Koppelingen:
Vorig artikel: VOLDOENDE Volgend artikel: VOLDOENENDHEID

VOLDOENEND

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: voldoenend

het als bnw. gebr. tegenw. deelw. van den verlengden vorm van voldoen. De beteekenis is gelijk aan of sterker dan van voldoend(e). Voor de problematiek omtrent dit woord zie men DE JAGER, Freq. 2, 769 e.v. [1870].
+1.  (Veroud.) Bevredigend, genoegzaam, toereikend. Vooral in de verb. voldoenend antwoord.
  HALMA [1710].  Holl.-Hoogd. Handwdb. [1809].
— Een voldoenend antwoordt,   HALMA [1710].
Sodanig als de saken van de verbandschriften … is affgedaen, zullen dese sake … affgedaen, en UE. begeeren na UE. believen verrigt werden. 't Vereyscht, dat UE. my voor UE. welmeenende en opregten vrund aansiet en my een voldoenend antwoordt … schrijft,   bij KETELAAR, Journ. 320 [1711].
Alhoewel het menschelyk vernuft het rechte beginsel niet heeft, om een voldoenendt begrip van bovennatuurkundige dingen te konnen krygen,   BROUËR. V. NIEDEK, Zinneb. 32 [1716].
De vereniging zelfs van het poëtisch vermogen, met een goed natuurlyk oordeel, is nog niet voldoenende, dat oordeel moet zo gescherpt, zo geoefent zyn, dat het een gezonde smaak gelyk werde, die zonder een ordentelyk onderzoek aanstonds wat behaaglyk, of niet is, weet te voelen,   V. EFFEN, Spect. 1, 187 [1731].
Een stilzwygende toestemming is zelfs niet voldoenend in zaken, die iemandt ten voordeele strekken kunnen, wanneer behalven het toestemmen noch iets anders vereyscht word,   V. HEEMSKERK, Arc. 8  (ed. 1756).
Ik heb geen voldoenend antwoord op myne vraagen gekreegen,   Denker 11, 33 [1774].
Derzelver gedaante (t.w. van zekere bollen) is even als die der bollen, waar van de steunzels des geleiders van het groot Teyleriaansch werktuig voorzien zyn, om het wegstroomen van de electrike vloeistof langs de steunzels voor te komen, en het geen ik toen gevonden heb tot dat oogmerk het voldoenenst te zyn,   Verh. Teyler's Tw. Gen. 9, 315 [1795].
In de wederzijdsche hatelijkheden tusschen de verschillende sekten der Christenen; in de geweldige vermenigvuldiging van afschriften der Heilige Boeken; in de verr' van elkander verwijderde … Genootschappen …; hebben wy het voldoenendst onderpand … voor de zuiverheid en onvervalschtheid der Heilige Schriften,   BILD., Chalmers, Openb. 144 [1820].
2.  (Slechts één keer aangetr.) Voldoening schenkend, een gevoel van tevredenheid geevend.
Voldoenend, hoogst voldoenend is de bewustheid of het gevoel, van vorderingen gemaakt te hebben in het rijk der wetenschappen, maar ook verdrietig, vernederend en onaangenaam dat van niet te hebben kunnen vorderen,   V. GEUNS in V. KAMPEN en DE VRIES, Holl. Mag. 271 [1832].
3.  (Slechts één keer aangetr.) Gul, gastvrij, vriendelijk, beleefd.
Het geen aan bevalligheid en zwier ontbreekt (bij de Nederlanders), vergoed men door overvloed en het geen men noemt voldoenend te zijn. De gastheer of vrouw van den huize overlaad de gasten met vriendschapsbewijzen … en men eindigt met aan beide zijden de genoeglijkste voldaanheid te betoonen,   OCKERSE, Charact. 3, 57 [1797].
Afl. Voldoenendheid (zie ald.).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1981.