden).
Turfmassa.
1° (7).
Zoodra deze reeks van turfkoeken (ontstaan door het samenpersen van turf) is verwijderd, wordt een opnieuw aangebragt blad met nieuwe turfmassa in de kast (van de turfpers) geschoven, terwijl in de bovenste kast de daar aanwezige turfmassa te zamen wordt geperst,   Vriend Landm. 22, 633 [1858].
Een uitgestrekt dusdanig (drijvend) plantendek komt voor bij Dönges …; het bestaat uit eene 3 tot 5 voet dikke, viltige turfmassa,   V. TRICHT, Wdb. d. Scheik. 8105 [1868].
2° (8).
In plaats van hoog geboomte en digt kreupelhout, vond men op die plekken hooge veenen, uitgestrekte vlakten, bedekt met eene ellendikke turfmassa,   STARING, Voormaals en Thans 173 [1858].
Turfmeel.
1° (8). Zekere soort van kalkaarde. Veroud.
Kalk-Aarde die vast is, Poeijerig kleevende. Calx Palustris. Turfmeel. Onder de Moerassige Veengronden, van Smaland, Oeland en Westgothland, in Sweeden, komt volgens Linæus, deeze voor, welke zeer veel gelykt naar het voorbeschreevene Meelkryt of Bergmeel, maar dermaate met Vitriool-Zuur is verzadigd, dat zy niet opbruische met Zuuren,   HOUTTUYN, Nat. Hist. III, 2, 633 [1781].
  CHOMEL, Verv. 3757 b [1790].
2° (4). Fijnste soort van turfstrooisel.
Turfmeel, fijne turfmolm,   V. DALE [1950].
Turfmeel (wordt gebruikt) als verpakkingsmateriaal,   Techn. W. P. Encyclop. 2, 640 a [1953].
Het fijnste turfstrooiselmateriaal wordt turfmeel genoemd, de middenfractie turfmolm,   Encyclop. Materialenk. 3, 314 b [1963].
Turfmeester (4), opziener over den turf en de rechten daaraan verbonden. Veroud.
Turfmeester, opziener over den turf,   BOMHOFF [1857].
  V. DALE [18721914].
— Dat hy … van zyn verswegen, ofte minder aangebrachte turf, niet alleen de elfde tonne turf schuldig soude wesen in specie te betalen, ofte tot zulken pryse, als de zelve by de Turfmeesters zoude werden getauxeert, maar dat hy boven dien enz.,   V. D. SCHELLING, Tiendr. 221 [1727].
Turfmeester; zie turfmeter.
Turfmelasse (4 of 7); zie de aanh.
Turfmelasse is een mengsel van mosturfmeel met 80 pCt melasse,   Voedermiddelen v. Paarden (Publ. Dir. Landb. 1915), 6.
Van de 12 monsters turfmelasse hadden slechts twee monsters een suikergehalte boven de 35 pct.,   Versl. Landb. 1919, 4, 94.
Turfmeluw (4), turfmolm. Veroud.
Turfmeuluw, molm of mot, Turfmulm,   NEMMICH, Holl. Waaren-Lex. [1821].
— Is het … dat de Turf bevroozen geraakt is, dan berst hy, en word kruimelig; dit noemt men Steuveling-turf, en het Veenvolk geeft ook dien naam aan het stof of de steuveling, die van den Turf, onder 't bearbeiden, afruid; het welk men in de Steden en elders Mollem, Turf-meuluw of Turf-mot noemt,   BERKHEY, N.H. 2, 576 [1770].
Men (bediend) zich van de Turf-meuluw, vooral de grove, met een goeden uitslag, om er tedere Planten, des winters, onder te dekken,   CHOMEL 3728 a [1775].
Deese Turfmeuluw hebben wy, ter proportie van ruim zes kruiwagens, vermengd met slootvuil, en dat alles, by laagen, in een kuil geworpen,   BERKHEY, Turf- of Houtassche 113 [1779].
Turfmengmachine (4 of 7).
Eerste modderman. Veen in een turfmengmachine onder toevoeging van water tot turfbrij vermalen,   Beroepeninvent. I, 2, 10 [1958].
Turfmest (4), (paarden)stalmest vermengd met turfstrooisel.
  CORN.-VERVL. 2090 [1906].
— Men (zaait) de wortelen en de prei doorelkaar en gelijktijdig uit … De wortelen worden het eerst geoogst en wanneer deze van het veld zijn, ontvangt de overblijvende prei nog eene overbemesting met ruigen paardenmest of turfmest, ook uit den paardenstal afkomstig,   Versl. Tuinbouwproefv. 1903–'04, 83.
Turfmeten (4, b).
Turfmeten, das Torfmessen,   Nederd.-Hoogd. Wdb. [1846].
Turfmeter (4), hij die contrôle uitoefent bij de productie en het verladen van turf. In de wdb. van SEWEL [1727] tot en met V. DALE [1914] wordt de vr. vorm turfmeetster vermeld, met als verklaring: turfvulster. Thans nog als hist. term.
  WEIL. [1810].
  V. DALE [18721914].
— Appoinctement …, ten eynde dat in de Gerechten ten platten Lande, geswooren Turfmeeters, Dragers, en Turfvulsters aangestelt worden,   Utr. Placaatb. 2, 847 [1688].
Dat … elken jare …, terstond na den eersten Augusti by den Schout, en goede Turfmeters …, met den Secretaris, gehouden zouden worden twee zitdagen, op welke een ygelyk gehouden zoude wesen oprechtelyken aan te geven …, hoe veel roeden ofte tonnen Turf hy binnen 't zelve jaar doen delven, ofte geslachturft zoude hebben,   V. D. SCHELLING, Tiendr. 221 [1727].
  Reg. Decr. Kon. v. Holl. 10, 269 [1809].
De laatste der turfmeters heeft zijn meetlat voorgoed neergelegd,   CAPIT in Panorama 18 Febr. 1956, 6.
Turfmijn (4), vind- of winplaats van turf.
Dese (turven) die hier in Delflandt vallen zijn geensins vande minste, maer altijdt wel gewilt … geweest, zulcks datmen daer veel dobbens als kleyne Meeren van uytgedolven Turfmynen siet, die nu wederom een groote quantiteit van alderley Reviervisch jaerlijcks opbrengen,   BLEYSWIJCK, Beschr. v. Delft 14 [1667].
Turfmijt (4), stapel turf.
Torfmite als eenen hoop torfs, Meta cespitum,   BERCKELAER [1556].
  BOMHOFF [1857].
  CORN.-VERVL. 2270 [1906].
  DE BONT [1958].
— Dat voortaen niemant … met geen pijp taback rookende sal moogen over en door de gemeene straet alsmede op off in eenige eerens, schueren, … en torfmyten (gaan) enz.,   in Taxandria 39, 139 [1755].
Haastig naar buiten gegaan, springt hij op een hooge turfmijt; blikt schuw in 't ronde, en werpt er, van de achterzijde af, een twaalftal in het stille steegje dat langs het turfplaatsje van baas J. (een turfhandelaar) loopt,   CREMER 3, 69 [1857].
Turfmoer (4); zie de aanh.; door BUYS, Wdb. v. K. en W. [1778] genoemd als toponiem voor een moerasgebied in Gron., dat turf oplevert.
Dat men … een stuk lands, hetwelk tot hiertoe geen turfmoer bevat heeft, tot veengrond zoude kunnen maken, komt ons ongeloofelijk voor, vermits derzelver eigenaardige planten, zoo wel als het hun bijzonder eigen water, bezwaarlijk door kunst kunnen worden voortgebragt,   NIEUWENHUIS, Wdb. v. K. en W. 6, 209 [1828].
Turfmoeras (4 of 8). In de eerste aanh. vert. uit het no.; vgl. voor de 2de eng. peat-bog.
Opeens zag zij eene groote zwarte vlakte, die … beneden wijd uitgestrekt lag. Het was een turfmoeras,   Biekorf 18, 10 [1907].
's Nachts, in onze bedden, hoorden wij zijn doedelzak, aangedragen door de Westenwind, die over het turfmoeras bij Gallagher woei,   VESTDIJK, Iersche Nachten 47 [1946].
Turfmof (4); zie de aanh.
Zolang er in genoemd gebied (Loenerveensche en Loosdrechtsche polders) nog vrij veel verveenbaar land disponibel was … kwamen er elk jaar ook enige bovenlanders de turfcampagne van April tot eind September meemaken. Door 't volk werden ze gewoonlijk turfmoffen genoemd. 't Waren kleine boeren en arbeiders uit Hannover of Westfalen,   STAPELKAMP in Ts. 71, 131 [1953].
Turfmolm (zie ald.).
Turfmos (8), veenmos. Althans tegenw. ongewoon.
  RIJNHART, Wdb. Prakt. Leven [1866].
Sphagnum acutifolium, het turfmos, bevat, volgens C. Sprengel 3,05 proc. asch, waarin 10,9 deelen kali, 13,9 deelen natron enz.,   V. TRICHT, Wdb. d. Scheik. 7207 [1866].
Het trillende leven der zompen en turfmossen, waarboven waterjuffers dansen,   ROSSEELS, Spieghelken 1, 210 [1952].
Turfmot (4), mnl. torfmot [1460-87], turfmolm. Volgens BLEEKER (zie de laatste aanh.) bep.: afval van harde turf. Zie ook voorb. onder turfmeluw.
Turfgemul, oft turfmot. Le moulon de tourbes. Fragmenta cespitia,   PLANT. [1573].
  BOMHOFF [1857].
  V. DALE [1872].
Mot. Molm. Trfmot,   DRAAIJER [1896].
  TER LAAN [1929].
  BOSCH [1940].
— Niemant zal … turfmot, zandt, assche of misse op de diepswallen mogen leggen,   in DE BLÉCOURT, Beklemr., Bijl. XXXIV [1732].
De gierkolk bij den mesthoop liggende, kan men door middel van een zuigpomp den mesthoop aanmerkelijk door deze gier verbeteren; terwijl alsdan ook het stroo … zoo wel als turfmot of molm, op den mesthoop voortreffelijke mest zal kunnen worden,   KOPS, Mag. v. Landb. 2, 496 [1805].
De menschenvloo … legt ongeveer 12 … eijeren in turfmot en zaagspanen,   WINKLER PRINS, Encyclop. 14, 293 b [1881].
