Koppelingen:
Vorig artikel: VERBLIJDEN Volgend artikel: VERBLIJEN
GTB Woordenboeken: MNW

VERBLIJDING

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: verblijding

znw. vr.; mv. ongewoon, in de aanh. uitsl. in rijmpositie. Van verblijden met -ing (II). Mnd. vorblîdinge; mhd. verblîdunge. Thans alleen in bijz. st. In sommige gevallen zou verblijding in trans. zin opgevat kunnen worden; het maken van dit onderscheid is echter subjectief.
+ Blijdschap, vreugde.
  SERVILIUS, Dict. Trigl. ZZ 1 r° [1552].
Verblydijnghe: Ioyë,   LAMBRECHT, Naemb. [1562].
  PLANT. [1573].
Verblijding, vreugde, vrolijkheid, joie, allégresse,   V. MOOCK [1846].
— Hoe versche memorie vol wijsheits doerslegen Den acteur thuys leit om zijn verblidingen Ende hoe zij hem ooc vertellet onderwegen Veel diuersche niewe tijdinghen,   PERTCHEVAL, Camp v. d. doot 55 [1503].
Eest dat ghij se (Gods geboden) hout eewelijc verheven, U wert gegeven die hoochste verblijdinge,   A. BIJNS 76 [1528].
Helas! meer droefheit vreest mijn hart dan 't hoopt verblijding,   HOOFT, Ged. 2, 168 [1605].
Van waer kan komen verbreydinghe oft verblijdinghe des herten door de tribulatien, door de Cruycen, door het lijden?   IOSEPH A S. BARBARA, Gheest. Kaertsp. 255 [1676].
Wy gedulden ons in de hoope op de eeuwige verblyding, dat om geen idele dingen zal zyn, maar om het heilige, uit de onuitputtelyke blydschap, welke uit de volheid Gods opwellen … zal,   LUYKEN, Br. 261 [± 1700].
't Gaf vreeze, 't gaf verblijding, Die wonderlijke tijding,   V. ZEGGELEN 1, 149 [1852].
  DAUTZENBERG, Verspr. en Nag. Ged. 35 [± 1860].
Al mijn zangen in mij Zijn boodschappers van vreugd: Zij dragen goede tijdingen, En hemelsche verblijdingen,   VERWEY, Verz. Ged. 1, 47 [1889].
Wie de verblijding der wijsheid kent en de zachtheid van de bespiegelingen wordt door de diepste teederheid bevangen,   ROL. HOLST-V. D. SCHALK, Sonnetten 88 [1895].
De kerk was geheel verlaten … Tamalone herinnerde zich de plek op de steenen waar een meisje gebogen had gelegen … Die kerk van Sinte Maria was de plaats van verblijding,   V. SCHENDEL, Zwerver verdw. 155 [1907].
(We) dùrven … geloven, dat het geen schennis aan zijn nagedachtenis is het lééd te vergeten om in al zingender verblijding hem te herdenken,   H. BRUNING voor G. BRUNING, Nagel. Werk 7 [1927].
Samenst. Als tweede lid in: hartverblijding.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1979.