Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: UITGIETEN Volgend artikel: UITGILLEN I
GTB Woordenboeken: MNW

UITGIFT(E)

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: uitgifte

znw. v., mv. (-e)n. Van uit en gift. Mnl. utegifte.
1.  Het uitgeven van geld. Abstract, als handeling.
Dat men op de uyt-gift der penningen acht slae op dat men die niet tot onnodige dingen verquansele,   PERS, Ontst. Leeuw 732 [1647].
Het (genoemde geld) wordt in den handel by ontfang en uitgift door het gansche ryk gebruikt: zonder dat'er eenigh ander gelt tot den in- en uitkoop der goederen omgaet,   DE BRUYN, Reizen 2, 175 b [1714].
Alle Voogden (hebben), 't zy by uitterste Wille, of by Weesmeesteren gestelt, voor de moeite van hun ontfang en uitgift, den Twintigsten Penning, of vyf ten honderd van hun ontfang,   Amst. Secret. 362  (ed. 1737).
2.  Verordening van overheidswege, keur, ordonnantie. Reeds lang veroud.
Dat men in Goylant van allen ouden tyden gewoon is geweest de uutgifte te doen Odulphi ende de schouwe Lamberti daernae, die met sulcke modificatie gedaen wort dat men die gebreken, die geschout waren, XIIII dagen oft langer tot discretie noch dach plach te geven omme haer dycken noch te mogen maken ende moram purgeren,   Pract. Hof v. Holl. 30 [1579].
Bericht zijnde, door mijnen Schout alhier, van de swaerigheit gemaekt by U Ed., in 't achtervolghen der ujtgifte van Schepenen, noopende U E. dijk,   HOOFT, Br. 3, 318 [1639].
Indien dat een van beyde d'eygenaers een muyr begeert te maecken, anderhalven of twee Hollantsche steenen dick, volghens de uytgifte vande erve, sal den anderen moeten ghedooghen datmen den selven ghemeynen heynmuyr op ghelijcke erve stelle,   Keure Erff-scheydinghe Schoonhoven B ij [1645].
+3.  Geldbedrag dat ter betaling van iets wordt uitgegeven. Thans vervangen door uitgave.
+4.  Het aan ieder van een aantal personen een (rechtmatig) deel geven van een hoeveelheid, voorraad.
5.  (W.g.) Het uitgeven, publiceeren, doen verschijnen (van geschriften, boeken e.d.).
  SEWEL [1727].
  KUIPERS [1893].
— Den Wtgift bij Mr. Jacob Block van het Spel van heer Gijsbert van Aemstel,   bij ALBACH, Gijsbr. v. Aemstel 135 [1638].
Op de tweede uytgift der Psalmen door den Heere B.,   HUYGENS 2, 398 [1658].
Ik (heb) de eer u te berichten, ik mij vooralsnog onmogelijk over het levensvatbare van het u bekende voornemen tot uitgifte van een Nieuws- en Advertentieblad kan uitspreken,   DE MEESTER, Geertje 1, 207  (ed. 1905).
6.  Het ter beschikking stellen in pacht, huur, leen (van grond, land). Vaak in de verb. uitgifte in leen e.d.
Als men … considereert de nature ende conditie van onse rechte Leenen, ende de gelijckformigheyt ende over-een-komste die daer is tusschen de selve, ende de voorverhaelde gewoonte der Romeynen, die de voorsz uytdeylinge ofte uytgifte in den beginne alleen hebbende gedaen voor het leven van de verkryger, ten tijde van de Keyser Alexander de selve eenigsints hebben beginnen erffelijck te maecken,   BORT, Holl. Leenr. 7 a [1649].
Dat iemand, die de formulieren der oudste uitgiften en verlybrieven … beschouwt, die gedurige afwykingen van het beschreven leenrecht genoeg zal kunnen opmaken,   V.D. SPIEGEL, Vad. Recht 110 [1769].
De uytgifte, die Graef Willem … anno 1331 van den Swijndrechtsen waerdt gedaen heeft,   in BAKH. V.D. BRINK, Piscatio 147 [± 1858].