  STIELTJES, Plantenziekten 17 [1925].
Turfmot — afval van harde turf — is beter (voor het bedekken van planten) dan molm — afval van losse turf —, omdat het droger blijft,   BLEEKER, Bloemisterij 41 [1927].
Turfmul (4), turfmolm, turfstrooisel.
Turfmul. zie Turfmolm,   HALMA [1729].
  V. DALE [1872].
Turfmul. Afval van turf dat door de hoveniers en bloemenkweekers voor hunne potbloemen zeer gezocht wordt,   JOOS [1900-1904].
— Dat nyemant enyghe asch, eerde ofte turfmul … en sal mogen werpen in der stadt graften,   bij V. ROOTSELAAR, Amersfoort 1, 21 [1557].
De grondt is dor en droogh als turf-mul, soo dat het seer dorstigh is, ende onbequaem tot cultuere,   DE LAET, W.-I. 616 [1630].
  Gew. Weuwen. 3, 74 [1709].
Soo … men konde ajuen, look, peperwortel en peen bekomen die rijp sijn, om die de groente van boven af te snyden en de staarten van onderen en dan in vat met turfmul laag op laag gedaan tot verversinge,   ROGGEVEEN, Reis 33 [1721].
De fijnste turfmul dient ook, gemengd met ongeveer 50% melasse, als veevoer, waarbij het een gunstige invloed op de ingewanden schijnt te hebben,   V. OSS, Warenk. 235 [1936].
Turfmuur (4).
(Om licht en dicht te timmeren) heeft men 't goed geoordeeld, de binnen- en bovenmuuren met Turven op te metselen … Men bedient zig veelal van deeze soort van Turfmuuren, op Buiten-plaatsen, en in lugtige vertrekken,   BERKHEY, N.H. 2, 590 [1770].
  CHOMEL 3726 b [1775].
Dit feestvertrek (waar Oudejaarsavond gevierd wordt) voldoet nog aan die vereischten (t.w. de ruimte, den vrijen geest), uitgezonderd dat de hooge schouw, en de brandstapel, van turfmuren en beukenblokken opgebouwd, verdwenen zijn,   POTGIETER 1, 14 [1841].
Turfnaaister (4); de bet. is niet geheel duidelijk; zie voor een veronderstelde verklaring de verb. turf naaien onder 4, c).
Alle turfnaysters op het verzoek van de schipper te weeren, en burgerm. en schepenen verzogt … hier tegens een boete te stellen,   in Nav. 27, 186 [Zierikzee, 1660].
Turfnegotie (4).
  Gr. Placaetb. 6, 1496 b [1731].
Turfolie (7), zekere soort van uit turf verkregen brandstof.
Vloeibaar koolwaterstof …, turfolie, hydrocarbuur zijn in den grond niets dan verschillende namen voor dezelfde zaak,   Boek d. Uitv. 1, 2, 118 [1864].
De bewaarplaatsen van petroleumessenz …, van gaz-olie, van turf-olie … en van andere dergelijke vlugtige vloeistoffen, tot verlichting geschikt,   Besl. v. 22 Mei 1868 (Stbl. 69), blz. 2.
Uit turfteer bereidt men turfolie, smeerolie en paraffine,   Vivat's Encyclop. 7334 b [1906].
Turfopslag (4).
Een tegen de schuur (van een Groningsche boerderij) aangebouwde hut diende voor het stallen van schapen en varkens en voor berging en turfopslag,   HEKKER en V. D. POEL, Boerderij 71 [1967].
Turfoven (4).
Turfoven, met turf gestookte oven, inz. door pottenbakkers gebruikt,   V. DALE [1961].
  V. D. HAAR 91 [1967].
Turfpacht (4).
Betaelt aen Jan Meynertsz. en consorten voor de turffpacht vant jaer 1646 … f 120:—:—,   in Econ.-Hist. Jaarb. 11, 123 [1647].
Turfpachter (4).
K., die nu de Boterpacht hadde, doch het vorige jaer Turf-Pachter was geweest,   Ned. Jaerb. 1748, 471 [1748].
Turfpakhuis (4).
  V. DALE [18841914].
Turfpapier (4, 7 of 8), uit turf vervaardigd papier.
Turf tot het vervaardigen van papier. In den laatsten tijd zijn daarvoor verschillende octrooijen verleend, waaronder een aan C. in Engeland, om daaruit eene massa te vervaardigen, ter vervanging van carton-pièrre en papier-maché … Het turf-papier moet eene zekere vettigheid bezitten, door het daarin aanwezige paraffin,   Volksvlijt 1854, 71.
Turfpapier of carton,   LABARRE 189 a [1952].
Turfpapier: Al honderd jaar wordt in Ierland papier gemaakt uit turf,   Papier op P. 166 [1959].
Turfpen (2) (Kempen).
Turfpen. Slag van viertand, met eenen steel van 6 of 7 m. lang, dienende om turf te schrijven (d.i. vierkanten verdeelen),   Loquela 11, 71 [Balen, 1891].
  CORN.-VERVL. [Kempen, 1903].
Turfpenning (4) (Dl. XII, 1114).
Turfpers (4), bij de fabricage van turf gebruikte pers.
  Vriend Landm. 22, 629 [1858].
  BEZEMER [1934].
  V. DALE [1950].
— De uit een turfpers komende turfstrengen met een mes op lengte kappen tot turven,   Beroepeninvent. 3, 10 [1946].
Hierbij: turfpersmachinist (Beroepeninvent. I, 2, 9 [1958])).
Turfpersmachine (4).
Een turfpersmachine, waarmede veen gemalen en tot turf geperst wordt,   Beroepeninvent. I, 2, 9 [1958].
Turfpijp (4) (Gron.), wijde houten buis of koker, dienende om turf van den zolder naar beneden in den daaronder gelegen bak te storten; ook gezegd van bak en buis tezamen (MOLEMA (hs.) [1895])).
Turfplaat (4 of 7), uit turf vervaardigde plaat.
Turfplaten, uitmuntende kwaliteit, lang 28 c m., breed 13 c m, dik 1 1/4 c m.,   MARIUS, Prijscour. 208 [1893].
Ik geef aan turfplaat de voorkeur (bij het opzetten van vlinders), omdat dit wat harder is en de spelden er dus beter in houden in alle mogelijke houdingen en omdat de oppervlakte effen is,   TER HAAR, Handl. Verz. Vlinders 93 [1898].
Turfplaten (als bouwmateriaal, geperst uit turfmolm) (die het lichtst zijn en het best isoleren),   W. P. Encyclop. 15, 437 b [1952].
(De kweekbak) krijgt een bodempje zand met daaroverheen turfplaten,   V. D. NIEUWENHUIZEN, Zoetwaterv. 1, 7 [1967].
Turfplaats (4), ruimte voor opslag van turf.
De platte grond van de Turf-plaats,   LINPERGH-DANCKERTS, Moole Boek 3 [c. 1700].
Hij (springt) op een hooge turfmijt …, en werpt er, van de achterzijde af, een twaalftal (t.w. turven) in het stille steegje dat langs het turfplaatsje van baas J. loopt,   CREMER 3, 69 [1857].
Turfplag (Dl. XII, 2172).
Turfplant (8).
Turf is duidelijk van plantaardigen oorsprong, en wel van de planten die daarop groeijen. Niets is ligter te bewijzen, dan dat de planten, die wij gewoon zijn ”turfplanten” te noemen, in de zelfstandigheid die wij turf noemen, overgaan, en eindelijk daarin als verdwijnen,   Alb. d. Nat. 1853, 1, 78 [1853].
Turfpleit (4), zekere soort van turfschuit. Voor een voorb. uit BERKHEY, N.H. 2, 577 [1770] zie PLEIT (I). Veroud. Vgl. turfpont, turfpot (I) en turfpraam.
Ons volck hebben de stadt van Breedael inne gecreghen op 2 ditto duer het slot met een torffpleyte daer 70 soldaten onder den torff laghen, syn tsnachts uuytcomen ende alle de sentinellen overvallen,   Brieven Coll. v. d. Meulen (n° 538ª) v. 8 Maart 1590.
De Rennenberghschen, 's daaghs na hunn' aankoomst, spraaidden zich rondom de stadt: gaande 't Vriesch reegement leeghren tot Tuk en Steenwykerwoldt, aan ginszyde van't stroomken Aa, dat zy met turfpleiten ooverbrugden,   HOOFT, N.H. 711 [ed. 1642].
  CHOMEL 3725 a [1775].
Turfploeg (4), bepaalde groep van arbeiders, werkzaam bij het winnen van turf.
De turfploeg werkt geregeld door. De arbeid wordt reeds vóór zonsopgang aangevangen en te 4 à 5 uur in den middag beëindigd,   EDELMAN, Tiesing 98 [1943].
  102 [1943].
Turfpluis (4 of 7).
Turfpluis — te Griendtsveen bestaat een fabriek, waar uit turfpluis verbandwatten wordt vervaardigd,   V. KLUYVE, Handelswdb. [1934].
De zandbodem (van een z.g. kweekbak) bedekken we met turfpluis of aquavaren,   V. D. NIEUWENHUIZEN, Zoetwaterv. 1, 1 [1967].
Turfpomp (4); zie Dl. XII, 3218 voor een verklarende aanh. uit BOEKENOOGEN; hierna een oudere. Vgl. turfpijp.
Naast den schoorsteen vindt ge de eikenhouten ”turfpomp” of kist,   Oude Tijd 1869, 362 a.
Turfpont (zie ald.).
Turfpot.
1° (4). Met pot (II), II, 8): veroud. ben. voor zeker vaartuig, bestemd voor het vervoer van turf. Vgl. turfpleit, turfpont en turfpraam.
Dat alle turf-potten van over-zee komende sullen moeten leggen aen 't uytterste Eylant by het Blaeuwehooft,   Handv. v. Amst. 753 b [1634].
D'autres bâtimens d'une plus grande taille, construits dans les provinces voisines des tourbières, naviguent sur les canaux de la Frise, de la Groningue et de l'Overyssel; plusienrs d'entre eux traversent même le Zuiderzée; ils sont connus sous le nom de turf-potten,   Revue des deux mondes 25, 1228 [1855].
2° (4). Pot met (smeulende) turf.
Venlosche jongens, die met rookende turfpotten als wierookvaten fakkelen,   V. D. VEN, Ons eigen Volk tgov. 153 [1942].
