Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: TYPO I Volgend artikel: TYPOGRAAF

TYPO-II

Woordsoort: woorddl.

Modern lemma: typo-

Hierna worden in het kort eenige woorden behandeld, die met het voorv. typo- (naar gr. τυπος, zie hiervoor TYPE en TYPUS) beginnen.
Het voorv. komt m.n. voor in een aantal internationale techn. en wetensch. termen, die gevormd zijn met behulp van het gr. of het lat., en die al dan niet door bemiddeling van een andere taal (inz. het fr.) in het ndl. zijn opgenomen.
Typograaf, Typographie (zie ald.).
Typographist, letterzetter, typograaf; drukkersgezel. Eenmaal aangetroffen.
Wy Typographisten (gheven) v (t.w. Lipsius) … lof, Ende zijn v behulpich altijdt sonder sneven Tot desselfs vermeeren; om te brenghen int claer Dat naer v doodt deur nijders moght worden verdreven, Soo van elck boeck maer een exemplaer en waer, Dus zijn wij bereedt t'uwen dienst,   in Med. V.A. 1922, 721 [c. 1607].
Typogravure, (drukk.) photographisch cliché.
Typogravure, photographisch naar de origineele teekeningen genomen en op zink overgebrachte plaat, cliché,   V. DALE [1898].
— Nevenstaande afdruk eener door de firma Goupil photographisch naar de origineele teekening genomen en op zink overgebrachte plaat bewijst voldoende welke uitstekend fraaie resultaten deze methode oplevert. De zink-cliché's worden, ten einde ze voor den druk in de boekdrukpers geschikter te maken, door deze firma gegalvaniseerd afgeleverd en zij noemt de volgens haar methode verkregen afdrukken typogravures,   V. D. MEULEN, Het Boek 130 [1892].
Typoliet, (geol.). Zie de aanh.
Typolithen zijn die soort van versteeningen, waarvan alleen de uitwendige vorm van het werktuigelijk natuurlijk ligchaam is overgebleven. Dit laatste werd, namelijk, bij de vorming van de aardkorst, door nog vloeibare, naderhand verharde minerale stoffen omgeven, maar niet doordrongen, zoo als bij andere soorten van versteeningen; ging vervolgens tot verrotting over, en liet geen ander spoor, dan dat van zijnen vorm, in de hetzelve omgevende delfstof achter,   Nieuwenhuis' Wdb. v. K. en W. [1828].
  W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
Typoliten, afdruksels; steenen, waarin andere ligchamen zich hebben afgedrukt, alvorens die verhard zijn,   WEIL., Kunstwdb. [1858].
Typoliet, steen met afdruksels er in,   BAALE [1913].
Typolithographie, (drukk.). Zie de aanh.
Typolithographie, of hoogsteendruk, is de kunst om door afbijting verhevene figuren op den steen te brengen en dien steen vervolgens met hulp der drukpers tot afdrukken te bezigen,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
  C. DE JONG, Handwdb. [1869].
Typologie, (theol.) leer van de beteekenis van pers., zaken en gebeurtenissen uit een vroeger tijdperk als typen voor die uit lateren tijd, inz. m. betr. t. het Christendom. Zie verder de aanh.
Typologie, de voorbeeldenleer of leer van de voorbeelden in het O.T., d.i. van de aanwijzingen of zinspelingen in het O.T. op het Christendom,   KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
Typologie of Typtiek, een vroeger veel beoefend deel der theologie, waarbij men trachtte in het oude testament typen of voorbeelden voor zaken of personen uit het nieuwe te vinden,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
Typologie: het kunstmatige gebruik van de geschiedenis in de Heilige Schrift, vooral het Oude Testament, als afbeelding van geestelijke waarheden. De historische opvatting, immers de werkelijkheid, werd hierbij gewoonlijk ondersteld, anders dan bij de symbolische opvatting, b.v. in de school van Hegel. De typologie deed dienst om aanstootelijke en geestelooze stukken der Heilige Schrift stichtelijk en geestelijk te maken. Zij werd ook theologisch beoefend, om bepaalde opvattingen met en uit de Heilige Schrift te bewijzen,   AALDERS. Kerk 293 [1919].
