Koppelingen:
Vorig artikel: WE Volgend artikel: WEB

WEALDEN

Woordsoort: znw.

Modern lemma: wealden

znw., mv. Uit eng. wealden (< Zuidengelsche landstreek The Weald), met eng. uitspraak.
(Geol.) Ben. voor limnisch-brakke afzettingen omtrent de Jura-Krijtgrens.
De daarop (op de "Purbeck-lagen") volgende eerstgevormde lagen der Krijtformatie heet Wealden of woudenformatie, naar het woudrijke heuvelgebied in Zuid-Engeland, waar deze gesteenten veel voorkomen. De Wealden zijn als een moeras- en deltavorming te beschouwen, bij eene tijdelijke verheffing der bodems door genoemde schommelingen ontstaan,   BLINK, Nederl. 2, 462 [1892].
Samenst. — Wealdenafzetting.
De bezinkingen in deze binnenmeren … zetten zich voort in het tijdperk der Krijtformatie, gedurende de vorming der eerste étages, nl. tijdens de Wealden- en Neocomische afzettingen,   BLINK, Nederl. 2, 462 [1892].
Wealdenformatie.
Wealdenformatie, een grondformatie, die in vele landen tusschen de witte jura- en de krijtformatie in ligt,   KRAMERS, Kunstwdt. [1886].
Wealdenformatie, eng., brak- en zoetwatervorming tusschen jura en krijt; men onderscheidt nog een onderste Wealdenformatie (Purbeck) en een bovenste Wealdenformatie (in z.o. Engeland, het n. van Frankrijk, n.w. Duitschland),   Vivat's Encyclop. [1906].
Wealdenvorming. Hiernaast ook wealdvorming, met een eerste lid < eng. weald.
Deze Wealden-vorming opent in Nederland de rij der gesteenten uit de Krijtformatie. De jongste lagen dezer Wealdvorming komen voor bij Winterswijk,   BLINK, Nederl. 2, 463 [1892].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1989.