3° (7) (verkl.). Kweekpotje van turf vervaardigd.
Turfpotjes voor zaaien en stekken. Geschikt voor het kasje en in kistjes voor het venster. Verteren later in de grond,   uit een advert. [1968].
Turfpraam (4), zekere soort van turfschuit; vgl. turfpleit, turfpont, en turfpot.
Turfpraam. Zie Turfschip,   HALMA [1710].
— De Meststoffen worden vermengd. Te Meppel geldt een Turfpraam van deze speciën op 28 tweespannige voeren gerekend, f 30: 0:0 tot f 36: 0:0,   KOPS, Mag. v. Landb. 5, 46 [1810].
Dat … eene houten turfpraam is gezonken,   Ned. Staatscour. 11 Maart 1930, blz. 2 a.
Eenige honderden arbeidershuisjes brandden toen af en de hitte was zoo groot, dat de geredde goederen, gebracht in bootjes en turfpramen in het kanaal, verbrandden,   EDELMAN, Tiesing 108 [1943].
Turfprijs (4).
  BOMHOFF [1857].
— De fluctuatie der turfprijzen moet niet aan alle veenlieden worden geweten,   STEMFOORT, Veengr. 92 [1847].
Turfproduct (4).
Deze schitterende macadambaan …, die het toenemend vervoer van turf en turfprodukten over de weg ten zeerste zal vergemakkelijken,   KORTOOMS, Mijn K. eten Turf¹ 101 [1959].
Turfproductie (4).
Eene … statistiek in zake de turfproductie hier te lande,   Versl. Landb. 1912, LXI.
Niet alleen bij de turfproductie in de venen, ook bij de aflevering aan de koper kwam de jeneverfles te pas,   Drenthe 22, 54 [1951].
Turfpunt (4); hetz. als turfpont (vgl. PUNT (IV))).
Alle schepen die water laden, zullen voor het passeeren en repasseeren, betalen acht stuyvers. … Vriessche potten ende groote turf-punten acht stuyvers, geladen ofte ongeladen,   Utr. Placaatb. 3, 1045 a [1697].
Turfput.
1° (4). Put of kuil waar turf uit gewonnen wordt of is.
  V. D. VELDE en SLEECKX [1861].
Turfput. Put waar men turf uit graaft,   JOOS [1900-1904].
Turfput. Moerkuil. Te Kalmthout is het woord nog bekend,   GOOSSENAERTS [1958].
— 16 Bunderen 304 roeden land, weyden, bosschen, torfputten heyde enz.,   bij GOOSSENAERTS 771 b [1787].
De lengte van dusdanig slag wordt bepaald naar mate de turfputten breed of smal zijn genomen,   STEMFOORT, Veengr. 25 [1847].
Wat belet mij, haren brief (dien van een vijandin) onderwege te verliezen of in den turfput te smijten?   CONSC., Ziekte d. Verb. 27 [1865].
Verscheidene OostDrentsche dorpen hadden in het moerasveengebied … hun turfputten voor de winning van huisbrand,   EDELMAN, Tiesing 62 [1943].
Bij het gaan zijn al hun bewegingen (die van turfstekers) even stijf en houterig. Maar zet ze in de Peel in een turfput en het worden op slag kunstenaars,   KORTOOMS, Zw. Goud 100 [1962].
2° (1 of 2). Waterput gebouwd van zoden of turven. In enkele plaatsen in Brab., zoowel in den vorm turfput als turvenput.
  WEYNEN en V. BAKEL 161 [1967].
Turfraapster (4); voor de bet. zie de 2de aanh. Veroud. Het is niet duidelijk of in de eerste aanh. sprake is van de samenst.
Myne Heeren van den Gerechte der Stad Amsterdam hebben goedgevonden te ordonneeren …, dat van nu voortaan by het opdoen van lange Turf aen de Ton sal staen een Turf-Vulster, en in het Schip twee Turf-vulsters, in plaatse van twee Turf-vulsters aan de Ton, en een Turf-vulster en Raepster in het Schip,   Handv. v. Amst. 1456 b [1685].
De arbeiders en arbeidsters in de Turf, die … allen tot het Turfdraagers-Gilde behooren …, zyn Turfdraagers, Turfhevers, Turfvulsters en Turfraapsters. Om met de laatste te beginnen …; haar werk is, de Turf, in de schepen, te raapen in de kleine manden, waarmede dezelve, door de Schippers-knegts, in de ton gedraagen wordt,   WAGEN., Amst. 2, 452 a [1765].
  Handv. v. Amst., 2de Verv. 214 b [1774].
  Wet v. 9 Maart 1815 (Stbl. 22), blz. 51.
Turfraper (4); zie voor de bet. turfraapster. Veroud.
Men (heeft) (in zekerHuiszitten-Huis”), in daghuur, en des winters alleen … twaalf Turfsleepers, twaalf Bestelders, vier en twintig Turfraapers en agt Turfdraagers,   WAGEN., Amst. 2, 275 a [1765].
Turfriem (Dl. XIII, 118).
Turfrijden (4, b).
In het reglement, dat pastoor K. (van Nootdorp) … samenstelde, nam hij ook een artikel op betreffende het ”turfrijden”, zooals het nog altijd wordt genoemd. Bepaald werd, dat het zou geschieden in de maand October, en dat dien dag de Kerkmeesters met hun knechts, die voor het ophalen van de turf zorgden, de gasten zouden zijn van den pastoor. Zoo is het gebleven tot op den dag van vandaag. Elk jaar op den tweeden Dinsdag van October gaan nog steeds kerkmeesters in de parochie rond om turf in de zamelen voor den pastoor. Er wordt nog altijd turf gegeven, maar velen geven geld, omdat zij geen turf meer delven,   Haarl. Bijdr. 56, 105 [1938].
Turfrijder (4).
  Keuren v. Haerlem 2, 58 b [1723].
De Turf-Ryders zullen gehouden zyn, als 'er Turfwerk komt, aanstonds na de Turfmarkt te gaan,   2, 261 b [1751].
  Wet v. 9 Maart 1815 (Stbl. 22), blz. 51.
Turfring (4) (Gron.); hetz. als turfdijk.
  TER LAAN [Pekela, 1929].
— Turfomringer. Een turfring omstapelen, zoodat de onderste turven boven komen te liggen,   Beroepeninvent. 3, 11 [1946].
Turfroede (4).
1° (Kempen).
Törfroei. Bij landb. Lange ijzeren roede om den moerturf wanneer zij beslagen is, in vierkante klompjes te verdeelen,   CORN.-VERVL. [1903].
2°. ”Zekere in de venen gebruikelijke lengtemaat” (V. DALE [1898])).
Turfroet (4).
Turfroet uit de schoorsteen gekrabd geeft met de wol gemengd bij kokend verven een Khaki-bruine tint,   Tex 19, 212 b [1960].
Turfrommel (4); op de volg. plaats voor: afval van turf.
In de kachel op de jongenskamer werd kolengruis gebrand en turfrommel, die uit het hok in de poortgang werd opgeschept en dan geroerd met water in de trog tot een brei,   V. LOOY, Jaap 272 [1923].
Turfrook (4).
Men (weet) …, dat de aanslag van den Turfrook en het Roet zeer nuttig is voor het rooken van allerlei Vleesch, Spek, Haring, Bukking, Salm, enz.,   CHOMEL 3727 b [1775].
Galathéa schoone Vrauwe, Witter, als vrauw-moeders schauwe, Geuriger, als turve-rook,   V. DAELE, Tydv. 38, 7 [1806].
Een oud gebult vadertje …, die in den hoek van den haard achter den turfrook bijna onzichtbaar was geworden,   J. R. SNIEDERS, Geuzen in de K. 2, 5 [1875].
Een turfmarktje is 't (t.w. zeker grachtje) … Schuit bij schuit ligt er gemeerd aan den wal …; uit de schore pijpjes azuur-kringelt de turfrook,   ANTINK, V. Scheiding en Dood 139 [1901].
Ik was toen ter hoogte van het park …, waar de turfrook van thuis mij in de neus sloeg,   VESTDIJK, Iersche Nachten 7 [1946].
Turfrund (8), praehistorische rundersoort; vgl. turfhond en turfschaap.
De mogelijkheid bestaat, dat Afrikaansche Runderen naar Europa overgebracht zijn en de stamouders zijn geweest van sommige Europeesche Rundvee-rassen. Hiervoor pleit de overeenkomst van de Zeboe-rassen met het kleine Turf-rund, waarvan bij de Europeesche paalwoningen overblijfselen zijn gevonden,   BREHM-HUIZINGA 1, 462 b [1910].
Turfschaap (8), praehistorische schapensoort; vgl. turfhond en turfrund.
Deze (overblijfselen van schapen in terpen) behoorden alle aan het terpenschaap, een directe afstammeling van het turfschaap,   IJSSELING en SCHEYGROND, Zoogd. 493 [1943].
Turfschelf (4), ben. voor turfstapel. Veroud.
Als nu de Turf … de dus ver vereischte droogte gekreegen heeft …, brengt men dezelve eindelyk byéén, en stapelt ze op tot groote vierkante of wel ronde hoopen … Dit heet men den Turf op … stapels zetten; en, om de gelykheid die deeze hoopen met een Hooischelf hebben, zegt men ook wel Turfschelven zetten,   BERKHEY, N.H. 2, 575 [1770].
  CHOMEL 3724 b [1775].
Turfschip, turfschipper (zie die woorden).
Turfschop (I) (2 of 4), overdekte bergplaats, schuur, hok waar de turf wordt opgeslagen. M.n. in zuid. dialecten.
Turfschop noemen de boeren in deze streken de plaats, waar de turven bewaard worden,   HOEUFFT [1836].
Törfschop, Törfschob. Bij landb. Leemen gebouwken, waar men de turf opstapelt en bewaart,   CORN.-VERVL. [Kempen, 1903].
  DE BONT [1958].
— Dat niemant … met geen brandende kerssen, Lamp of light stecken sal moogen gaen langs de gemeene straeten op off in eenige neerens, schueren, stallinge of torfschoppen mitsgaders torfmyten,   in Taxandria 39, 140 [1755].
Eenmaal de turf droog, werd hij met behulp van een mand geladen op de kar en werd in het turfschob …, turfhuis of schaddenkot opgestapeld,   WEYNS, Turven in de K. 9 [1960].