Typologie, nauw verwant aan de allegorische uitlegging, maar toch hooger staande, vooral in Hebreeën. Ze is naïever en religieuzer. Ze laat de gegevens uit het Oude Testament in haar eigenaardigheid bestaan, maar stelt ze in de schaduw voor of maakt ze tot schaduw van een veel heerlijker Nieuw Testamentische parallel. Haar uitgangspunt is positief. Tegenover iedere schaduw zoekt men de lichtfiguur van Christus,   V. VELDHUIZEN, N. T. [1920].
Vandaar: typologisch, de typologie betreffend.
In den aanvang (in een handschrift uit de 15de e.) … vindt men een gedeelte der Evangeliën, doorgaans woordelijk afgeschreven. Daarna volgen twee plaatsen uit het O. Testament, die volgens den auteur figuren bevatten, waarin het uit de Evangeliën verhaalde wordt afgeschaduwd. Na deze typologische mededeelingen worden nog twee verzen uit het O. Testament bijgebracht,   MOLL, Brugman 2, 13 [1854].
Typoloog. 1°. (Theol.) Beoefenaar, kenner van de typologie.
Typoloog, een voorbeeldkenner en -leeraar,   KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
2°. Kunstenaar die oog heeft voor de beschrijving van versch. typen; karakterteekenaar.
Buysse's ontroeringen zijn van veel fijnere nuance (dan die van Streuvels). En toch, toch lijkt hij wel breed, borstelig, prachtig waarnemer en typoloog,   QUERIDO, Letterk. Leven 1, 182 [1916].
Typometer, (drukk.) instrument om de afmetingen van drukletters te meten.
Typometer, een werktuig tot naauwkeurige bepaling van den ligchamelijken inhoud en de hoogte der drukletters (door Didot uitgevonden),   KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
Typometer, een werktuig door Didot uitgevonden en gebruikt om de gegotene drukletters te beter te justeren, grootte en vorm daarvan met de uiterste naauwkeurigheid te onderzoeken,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
— In mei 1879 hebben alle Duitsche lettergieterijen een typometer van 300 m.M. lengte aangenomen, welke juist 798 typografische punten geeft,   V. D. WAL, Typogr. 18 [1910].
Typometrie, (aardrk.). Zie de aanh.
Typometrie. De kunst, om landkaarten met bewegelijke letters te drukken, welke door Breitkopf werd uitgevonden,   Nieuwenhuis' Wdb. v. K. en W. [1828].
Typometrie, de landkaartendruk, de kunst om landkaarten even als boeken te zetten en te drukken,   KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
  W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
  C. DE JONG, Handwdb. [1869].
Typometrie, druk van landkaarten; landkaartendrukkunst,   V. DALE [1898].
Vandaar: typometrisch.
Typometrische kunst,   KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
Typotelegraaf, (telegr.). Zie de aanh.
Typotelegraaf, hetzelfde als electromagnetische telegraaf,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
Typotelegraaf, een door Bonelli in 1863 uitgevonden telegraaf, welke de woorden van het telegram meteen opschrijft,   KRAMERS, Kunstwdt. [1886].
  BAALE [1913].
Typotheet, (drukk.) letterzetter.
Typotheta, een Letter-zetter,   HUBNER-WESTERHOVIUS, Kunstwdb. 834 b [1734].
  KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
Typotheet, uit het grieksch gevormde benaming voor een letterzetter,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].
  BOS, Vreemde W. [1912].
  BAALE [1913].
Typotyphus, (med.).
Typotyphus, de afgaande koorts,   W. GEYSBEEK, Wdb. Zam. [1856].

Aanvulling bij TYPO-II

Afl. Typoscript, getypt manuscript.
  BROERSMA, Raap [1970].
  REINSMA, Nieuwe W. [1975].
— Het boek (bevat) een gedeelte van het schema in manuscript — waaruit blijkt dat Vestdijk gespeeld heeft met de gedachte aan een dertiende en veertiende hoofdstuk — en bladzijde 1 in typoscript — waaruit blijkt dat hij nog steeds oude spelling schrijft,   Avenue Aug. 1968, 126 b.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1979.