Woeste gronden, voor uitgifte in erfpacht beschikbaar,   BUYS, Stud. 1, 402 [1870].
De Staten (besloten) … om de ambachtsheerlijkheid van Koudekerk als een onsterfelijk leen uit te geven aan den bezitter van de hooge heerlijkheid van Koudekerk …. Deze uitgifte deden de Staten evenwel niet geheel kosteloos,   Gron. Volksalm. 1911, 105.
7.  Gift, geschenk.
De paraphernale goederen …, dewelcke oock het peculium ofte eyghen goedt van een Vrouw ghenoemt worden, om dat sy die goederen buyten des Houwelijcks uytgift afgescheyden, behouden mach,   V.D. SANDE, Gew. Saecken 3, 295 [1652].
Dit Hof erkent van gelijken over heerlijke en hof-hoorighe goederen binnen de Vierdeels van Arnhem en Zutveen geleeghen …; over kerkelijke gunsten en wtgiften, 't zy de zelve by de land-vorstelijke hoogheyd ofte andere werden vergeeven; als mede over 't bezit van alle wereldlijke leenen,   V. SLICHTENHORST, Geld. Gesch. 1, 28 a [1654].
8.  Het in omloop, in de circulatie, aan de markt brengen, het verkrijgbaar stellen (van geld en geldswaardige papieren).
Uitgift, verspreiding, uitgave; (inz.) — van aandeelen, van pandbrieven enz.,   V. DALE [1872 ].
— Een silveren ducaat, die, op 48 stuyvers swaar gelt gestelt, maar 50 stuyvers courant in de uitgift doet,   in Econ.-Hist. Jaarb. 7, 30 [1677].
Aleer dergelijke (onderhandsche) extraspeculatie op de beurs bekend was, ontving Tante een geheimzinnig briefje, en kreeg de voorkeur om aandeelen tegen prijs van uitgifte te bekomen,   BERGMANN, Staas 7 [1874].
Naar de Bank met diverse coupons, van Mr. W. vernomen, de Duitsche Mark nu onder 1 dubbeltje; en verder reusachtige uitgiften op komst van diverse groote Banken, waarmede vele millioenen te moeien,   GOERÉE D'OVERFL., Dagb. 323 [1919].
9.  Officieel afschrift. Thans nog in Vl.-Belg. (zie MAGINELLE en EVENEPOEL, Wdb. Rechtst. [1942]).
Deze overgift (door een borg gedaan) zal bedwang bij aantasting van den persoon des borgs met zich brengen. Eene uitgifte daarvan in forma executoria, zal aan den gene die zich civiele party heeft gesteld, ter hand gesteld worden, eer de beklaagde bij voorraad zal ontslagen worden,   W. v. Strafv., a. 120 [1811].
Zoo de bewaarhouder (van een afschrift van een gelicht officieel stuk) een openbaar persoon is, zal dit afschrift door hem onder zijne minuten gelegd worden … en hij zal daar grossen of uitgiften van kunnen afleveren,   W. v. Strafv., a. 455.
10.  (W.g.) Het ter bewerking geven. Vgl. Uitgeven, 13).
Philips van Bourgondië (heeft) aan zijnen bastaardbroeder Willem … uitgegeven om te bedijken "een ham of hoek slik …" Kort na deze uitgifte is de bedijking tot stand gebragt,   G. DE VRIES, Holl. Noorderkw. 25 [1864].
Samenst.Uitgifteboek (3).
De Gecommitteerde Broederen sullen een ontfangh ende uyt-gift boeck houden, om allen ontfangh ende uytgifte daer in te noteren,   Handv. v. Amst. 283 a [1658].
Uitgiftebrief (6).
Investitura, leen gift-brief, uyt-gift-brief, anvaarding, in-neeming,   KOERBAGH, Wdb. d. Regten 314 [1664].
— Dezen uitgiftbrief, van het uitland voor Strijen,   BAKH. V.D. BRINK, Piscatio 63 [1858].
Men sprak van de uitgifte van een leen, van een erfpacht, van eene bedijking. Zij werd nader omschreven in den uitgiftbrief,   BEEKMAN, Dijk- en Waterschapsr. 1581 [1907].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1980.