Turfschop (II) (2 of 4), zekere schop, dienende om op de hei of het veen turf te steken of te graven. Vgl. turfbot en turfspade.
  BOMHOFF [1857].
Törfschup. Bij landb. Schup om turven of heischadden te steken,   CORN.-VERVL. [Kempen, 1903].
  DE BONT [1958].
  GOOSSENAERTS [1958].
  V. D. VOORT [1973].
— Een schup met een tuerf schuep,   bijGOOSSENAERTS 771 b [Kalmthout, 1663].
(Nadat de bagger was losgehakt met de turfbijl) werd met de turfschup de moer uitgehaald en op de “spraai”, het legveld of spreiveld, uitgespreid,   Limburg 35, 91 [1956].
Van de turfschup of -bot ken ik twee vormen. De ene is een ijzeren schup met een driehoekig vooreinde en met opstaande driehoekige zijboorden … De tweede vorm van turfschup is meer deze van een troffel, doch dan ongeveer hartvormig,   WEYNS, Turven in de K. 6 [1960].
 Neerl. Volksl. 14, 102 [Almelo, 1964].
Turfschouw (4), mnl. torf(schoude), torfschouwe [1495], zekere soort van turfschuit. Vgl. turfpont en turfpraam.
  WEIL. [1810].
  HEREMANS [1869].
— Knip. Dit was een broodkist met handvat en scharnierdeksel aan boord van de turfschouwen,   STAPELKAMP in Ts. 71, 138 [1953].
Turfschuit (4), mnl. torfschute [2de h. 14de e. ], schuit dienende voor het vervoer van turf.
Turf-schuyt, Turf-pont, A Turf-boat,   HEXHAM [1678].
  MARIN [1701].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
— R. met ander Geusen capiteijnen, haelende aen die turffschuijten viandts wijse,   W. J. VERWER, Memoriaelb. (ed. TEMMINCK) 5 [1572].
Een Uytersche turfschuyt,   in B. H. G. 64, 65 [± 1670].
Een vroege zwaluw vloog … over het kanaal, waar een paar stille turfschuiten mee breeje platte boeg aan 't blinkend water lagen,   COOLEN, D. Licht 85 [1929].
Het was de bedoeling van de buren, met hun turfschuiten in de Vliet te komen en hun koopwaar naar Delft of Den Haag te voeren,   DIEPEVEEN, Vervening Delfl. en Schiel. 124 [1950].
Turfschuur (4), mnl. torfschure [1329], schuur voor het opslaan van turf.
Alsoo door timmeren van de E. heeren van Dordrecht des regents turffschuyr (behoorende bij hetStaten-Collegevoor bursalen) wechgebrocken sal werden, dat boven de somerkeucken wederom plaetse moghe gemaeckt worden om de turff te legghen,   R.G.P. 29, 148 * [1620].
Wel wat was hy lestmael mal; En het had met hem den besten val, Doen hy Griet, de Turf-schuyr uytstiet, En Teeuwis met zijn Wijf, Holp aent gekijf,   Delfs Cupidoos Schighje 77 [1652].
Wanneer zy goed vonden openbare turfschuuren op te rechten, waaruit aan een yder voor gereed geld deeze noodzakelyke stoffe ter verwarminge wierde verkocht enz.,   Verh. Holl. Maatsch. Weet. 16, 67 [1775].
Een kamertje, dat meer op een turfschuur dan op een kamer gelijkt,   V. EEDEN, Dagb. 2, 38 [1879].
In de derde klasse (van een brandverzekering): herbergen, tapperijen …, turfschuren en windwatermolens,   Onderz. Landb. 1886, 25, 14 [1890].
De turfschuren, ter weerzijde de zijmuren van den oven gebouwd,   SCHELLING, Steenb. 21 [1909].
Ten dienste van dit overladen (in het buitenwater) waren op de dijken turfschuren gebouwd, waar de turf kon worden opgeslagen,   DIEPEVEEN, Vervening Delfl. en Schiel. 130 [1950].
Bep. als droogschuur van een bijz. gedaante.
Turfschuur. Dit was een grote, rechthoekige schuur met rieten dak. De wanden bestonden niet uit aaneengesloten planken, maar uit brede latten met open tussenruimten om de wind toegang te geven en 't volkomen drogen van de turf te bevorderen,   STAPELKAMP in Ts. 71, 136 [1953].
Turfsjouwer (4).
Turfsjouwer. Turfdrager,   BOEKENOOGEN [1897].
Turfsjouwer. Droge turven stapelen, laden, lossen en kruien,   Beroepeninvent. 3, 13 [1946].
Turfslaan (4).
Andere uuytgeven aen turfslaen: R. C., moermeester, van 71/2 last slachturffven, die hij bestaet heeft gehadt aen P. C., arbeyder, te slane op 's Heeren moer onder Mer,   R.G.P. 140, 11 [1568].
Turfslag (4); voor de bet. van het 2de lid zie SLAG, 53).
Zoodra … op den ondergrond, door het allengs weggraven van het bovenveen, genoegzame ruimte is ontbloot, om ook daarop de turfslagen te plaatsen, wordt de turf in het algemeen weinig meer op het bovenveen … gebragt,   STEMFOORT, Veengr. 26 [1847].
Turfslede (2 of 4), zekere soort van slede voor het vervoer van turf.
Zet op die (ruwe platte) sleê nu ter wederzijden een schot, dan is 't een turfsleê of boeremelksleê geworden,   Oude Tijd 1871, 357.
Vort met den keizer (Napoleon I), gooi hem op de wagen, Met al zijn prefects …, Op een turfslee met dat volk, dan kunnen zij nog rijden,   WOUTERS en MOORMAN, Straatl. 2, 38 [1934].
Voor het verplaatsen op het heideveld … van de gestoken turfblokken, dienden een draagberrie of, bij gebruik van paardekracht, een turfslede,   WEYNS, Turven in de K. 7 [1960].
Turfsleeper (4).
Men (heeft) (in zekerHuiszitten-Huis”) in daghuur, en des winters alleen …, twaalf Turfsleepers, twaalf Bestelders enz.,   WAGEN., Amst. 2, 275 a [1765].
Turfslik (4).
Door een gereekend wordt aan een Baggerman voor ieder Roede Turfslik betaald 16 stuivers,   KOPS, Mag. v. Landb. 5, 198 [1810].
Turfsnijder (4), iem. die vastgetrapte turfbagger met behulp van een verticaal tusschen twee wieltjes bevestigd mes, langs getrokken lijnen tot turven snijdt (Beroepeninvent. 3, 11 [1946])).
Turfsoort (4).
Ik heb bij het onderzoek, onder andere, van eene turf-soort 68–69 p.c. humus-zuur in dezelve gevonden,   Nat. Verh. Holl. Maatsch. Wet. 16, 2, 33 [1828].
Men heeft turfsoorten, die men bijna tot de bruinkool kan brengen,   Alb. d. Nat. 1868, 1, 231 [1868].
Een lijst van eenige der belangrijkste turfsoorten in Noord-Brabant en Limburg,   N. R. C. 11 Jan. 1916, Avondbl. C.
Turfspade (4), zekere spade, gebruikt bij het steken van turf. Vgl. turfbot en turfschop.
Turfspa. (Dijkw.) Kleine smalle spa waar men turf mee steekt. Het ijzeren blad is langwerpig van vorm,   JOOS [1900-1904].
Een pavoet en een turfspa, die bij het turfsteken te pas komen,   EBBINGE WUBBEN 47 [1907].
  GALLAS [1936].
— Tuynscheer. Taarte … Trekmes … Turf-spa,   HAKVOORD, Letterk. 13 c [1743].
  EDELMAN, Tiesing 296 [1943].
Turfspecie (4).
Deze grond uit eene tamelijke goede Turf-specie bestaande, zoo heeft men hiervan op eene andere manier, als zulks hier omstreeks gebruikelijk is, partij getrokken,   KOPS, Mag. v. Landb. 4, 461 [1808].
Een groot deel turf blijft, den winter over, op 't veld, en wordt eerst in 't voorjaar afgeleverd … Gebeurt het, dat de turf niet volkomen droog is …; dan vervriest de kracht van de turfspecie, ze wordt sponsachtig ligt, en voor den handel van weinige of geene waarde,   NASSAU, Bedenkingen Wet Turfaccijns 21 [1843].
Turfspitter (4).
1°. Hij die turf steekt.
Turfspitter, zie Turfsteeker,   HALMA [1729].
  DES ROCHES [1769].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
— (Een groote compositie) heb ik reeds op touw. Dat zijn n.l. turfspitters in het duin. 1 meter bij 1/2 meter ongeveer. Herinnert ge u ik u vertelde van dat het daar in 't duin zoo'n mooi geval was. Het heeft iets van 't opwerpen van een barricade,   V. GOGH, Br. a. V. Rappard 162 [1883].
  ROMEIN, Erfl. 4, 262 [1940].
2°. Voorwerp waarmee men turf steekt. Alleen in enkele wdb. aangetroffen. Vgl. turfsteker, 2° en turfstikker, 2°.
Turfspitter. Voyez Turfsteker (”Louchet à aile”),   OLINGER [1882].
  KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
  HEREMANS [1869].
Turfstaaf (7).
Deze zwakke of geringe persing heeft plaats in de bekende kleimolen-cilinders … Persen heeft daarbij niet plaats, maar slechts een drukken, teweeggebragt door de plaatsing der messen en de zwaarte van de kolom veen, die den cilinder vult, waardoor uit de openingen aan den voet des cilinders turfstaven naar buiten worden gebragt,   Volksvlijt 1865, 117 b.
Turfstapel (4).
Aan weerskanten (van een heideveld) … waren blijken van werkzaamheid …; hoopen met plaggen (heizooden) en turfstapels vertoonden zich alom,   V. LENNEP, Dagb. 108 [1823].
Men moet (tegen broeiing of kiemschieten) … de voederaardappelen steeds tusschen twee turfstapels, in een turfmagazijn, op eene drooge plaats, of met eene zware laag van aarde bedekt in de vrije lucht, bewaren,   Schatk. v. a. St. 1843, 43.
Deze koe was minder een verlies dan een ongewild middel tot wraakneming voor … de turfstapel, voor … de turfbakken en turfscheppen … Want dit alles was nu in beslag genomen,   VESTDIJK, Iersche Nachten 54 [1946].
