Koppelingen:
Vorig artikel: VOLANDIG Volgend artikel: VOLANT II

VOLANTI

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: volant

znw. m., mv. -s. Onveranderd overgenomen uit het fr.
Kleine lederen bal waaraan op één punt een "kroontje" van veeren zit, zoodat de bal steeds met de veeren naar boven gericht, neervalt; pluimbal.
Volant. Dus noemt men een kleine bal, met vederen besteken, die met raketten geslagen en te rug geslagen word,   HUBNER-WESTERHOVIUS, Kunstwdb. [1734].
  BUYS, Wdb. v. K. en W. [1778].
Volant, een pluimbal,   KRAMERS, Woordenschat [1848].
  V. DALE [1872 ].
— Terwijl ik bezig met paletten Bij 't venster was, Vloog mijn volan, door 't forsch raketten, Dáár in het glas,   V. ALPHEN 2, 131 (ed. 1838) [1778].
Hy speelt meesterlyk op de Billiard, en met de Volan, schiet op een hair, bemint de jagt met drift: zyne vrolykheid is wat heel woelig,   WOLFF-BEKKER, Adele en Theod. 1, 38 [1782].
Mijn jonker (grijpt) een volant en slaat dien 't venster in,   DE GÉNESTET 2, 226 [1848].
Gij slaat te hard …. Zie nu eens, daar ligt de volant op mama's secretaire,   Moeders schoot 12, 90 [1850].
Een vrouw zonder haar huwlijksman is gelijk een volant zonder kuifjen,   Schoolm. 72 [voor 1858].
Wie den volant het best wist terugtekaatsen,   MULTATULI 4, 117 [1865].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1981.