Turfsteek (2) (Kempen); zie de aanh.
Turf wordt niet uit den grond gehaald: het is de oppervlakte der hei, met de wortels, ”schadden”. Hij kan alle dertig jaren gestoken worden. Zulk tijdverloop is een ”turfsteek”,   G. SEGERS in D. War. 1911, 1, 69.
Turfsteen (4).
1°. Naam door HOUTTUYN gegeven aan zekere madrepore.
De bynaam van Cæspitosa, die door G. aan deeze Soort van Madrepore (of Sterrekoraal, hier gebundeld met spilronde koralen) gegeven wordt, zal van de Klompagtige gedaante afkomstig zyn. Ik noemze derhalve Turfsteen,   HOUTTUYN, Nat. Hist. I, 17, 146 [1772].
2°. Voor de bet. van het volg. zie de 4de aanh. onder turftonster.
Indien … aan boord getond werd, zakte de turf niet genoeg, zoodat de maat voor de bleekers onvoordeelig uitviel … Vandaar, dat het verzoek werd toegestaan speciale turfsteenen aan de Jan Gijzenvaart onder Schooten te plaatsen voor het turftonnen ten behoeve van de bleekerijen,   REGTDOORZEE GREUP-ROLDANUS, Haarl. Bleekerijen 185 [1936].
Turfsteken (2 of 4, a).
Turfsteken. Action de tourber, d'enlever la tourbe avec la bêche, avec le lochet; action de diviser la tourbe,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
  KUIPERS [1901].
— Het groote veen, waar hij hielp turf steken en modden (baggeren),   HEUVEL, Boerenlev. 438 [1927].
Een mechanisatie …, die aan het oude, krom-gebogen turfsteken voorgoed een einde (kwam) maken,   Volkskrant 27 Febr. 1974.
Turfsteker (4).
1°. Iem. die het turfsteken als beroep uitoefent.
Turfsteker. Vn fouisseur & faiseur de tourbes. Fossor cespitius,   PLANT. [1573].
  HALMA [1710].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
— Stikkel-plank, waarop de stikker of turf-steker staat. Drenthe,   Cat. Kab. v. Landb. Leiden, n° 360 [1851].
”Er zyn al zeven kinderen in het dorp dood (aan zekere besmettelijke ziekte) sedert Sint Peeter”. ”Negen, negen, Jan. Gy vergeet zeker de twee meiskens van den Torfsteker uit de Moeren”,   CONSC., M. Job 45 [1856].
Waar nog een eeuw terug voor lage lonen turfstekers zwoegden in het Peelmoeras,   FRANS BABYLON in Brabantia 5, 165 [1956].
(De Peel) veranderde van aanschijn. Turfstekers stonden in het veen, zetten hun turfveldje uit, bonkten het af en staken de stikker in de glanzend zwarte veenlaag,   KORTOOMS, Zw. Goud 100 [1962].
2°. Voorwerp waarmee turf gestoken wordt. Alleen in enkele wdb. aangetroffen. Vgl. turfspitter, 2° en turfstikker, 2°.
Turfsteker. Louchet à aile,   OLINGER [1822].
  KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
  HEREMANS [1869].
Turfstekerij (4), het turfsteken, resp. (in de eerste aanh., in een opsomming) plaats waar turf gestoken wordt.
  G. DE VRIES, Zeew. [1864].
Dat de oorspronkelijke bevolking door de eeuwen heen naast de akkerbouw en veehouderij … ook aan eigen brandstofvoorziening deed door turfstekerij, staat wel vast,   Neerl. Volksl. 14, 245 [1964].
Turfsteupel; zie turfstapel.
Turfstikker (4).
1°. Iem. die het turfsteken als beroep uitoefent.
Op het werk van den Trapper, volgt dat van den Turfstikker of Riemer. Dezelve komt insgelyks met Treeborden aan de voeten op het Veen, en heeft een werktuig in de hand, dat men den Stikker, de Stikschup, en 't Steekyser, of ook Riemyzer noemt … Derzelver breedte is ruim elf a twaalf duimen, den houten steel maakt men doorgaans zoo lang, dat het werktuig, onder de hand van den Arbeider, met gemak rechtstandig nedergedrukt kan worden,   BERKHEY, N.H. 2, 570 [1770].
(Na het plat trappen) komt een ander, die den naam van Turfstikker voert, en steekt met een ijzer, genoemd de Stikker of Stikschop, het veen eerst aan de lange riemen, naderhand dwars door, en maakt dus vierkante turven,   MARTINET, Verz. Spreekw. 7 [1829].
De turfstikker of riemer, die de turf afsteekt en er den vereischten vorm aan geven moet.   Oude Tijd 1869, 354 b.
De turfstikker of riemer steekt de turf af,   Uitkijk 3 Oct. 1964, 19 a.
2°. (Gron.) Voorwerp waarmee men turf steekt. Vgl. turfspitter, 2° en turfsteker, 2°.
Törfstikker, 't steekiezer, om het veen in turven te steken,   TER LAAN [Westerwolde, 1929].
Turfstof. 1° (3 of 4). Stof afkomstig van turf, resp. turven.
Turfstof. Poussière de tourbe,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
  V. DALE [18981950].
Turven-Stoff heeft in-saem Waerde: Lucht en Vyer en Vocht en Aerde,   V. D. VENNE, Sinne-vonck 30 [1634].
2° (4). Stof welke geschikt is voor het winnen van turf.
Turfstof, (Chim.). Substance tourbeuse,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wbd. [1862].
De hooge veenen hebben zich op vochtige plaatsen … gevormd uit moerasplanten, die op de plaats groeiden, afstierven en, in een volgend jaar, door een nieuw gewas gevolgd werden en zoo vervolgens; terwijl de oudere lagen, meer en meer ineen zakkende en zamenbakkende, die turfstof leveren, welke gestoken en gedroogd zijnde, onder den naam van langen turf bekend is,   ENKLAAR, Handb. Landb. 17 [1854].
De turfstof wordt in de lage veenen uit het water opgebaggerd, of in de hooge veenen afgegraven,   HOFDIJK, Voorgesl. 4, 209 [1862].
Turfstoken (4, c).
  KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Turfstorter (4).
(In hetHuiszitten-Huis”) aan de Oude zyde, daar de Suppoosten ook bestelders der turf zyn …, heeft men maar zes Turfsleepers, twintig Schuurwerkers en zes Turfstorters,   WAGEN., Amst. 2, 275 a [1765].
Turfstouwer, turfstouwster, resp. turfstuwer, turfstuwster (deze vormen alleen in wdb. van WEIL. [1810] tot en met V. DALE [1898])), man of vrouw die turf stapelt, hetzij aan den wal of in schepen. Veroud.
Turf-stouwster, A woman that Stow (sic) the Turf,   HEXHAM [1678].
Turfstouwer of -stouwsters zyn de werklieden, die de turf stapelen aan de steupels, schoven, in de schuren en vaartuigen, aant.   [± 1850].
  BOMHOFF [1857].
Turfstouwers, Turfstouwsters, pers., die de turf in schuiten laadt,   KUIPERS [1901].
— De Heeren Burgermeesteren (hebben) goet gevonden …, dat de Turfstouwsters vry sullen wesen yet tot behoef van de Bosse (voor zieke en arme leden van het Turfdragersgilde) te betalen; mits dat sy-luyden wederomme daer uyt niet sullen profiteren,   Handv. v. Amst. 1453 a [1619].
Turfstrooisel (zie ald.).
Turfstuik (2 of 4) (Z. en O. van ons taalgebied), stapel turf.
Turfstuik. Hoop droge turf — een paar karvrachten — in de heide opgestapeld om pas later, na het turfseizoen, ingehaald te worden,   GOOSSENAERTS [1958].
— 't Törftoorntje, torenvormig törfstoekje op het veld, om te drogen,   TER LAAN [1929].
Turfstuipel; bij BOEKENOOGEN in den vorm turfstupel (ald. ook stuup, bochel), elders in dien van turfsteupel, wsch. hetz. woord. Zie voor een voorb. van het enkele steupel hierboven onder turfstouwer.
Turfstupel; zie Stupel (”stapeltje turf, in de veenderijen”),   BOEKENOOGEN [1897].
— In de vrije natuur kan men de eerste jonge veldmuizen reeds zeer vroeg in het voorjaar … op een beschut plekje, onder een hooimijt … of een turfsteupel aantreffen,   IJSSELING en SCHEYGROND, Zoogd. 262 [1943].
Turfstuwer, turfstuwster; zie turfstouwer.
Turftapijt (7).
Turftapijt, uit grove turfvezels geweven vloerkleed,   V. DALE [1914].
Turftas (2 of 4) (Kempen).
Turftas. De turf zoals hij in het turfkot opgestapeld zit,   GOOSSENAERTS [1958].
— Den torf tas,   in a. w. 772 a [Kalmthout, 1683].
Turfteef (4), minachtende naam voor een turftonster of -vulster, vervolgens scheldw. in het alg. Sinds lang veroud.
Hij vertrock hoe die turfteven haer versetteden tegens den lantluyden,   WOUTER JACOBSZ, Dagb. 1, 415 [1574].
Gy hoer, gy slet-vinck, gy ammerael vande turf-teven,   BREDERO 1, 247 [c. 1612].
Jou Pry, jou Hoer, jou Varcken, de kop sal ick jou breecken, Her her jou Kolrijster, jou Turf-teef,   V. ARP, Cl. Klick A 2 v° [c. 1631].
Kijck wie kant ghebeteren, ja soo waer as ick leef, Had ick niet liever een Turf-teef veur heur (mijn echtgenoote) te gheef, Soo vuyl en swart as een Schoorstien of een bulleback,   BORMEESTER, Doeden A 2 r° [1643].
Turfteeken (4); op de volg. plaats zooveel als turfloodje, of turfpenning.
In den catalogus van het Penningkabinet van G. van Orden, komt … voor een turfteeken van Nijmegen, anno 1577,   Nav. 12, 114 a [1862].
Turfteer (4), uit turf afkomstige teer.
Het turfteer had een S. G. van 0.896 tot 0,965, zijne kleur is koffijbruin …; het is verder taai zonder daarbij dikvloeijend te zijn. Het wordt voornamelijk gebruikt om daaruit vloeibare en vaste producten ter verlichting te bereiden, zooals turfphotogeen …, gasolie … en paraffine,   V. TRICHT, Wdb. d. Scheik. 8126 [1868].
  Vivat's Encyclop. 7334 b [1906].
Teer wordt verkregen door droge distillatie van de een of andere stof en draagt den naam van de stof, waaruit zij is verkregen. Zoo heeft men houtteer, steenkolenteer … en turfteer,   NOORDRAVEN, Beladen 102 [1928].
Droge destillatie van turf levert gas, maar daarnaast turfteer,   Groene Amst. 18 Dec. 1948, 2 e.
Turfteller (4), mnl. torfteller [2de h. 15de e. ]; oo de volg. plaats aangetroffen, misschien met de bet. van ”gierigaard”: vgl. duitenteller, gortenteller.
Oudeman …, aschvijster, torftelder,   SMYTERS, Epith. P 6 v° [1620].
Turftelster (4), mnl. torftelster [na 1446], vrouw belast met het tellen van turf. Sinds lang veroud.
Dat nyemandt van den turfftelsters turff en beghinnen te tellen zy en hebben eerst een teycken van den excysenair,   Rechtsbr. v. Gouda 225 [1507].
Dat geen turffdrager off turfftelster eenige turff … thuys zullen mogen dragen … uuyt die schepen daer zy turff tonnen, tellen off dragen,   409 [1578].
Turftiend (4), belasting op de opbrengst aan turf. Alleen nog als hist. term.
Koorn-tienden, Turf-tienden, en Smal-tienden,   bij V. D. SCHELLING, Holl. Tiendr. 2, 215 [1602].
Alsoo door het ontgronden der Landen … de selve Landen werden gebracht in dien Staet, dat van de selve Landen geen Thienden meer en souden kunnen werden getrocken …, soo zijn die geene, die de Thienden aldaer competeert, gerechticht tot de Turf-Thienden, dat is tot het heffen, ontfangen ende genieten van den Thienden ofte ten minste den elfden Tonne-Turf van 't geene aldaer gedolven, getrocken, ofte geslacht-turft wert, ofte in plaetse van dien te genieten alsulcke Somme van Penningen jaerlijcx, als tot redemptie van dien onderling is geaccordeert,   BORT, Dom. 55 a [± 1670].
  V. D. SCHELLING, Tiendr. 223 [1721].
De Derritienden, anders genaamd Moertienden, heedendaags Turftienden,   V. MIERIS, Beschr. v. Leyden 690 a [1770].
(De) zoogenaamde turftienden (in het land van Vianen), welke nergens … in natura, maar met zeker quantum in geld, onder diverse namen … genoten worden, zoo als mede genoegzaam algemeen gepractiseerd wordt omtrent de aardappelen-, meekrap- en tabakstienden,   Ts. Staathuish. 14, 167 [1857].
De pastoor van Nootdorp genoot rechtens de tienden van alle turf, die er in Nootdorp gedolven werd … Misschien kwam er omstreeks het jaar 1500 eenig verzet tegen deze turftienden,   Haarl. Bijdr. 56, 105 [1938].
Turftjalk (4), tjalk voor het vervoer van turf. Alleen nog als hist. term.
Zy noodzaakten, door middel van hun geschut, een voorbyvarende turftjalk by te draaien en de overgaaf daarvan te eischen,   J. V. LENNEP, Lev. v. C. v. L. 2, 82 [1861].
Op een turftjalk aan den wal liep een hond heen en weer,   V. SCHENDEL, Rijke Man 21 [1936].
Het zeilvrachtschip De Hoop (uit 1890) … 96 ton, afkomstig uit Zwartsluis waar deze Drentse turftjalk de laatste jaren heeft gediend als woonschip voor enz.,   N. R. C. 22 Dec. 1970.
Turftol (4), belasting op verhandelde turf. Thans alleen als hist. term.
Requeste borghemeester, schepenen ende raedt der stede van Campen belangende het torfftol van Swaertesluys ende Blocksijl,   R. G. P. 41, 386 [1582].
Dat zyn Hoogheid wordt verzogt de Turf-tol eens in consideratie te willen nemen, vermenende de ingezetenen een ondugtige tol te zyn van 't Oostermoer,   Ned. Jaerb. 1748, 778 [1748].
Drie Requesten en Bylagen van Veengenooten of Veen-coloniën in Drenthe, alle verzogt hebbende prolonguatie van Vrydommen van Hoofdgeld, Hoorngeld, Haardstede-geld, en Impost op Turf of Turf-Tol,   Notul. Staatsbew. Bat. Rep., Nov. 1803, 108 a.
Turfton (zie ald.).
Turftonnen (4, b); zie ook een voorb. onder turfdragen.
Turf-tonnen, To ton Turf,   HEXHAM [1678].
  V. DALE [1872].
— Aen Teunis ende sijn vrauw voir dachhuyr ende voor turfftonnen saemen f 7:10: —,   in Econ.-Hist. Jaarb. 11, 145 [1653].
Indien … aan boord getond werd, zakte de turf niet genoeg, zoodat de maat voor de bleekers onvoordeelig uitviel … Vandaar, dat het verzoek werd toegestaan speciale turfsteenen aan de Jan Gijzenvaart onder Schooten te plaatsen voor het turftonnen ten behoeve van de bleekerijen,   REGTDOORZEE GREUP-ROLDANUS, Haarl. Bleekerijen 185 [1936].
Hierbij: turftonmand. Vgl. voor de aanh. turfmand, 4de al. en turfton, 2de al.
't Scheen, men smeet by turftonmanden Bravissimoos en bravoos om,   BILD. 13, 233 [1818].
Turftonner (4), man die bij het lossen van turf deze beroepshalve overdoet in turftonnen om ze te meten. Minder gewoon dan turftonster. Thans alleen als hist. term.
  WEIL [1810].
— Geene turfdragers of turf-tonders en tonsters, of andere persoonen, arbeydende den turf …, ofte andere licht-ontfonckende waren, sullen vermogen in het op-doen ofte arbeyden, omtrent de selve waren, toeback te drincken,   Keuren v. Leyden 69  (ed. 1658).
Ik ondergeschreeve … Turftonder binnen … beloove ende zweere, dat ik geenerlye Turf zal tonnen of bewerken uit eenige Scheepen …, als waar van my gebleeken is dat (aanhef v.formulier van eed”),   Gr. Placaetb. 7, 1357 b [1749].
Turfdraagers, Tonders of Tonsters, en andere, door de Overigheid aangestelde Persoonen; die dit werk byzonder verrigten, om de gerechtigheid in de Turfmaat te handhaaven,   BERKHEY, N.H. 2, 587 [1770].
Commissies als schoolmeester en koster …, marktschipper, klap- of nachtwaker, turftonder, waagmeester enz.,   Versl. 's Rijks oude Arch. 28, 489 [1905].
Turftonster (zie ald.).
Turftoren (4), stapel turf. Zie ook een voorb. onder turfstuik.
Turftoren. De opeengestapelde turven om vuur te maken,   JOOS [1900-1904].
Turftrappen (4, a).
Voor een leek is dat trippelen met kromme knieën en gebogen lijf een koddig gezicht, maar het turftrappen behoort tot het vermoeiendste werk in de veenderij,   E. Haard 1905, 374 a.
Na enige dagen is er zoveel water uit (t.w. uit het uitgespreide laagveen) gezakt, dat met turftrappen begonnen kan worden, waardoor de massa dichter wordt,   V. OSS, Warenk. 234 [1936].
In de volg. aanh. bij verg.; ook wel gezegd m.betr. t. de knedende bewegingen met de pooten van een zich behaaglijk voelende poes.
Zodra zij (zekere meeuwen) het (kluitje modder) … hebben laten vallen, gaan zy druk … staan poottrappelen …, bij het toenemen van de hoeveelheid bijeengebrachte modder brengen de twee vogels …, al turftrappend, een stevig fundament op de rots aan,   Syllabus R.V.U. 17 Juni 1954.
Turftrapper (4).
1°. Hij die turfbagger samentrapt.
  BOMHOFF [1857].
  V. DALE [1898].
— Den turf wordt … met water tot brij gemengd. Deze brij spreidt men uit over het land, men laat ze gedeeltelijk drogen, en daarna aantrappen door de turftrapper,   Uitkijk 3 Oct. 1964, 19 a.
Hierbij: turftrappersplankje.
Zoo ze allen (t.w. de schoenen) … naar de mode van den tijd der bestelling gemaakt waren; bij voorbeeld, met scherpe punten …, zou hij (de jongen) ze welligt het volgende jaar niet meer bezigen kunnen, wanneer men ze mogelijk met vierkante teenen, even als turftrappers plankjes, zou moeten dragen,   FOKKE, Verz. W. 7, 4 [1809].
2°. Verbreede klomp zooals door turftrappers gedragen.
  KOENEN [1909].
  V. DALE [1950 ].
3°. Schertsend, dan wel minachtend voor een lompe, grove soort van schoenen, blijkens o.m. DE BEER en LAURILLARD [1899], en V. GINNEKEN, Handb. 2, 454 a bep. bij militairen voor het gebruikelijke schoeisel.
Turftrapper …, lompe soort van schoen,   V. DALE [1898 ].
— Het was mij op zijn minst vijfenzeventig maal gebeurd, dat hij, … naar de punten van mijn schoenen loerende, mij had afgevraagd: ”Waar laat je die turftrappers maken?”   BEETS, C.O. 28 [1839].
  STAPELKAMP in Ts. 71, 132 [1953].
Voor hem (den soldaat) bestonden alleen: een piot …, de (sigaren)kistjes of turftrappers enz.,   APIE PRINS, Baan 166 [1958].
Turftreden (4, a).
O bloet sy kan so karnen, en so voeren …, en so turf treen, Je meucht deyncken of sy niet proper is, sy claertet mit heur voeten, Daer angdere wel goet schick een planckje hebben moeten,   Kl. v. e. Huysm. Kir° [± 1620].
  BARON, K. Louwen A 2 r° [1667].
Turftreder (4), hetz. als turftrapper. Door PERS (zie Dl. XVIII, 1224) gebruikt als denigreerende term en vermeld door WEIL. (s.v. Treder). Bij PELS evenzoo het vr. turftreedster.
(Rembrandt) Die …, Als hij een' naakte vrouw … Zou schild'ren, tót modél geen Grieksche Vénus keurde, Maar eer een' waschter, óf turftreedster uit een' schuur, Zyn' dwaaling noemende navólging van Natuur,   PELS, G. en M. d. Toon. 36 [1681].
Turftrekken (4, a); vgl. turftrekken onder TURF (II).
Turf trekken, turf baggeren, en met het baggernet modderen,   V. WINSCHOOTEN, Seeman 316 [1681].
— Poghende den Kooper … de verkofte Landen uyt te trecken tot Turf, ende een goet deel derselver gantsch vruchteloos te maecken, soo als hy van Martio lestleden tot noch toe sterck met Turftrecken doende is gheweest,   V. ALPHEN, Papegay 310 [ed. 1658].
Turftrekker (4), arbeider die veen opbaggert met een beugel.
Turftrekker, is de werkman die het veenslijk met den trekker uit de diepte haalt, aant.   [± 1860].
  V. DALE [1950 ].
— Een Turf-trecker, een Sloot-graver of diergelijcke Dach-looner verlangt met recht nae sijn heyligh avond, om sijn vermoeyde leden te rusten,   SPRANKHUISEN 7, 64 b [1647].
De eerste arbeiders die in 't voorjaar bij 't begin van de turfcampagne het veenland introkken, waren de turftrekker … en de losser. Zij verwijderden eerst de humuslaag, die op het veen gevormd was … De ”trekker” haalde met de trekbeugel het natte veen, de slik, uit het water op en deponeerde het in de trekbak,   STAPELKAMP in Ts. 71, 129 [1953].
Turftrekkerij (4), plaats waar turf getrokken wordt.
Ik (raakte) van den weg of, en kwaemp te lande in 'n vaentien, dichte bij 'n törftrekkerije,   STEENBERGEN in V. d. Schelde t. d. W. 1, 613 [Hoogeveen, 1882].
Turftrommel (4).
Turftrommel. IJzeren of blikken bak met deksel, tot berging van turf,   BOEKENOOGEN [1897].
Turfuitzetter (4) (Gron.), ”iemand, geen turfschipper zijnde, die de turf bij kleine hoeveelheden verkoopt” (MOLEMA 292 a [1887])).
Turfvaarder (4).
Het gegraven Veen maakt een sterken afvoer noodzakelijk langs nieuw gegraven vaarten, 't geen eene nieuwe opwekking geeft aan de Scheepvaart …; terwijl het product van Turf in de Veenen zelve een aanmerkelijke tak van handel wordt. — Naast deze bronnen van welvaren opent zich vervolgens eene voor den Landbouw, die den Veender, den Handelaar in Turf, en den Turfvaarder een toevoegsel van welvaren bezorgen,   KOPS, Mag. v. Landb. 2, 63 [1805].
Turfvaart (4).
1°. Tamelijk ondiepe en smalle vaart dienende voor den afvoer van turf. De ben. leeft vooral voort als toponiem.
Turfvaart. Een van de niet brede en niet diepe kanalen waarlangs allerhande turf uit het N. W. van de Antwerpse Kempen naar het Noorden toe gevoerd werd,   GOOSSENAERTS [1958].
— Item hebbe oock vertoont de toúrfvaert ghegraven oft gemaeckt inden iare 1710 door de ettinghe ende hoeijbemdt hierboven te sien (bijschrift bij een landkaart),   bij GOOSSENAERTS 772 b [1720].
Dat de turfvaart … niet gevlet of bevaren kan worden, doch zeer zou te verbeteren zijn tot aanmerkelijk voordeel van de heidegronden, tusschen dewelke zij gelegen is,   in Ts. Staathuish. 18, 251 [1800].
Met de ontginning onzer Hooge Veenen ging het voormaals jammerlijk slecht, vooral ten aanzien van diegene, welke niet door den aanleg eener turfvaart aan de snede werden gebragt.   STARING, Voormaals en Thans 206 [1858].
Voor groote turfvaarten heeft men … in Overijsel 6 meter sluiswijdte en 1,70 meters diepte,   E. Haard 1875, 278 a.
2°. Het vervoer van turf als handelsbedrijvigheid.
Nadat de veenkoloniale turfvaart zich omstreeks het begin van de negentiende eeuw voor den afzet van de turf een uitweg naar zee had gebaand en allengs in vrachtvaart was overgegaan,   WILKE e.a., Scheepv. 150 [1946].
De turfvaart (in Groningen) (groeide) uit tot een belangrijke zeescheepvaart,   HAVEMAN, Ongesch. Arb. 140 [1952].
Turfvat (4); volgens GANDERHEYDEN, Suppl. op MOLEMA [1897] voor: turfbak, volgens KUIPERS [1901] hetz. als turfton.
Turfveen (4), veen, geschikt of gebezigd om er turf uit te winnen.
Turfveen. Terre dont on tire les tourbes,   HALMA [1710].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872 ].
— Alsoe bevonden, dat enige Vijtheemscher inde Torff Veenen van die voorsz. Marcke etlicke Roetallen van Torff gegraeven hebben,   Overijss. Markeregten 4, 18 (hs. 16de e.) [1576].
Het (zyn) nog ruuwe Veenen, dat is, de bovenkorst, met Gras en Planten begroeid, bedekt nog het eigentlyke Turfveen,   BERKHEY, N.H. 2, 559 [1770].
Tot de lage veenen moeten, behalve de in diep en ondiep water gevormde, ook nog diegene gerekend worden, welke op moerassige, maar niet … blank staande gronden ontstaan. Voor het gebruik als turfveenen, zijn deze zeer zeldzaam dienstig, omdat hunne dikte meestal slechts weinig palmen bedraagt,   STARING, Bodem v. Ned. 1, 49 [1856].
Waar men bruinkolen en turfveenen vindt, kan het vervaardigen van lichtgevende oliën en paraffine een nieuwe tak van nijverheid en volkswelvaart worden,   Boek d. Uitv. 1, 2, 117 [1864].
De Borkeld, dat eenzame hoogland met zijn grinthoogten en turfvenen,   HEUVEL, Boerenlev. 172 [voor 1927].
Voor het turfgraven mag het laagste punt van de glooiing niet meer dan 10 cm boven het te vergraven turfveen liggen,   Ned. Staatscour. 26–27 Juni 1942, Bijv. blz. 3 b.
Turfveender (4), die turf uit het veen wint.
Welligt zou een' turfveender geen onnutten arbeid hebben verrigt, indien hij bij het baggeren van het veen, dadelijk tot het bereiden van dusdanige steenkolenturven (t.w. een mengsel van turf, water en steenkolengruis) overging,   Schatk. v. a. St. 1842, 90.
Turfveenderij (4), plaats waar uit veen turf gewonnen wordt. Veroud. en ongewoon.
Besluit, houdende Maatregelen opzigtelijk de Turfveenderijen. Gegeven den 3den van Slagtmaand 1908,   titel.
Volgens … de … wet van den 3den November 1809, houdende eenige maatregelen ten opzigte der turfveenderijen,   Besl. v. 23 Dec. 1813 (Stbl. 17), a. 21.
Turfveld (2 of 4), veld waar turf gewonnen wordt.
Turfveld. Een ”veld” waar turf gestoken wordt,   GOOSSENAERTS [1958].
— Bemden heyden ende torfvelden,   bij GOOSSENAERTS 772 b [Kalmthout, 1796].
Ze kosten helpen mee 't opmijten als vader mee den kruigen den drogen klot van het turfveld langs den weg van wagensporen neer voer,   COOLEN, D. Licht 87 [1929].
Ik dacht zo …, da 'k oe misschien een plezier kon doen … met een haas, omdat ik het turfveldje heb kunnen pachten, dat ik zo gère had willen pachten.   KORTOOMS, Mijn K. eten Turf¹ 90 [1959].
Turfven (4) (Kempen).
Turfven. Ven waarin meestal dikke turf wordt gestoken. Ligt nog lager dan turfhei,   GOOSSENAERTS [1958].
Turfventer (4).
Johan Engelbert Meenderink, turfventer,   Ned. Staatscour. 19–20 Sept. 1924, 4 a. B.
Hup, turfventer, Elburg,   a.w. 22 Juni 1925, 7 b.
Turfverbruik (4).
Het turfverbruik moge afnemen – geheel uit Nederland verdwijnen doet 't in de eerste zooveel en zooveel jaren wel niet,   Volksvlijt 1865, 119 a.
Turfverkooper, resp. turfverkoopster (4), hij of zij die turf verkoopt.
  HALMA [1729].
  WEIL. [1810].
— (Het Gerecht beveelt), dat de turfvercopers hoer turff nyet en sullen moghen vercopen, voer ende eer zy leggen an de zuytzyde van den Papenbrugghe, daer zy gewoentlick zijn te leggen ende deselve turff te vercopen sonder enighe makelaerdye,   R.G.P. 69, 54 [1524].
Sal den turffvercoper den dragers ofte turffvulsters geen staertgens turff onder 't dexel van molm … geven,   69, 659 [1608].
  Handv. v. Amst. 915 a [1623].
Turfvezel (4 of 7), uit turf verkregen of bestaande vezel, gebezigd voor diverse doeleinden. Als soort- en stofnaam.
Turfvezel, verspinbare vezel uit turf verkregen,   V. DALE [1924 ].
Turfvezel. Vezel, gewonnen uit de stengel en worteldeelen van riet- en wollegrassen. Heeft weinig toepassing,   BONTHOND, Wdb. Manufact. [1942].
— (Machines) dienen om de turfvezels fijn te maken en eene homogene massa te verkrijgen, welke vervolgens door persing van water bevrijd en in behoorlijken vorm gebragt wordt,   WINKLER PRINS, Encyclop. 14, 28 b [1881].
Een product van de turfstrooiselindustrie is … de turfvezel, die gebruikt wordt als pakking voor draineerbuizen,   E.N.S.I.E. 8, 600 a [1950].
Tussen de zuilen (van een eerepoort bij een turfstrooiselfabriek) had men een lint gespannen, speciaal vervaardigd van turfvezels,   KORTOOMS, Mijn K. eten Turf¹ 101 [1959].
Op de zandbodem (van een kweekbak) komt wat turfvezel of goed uitgespoeld veenmos en een bosje fijnbladerige planten,   V. D. NIEUWENHUIZEN, Zoetwaterv. 1, 14 [1967].
Hierbij: turfvezelstof.
  TAS, Textielwdb. [1953].
Turfvim (4); volgens CORN.-VERVL. 2270 [1906] in het N. O. der Kempen in den vorm törfvijm voor: turfmijt.
Turfvletter (4), man die turf in een vlet stapelt. Alleen in enkele 19de-eeuwsche wdb. aangetroffen, evenals vletter, 3). Zie voor het twijfelachtige van deze bet. m.n. vletten (I), 3).
  BOMHOFF [1857].
Turfvletter. Ouvrier qui range les tourbes dans le bateau,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Turfvlijer (4), die turf stapelt, plaatst.
Turfvlijer. der Torfschichter,   Torfpacker, Ned.Hoogd. Wdb. [1846].
Turfvlok (4) (Gron.). 1°. Het wollige of harige van steekturf (MOLEMA; TER LAAN [1929])).
2°. Door HEUKELS [1907] en TER LAAN [1951] genoemd als naam voor: eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum L.), een hoogveenplant, resp. de taaie, vezelige resten daarvan in het veen. Verbastering van *turflok: zie TER LAAN.
Turfvoerder (4). Veroud.
Dees turffvoerders wil ick (Lucifer) meer op micken, die welcke so bedriechgelijck den turff schicken: die best uijtpicken, die leggen sij boven,   Sp. v. d. Hel 16 [± 1560].
Noch betaeldt aen handen van Philippus, turffvuerer, die somma van twaleff dalers, stuck doende dertich stuuers, bij hem met zijn meedehulpers verdient in t halen van twaleff schuijtten turff van Fossuertter veenen ende bij den Staten t gasthuijs gepasseert,   Oork. St. Anth.Gasth. 779 [1583].
Sullen de Turfvoerders gehouden wesen in 't wederom-komen, by Billiet van den Pachter … te doen blijcken, dat den Turf, ter Plaetse by haer aengegeven, is gelost,   Gr. Placaetb. 4, 769 a [1699].
(Het sleepersgilde) zal voortaan … worden geregeerd door drie Vinders, een BurgerSleeper, een Bier-Sleeper en een Turf-Voerder,   Keuren v. Haerlem 2, 258 b [1751].
Turfvoorziening (4).
Krachtens Ons daartoe strekkend besluit kan in het belang der turf- en bruinkolenvoorziening onteigening plaats vinden van onroerende goederen ten name van het Rijk,   Wet v. 11 Jan. 1919 (Stbl. 9), a. 76 m.
Turfvork (4); zie de aanh.
Hij (de haker) verplaatst de turven naar de eene zijde van den veenput, waar een ander (de kaarzetter), gewapend met een viertandige vork, de turfvork, ze opneemt om ze op een kruiwagen … te plaatsen,   EDELMAN, Tiesing 98 [1943].
Turfvorming (8).
Hoe vaster en harder en meer houtachtig haar weefsel is, des te meer bieden de planten, die den turf vormen, weerstand aan de veranderingen, en bij deze soorten van gewassen is dus de turfvorming trager,   Alb. d. Nat. 1853, 1, 79 [1853].
Wanneer de turfvorming plaatsvindt in het water, draagt het veen dat gevormd wordt de naam laagveen (Noord-Holland, Friesland, Utrecht). Gebeurt dit in droge omgeving, dan vormt zich hoogveen (Drente, Overijsel, Friesland, Brabant en Limburg),   E.N.S.I.E. 8, 11 b [1950].
Turfvracht (4).
Turfvracht. Voie de tourbe,   KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
— Betaeldt aen handen van den voersz. feenmeister R. A. die somma van dertich goudengulden als reste van tseuentich gelijcke guldens, hem beloeft tot betalinge van tseuentich schuijtten turffracht,   Oork. St. Anth.-Gasth. 784 [1582].
Het eenig passend middel om de turfvracht van dergelijke gronden (t.w. gronden die aan vaarten liggen) weg te halen was de waterweg,   PRIMS, Antw. Turfdragersambacht 4 [1923].
Turfvuller (4), turftonner. Veroud.
  WEIDENBACH [1808].
Turfvuller (turfmeter), der Torfmesser,   Ned.-Hoogd. Wdb. [1846].
Turfvolders zijn degenen, die tellen, als de turf bij de ton wordt verkocht, aant.   [± 1860].
— Dat de Turfdragers, Turftonsters, Turfvolders, alsmede de Schippers zullen moeten tonnen vier Voet van den Wal, en op Steenen,   Keuren v. Haerlem 2, 317 b [1750].
Turfvulster, — vuur (zie die woorden).
Turfvuurder (4), hij die turf vuurt, d.w.z. opstapelt tot groote, ronde hoopen (vuren).
  Beroepeninvent. 3, 12 [1946].  Techn. W. P. Encyclop. [1953].
Turfwagen (4), wagen voor het vervoer van turf.
  WEIL [1810].
  V. DALE [18721914].
— De heern vorsz. (hebben) ordineert, dat men tsavents den van der wacht in iider boede 3 korven torffs … bestellen sall. Wel dan wort bevonden het torffhuys, de torffwagenen offt ander dingen te schafferen ende beschadigen, sall enz.,   ALTING, Diarium 441 [1678].
Dat niemand sich sal verdrijsten eenige torffwegen jnt venne met torff te stecken toe brengen.   Overijss. Markeregten 15, 16 (hs. 18de e.) [1614].
Twee kloeke paarden, die beurtelings den turfwagen, den ploeg en die nette glimmende chais trekken,   V. DUINEN, Teek. en Sch. 92 [1857].
Tegenwoordig bestaan de vekkens gewoonlijk uit aaneengespijkerde planken; alleen de turfwagen heeft nog wel een vekken van gescheiden latwerk,   BEZOEN, Twente 106 [1948].
Turfwatten (4) (mv.), uit turf bereide watten.
  V. DALE [1914].
Turfwerk (4), opdracht met betr. tot het verwerken van turf.
Dat ook de sackdragers, het koornwerk eerst zullen moeten arbeyden, eer zy aan eenig turfwerk zullen mogen gaan,   Utr. Placaatb. 3, 942 a [1637].
De Turf-Ryders zullen gehouden zyn, als 'er Turfwerk komt, aanstonds na de Turfmarkt te gaan,   Keuren v. Haerlem 2, 261 b [1751].
Turfwerken (4); zie een voorb. onder turfwerker.
Turfwerker (4), mnl. torfwerker (R.G.P. 75, 201 [2de h. 15de e.])).
  Ned. Jaerb. 1750, 393 [1750].
Gelet zynde op het Verzoek, aan hunne Ed. Groot Achtbaare gedaan, door de Turfvoerders …, ten eynde in 't geheel geene Looting, wegens het Turfwerken, mogte gedaan worden op den eersten Dingsdag, na het uytluyden van de Kermis; is, na ingenomen Bericht van den Commissaris van de Turfwerkers, goedgevonden … het voorschreeven Verzoek … te accordeeren,   Keuren v. Haerlem 2, 321 b [1752].
Is het turfbedrijf thans van weinig betekenis meer, toch kan men bijvoorbeeld in Drente de turfwerkers nog wel in actie zien,   Uitkijk 3 Oct. 1964, 19 a.
Turfwinning (4).
  BEZEMER [1934].
— Bij de turfwinning kan men twee putten in een jaar afgraven, zooals wij bij de splittingen hebben gezien, wat bij de baggerbereiding gewoonlijk niet kan,   EDELMAN, Tiesing 103 [1943].
Als men een effectieve methode wist te vinden om de turf te graven, de gronden te ontginnen, dan waren er schatten te verdienen. De ouderwetse methoden van turfwinning vergden te vele kosten,   KORTOOMS, Zw. Goud 63 [1962].
Turfwol (4). uit turf bereide vezelstof.
  V. DALE [1914].
Turfwol is een vezelstof, die verkregen wordt uit een turfsoort, die in Hannover en in Stiermarken voorkomt, en waarvan grove bruine garens gesponnen worden, waaruit ondergoederen en verbandstoffen gefabriceerd kunnen worden,   V. KLUYVE, Handelswdb. [1934].
— Velerlei bezwaren …, hoofdzakelijk betrekking hebbende op … de groote hoeveelheid stof die bij de bereiding van turfwol ontstaat,   Raad v. St., Afd. Geschillen v. Best. 37, 250 [1897].
  V. PAASSEN en RUYGROK, Textielwaren 13 [1965].
Turfzak (4); Mnl. W. noemt voorb. uit 1504 en 1516. In de laatste aanh. pregn. voor: het sjouwen van den turfzak. Veroud.
  WEIL., Handwdb. [1812].
Turfzak, grof linnen zak tot vervoer van turf,   V. DALE [18721914].
— Heb ik gedisponeert … van de volgende ampten in plaatse van G. G. de Wagen op Rotterdam aan W. de L. Turff zak aan J. K.,   in SMIT, Regentendagb. 400 [1781].
Turfzode (2 of 4).
De Watersnippe … is een huisje uit een sprookjesboek; de voorgevel met de kleine raampjes is van leemwand en het achterhuis is grootendeels van turfzoden opgebouwd,   HEUVEL, Boerenlev. 137 [voor 1927].
Een ca. 2 m diepe put, met een mantel van turfzoden die op een vierkant raamwerk van eikehout rustte,   O.K.W. Med. 1963, 540 b.
Turfzolder (4).
Turf-zolder, Un grenier à tourbes,   MARIN [1701].
  WEIL. [1810].
  V. DALE [1872].
— (Zekere opzichter) moet zyn op de Solder … om alle ongelucken van Brand, voor te komen, vermits de Schoorstenen door de Turfsolders heenen gaen,   Handv. v. Amst. 1458 b [1694].
Gaauw? zó was zy (een schoonmaakster) op de turfzolder, en zó, zie ik, koopt zy beneden een Liedje van Het zwaare recht ofte Justitie,   WOLFF en DEKEN, Leev. 1, 255 [1784].
Aan de andere kant van ons huis was de turfzolder, een aparte trap voerde naar boven. Daar werden in de herfst de turven netjes opgestapeld,   V. HILLE-GAERTHÉ, Zwolse mijmeringen 6 [ed. post. 1959].
Turfzwart (4).
Andere soorten (van zwartsel) zijn driebrandzwart, wijngaardzwart, oliezwart, turfzwart (Drents zwart) en roet,   E.N.S.I.E. 8, 485 a [1950].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1976.