Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: ZOEKBRENGEN Volgend artikel: ZOEKER
Gewestelijke variatie: TNZN
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

ZOEKEN

Woordsoort: ww.(st.,zw.,onreg.,trans.,intr.)

Modern lemma: zoeken

ZEUKEN, ZOKEN, ZOUKEN, ZUIKEN, ZUKEN —, bedr., onz. onr. en (gewest.) zw. ww. Onfr. suocan, mnl. soeken, souken; os. sôkian; ofri. sêka, sêza, nfri. siikje; oeng. sécan, neng. to seek, to beseech; ohd. suohhen, nhd. suchen; on. sþkja; got. sokjan. Verwant met lat. sâgio (speuren) en oudiersch saigim. De oorspronkelijke bet. is wsch. ‘op het spoor doen komen’, als jachtterm van honden. Zie voor gewest. vormen met ū en ŭ (Vl.-België), met ou (Gron. en west. dial., b.v. in W.-Vl.), met oo (Tw., een deel van den Achterhoek en west. dial.) en met eu (sporadisch in W.-Nederl.) WEIJNEN, Verg. Klankl. Ned. Dial. 35-39 (en kaartje 13). Zie verder de etym. wdb. en ZAAK. In Z.-O.-Nederl. als zw. ww. en bij GEZELLE met het verl. deelw. gezoken.
A) Als bedr. (veelal abs.) en onz. zw. ww. (met het voorz. naar) en in daarbij aansl. toep., in verb. met een verbaal complement en als bnw. gebruikt tegenw. en verl. deelw. (Zie ook GEZOCHT).
+I.  In bet. met het alg. aspect ‘trachten aan te treffen’ en daarbij aansluitende toep.
+II.  In bet. met het aspect `trachten te verkrijgen, trachten te bereiken'.
+III.  In bet. met het aspect ‘verlangen’.
+IV.  In bet. met het aspect `door denken e.d. probeeren te vinden, te achterhalen'.
+B.  In de verb. ‘te zoeken’. In m.n. oude bewijsplaatsen kan zoeken soms ook op te vatten zijn als een dat. van een vr. znw. zoeke, naast znw. m. zoek. Voor de verb. te zoek(e) vergelijke men ZOEK (I). In de alg. bet. ‘afwezig, weg’.
Afl. Zoekachtig, moeilijk te vinden.
Aerm. My seluen en maeckic niet zouckachtich vry. Elck. Altemets dat jc ooc douckachtich zy,   EVERAERT 287 [1529].
Zoekelijkheid, in de verb. eigen zoekelijkheid: het zoeken van zichzelf, het op eigen voordeel uit zijn; ook als kopp. opgevat.
Maer ghy zijt mijn speciael eenighe wtvercoren duyue, die alle vreese achter rugghe hebt gheset, die alder begheerlicheyt des loons, eyghen bate, gherief, oft eyghen soeckelicheyt hebt ouerleden, ende die my met zuyuerder liefden bemint, puerlic om my zeluen, ende om weder van my ghemint te worden,   ROECX, Gheest. Steen K viiij v° [1577].
Wy moeten ons ontblooten van alle ruste, voldoeninghe profijt, ende eyghen soeckelijckheydt: maar onse ooghe alleen slaen op 't wel-behaeghen Godts,   DE SMIDT, Daegh. Medit. 649 [1671].
De Lessen …, die waeren altemael daertoe treckende, om plaetse te maecken aen de Goddelijcke gratie, om den inwendighen mensch te suyveren, te ledighen, ende te ydelen van allen eyghendom, te weten, van alle onghereghelde affectien, aenkleventheyt, driften ende eyghen-soeckelijckheydt tot de gheestelijcke goederen, gaven ende gratien Godts,   MARIA PETYT 300 [ed. post. 1683].
Zoekenij, in de verb. zoekenij binnen zijn huis, huiszoeking.
Imant weerzeggende zoekeny binnen zijn huis, uit naem van den Heer gedaen, wordt hy verwonnen van roof of diefte, geldt zulks viervout,   V. ZURCK, Cod. Bat. 209 [1711].
Zoekenis, (Vl.) belasting geheven op het beploegen en het bebouwen van het land.
Dies ghelijcx den zevensten penninc van alle de relieven vallende inde groote brieven in Slype ende een vierdync vander zouckenesse ende noch,   in STALLAERT 3, 333 [c. 1540].
Zoeker (zie ald.).
Zoekerij.
1°. Verzoek.
Den eenen die versteckt, off naer sijn ouw ghewenten Ont-fanckt de huer, de pacht, de chijsen, met de renten … Den andren die ont-kent al is hy 't sterf-huys schuldigh. Den derden die altijt voor d'ouders was sorgh-vuldich … versoeckt een goede huer Om sulck een soeckery soo siet een yder suer,   V. WOLSSCHATEN, Doodt Verm. 185 [1654].
2°. Het zoeken.
Wòt een soekeree!, wat een zoekerij!   KEYSER 185 b [1951].
Zoekerse.
IndagatrixSoeckersse,   Dict. Tetragl. 153 c [1562].
Soeckersse, oft sueckersse. Cercheuse. Indagatrix, vestigatrix,   PLANT. [1573].
  HEXHAM [1648].
— Ghij sijt een suekersse des behouders mijnre zielen beghinsel ende eijnde mijnre gheheelre salicheijt Moeder gods neijghe dat aensichte dijns kints tot ons,   Diets Gebedenb. 198 [151.].
Zoeking (zie ald.).
Zoekster.
Zoekster. Chercheuse,   DES ROCHES [1769].
  KRAMERS, Ned.-Fr. Wdb. [1862].
Zoekers, zoeksters: naam voor vogels, als b.v. duiven of eenden, die rondvliegen op zoek naar aasgelegenheid of aansluiting bij soortgenooten,   HERMANS, Jacht en Taal [1951].
— Daer komt een verdoolt schaepken, dat vermoeyt dorstigh ende onrustigh is, het soeckt na den wegh, rust, ende laefnisse, maer dat blindelijck ende verkeerdt … Dese verkeerde soeckster die my niet en soeckt, maer 'tvolbrenghen om heur Aertsche sinnelijckheyden, sal ick te recht soecken, my selven haer openbaren,   COORNHERT 1, 411 a [c. 1570].
Aen eenighe Leydtse Nymphjes. O Ghy driemael drie Goddinnen, Voedsters van gheleerde sinnen …, Soecksters van een soete rust,   V. HEEMSKERK, Minnek. enz. 424 [1622].
In vroeger tijden was er een spel bekend, waarbij men een boontje ergens verborg; een van het gezelschap was onbekend met de plaats, en werd dan uitgezonden, om het te zoeken. Ten einde deze zoekster een weinig in hare moeijelijke taak te gemoet te komen, riep men, zoodra zij de plaats naderde, waar de boon verborgen was: ”brand u niet! brand u niet!” zoodra zij er zich echter van verwijderde, riep men: ”het verkoelt al!”   Onv. Speelmakker 33 [1853].
Samenst. en kopp. Zoekt-elders, egoïst.
Zoekt-elders. Iemand die slechts zijn belang betracht, fr. égoiste,   DE BO [1873].
Een verachtelijke zoekt-elders. Dus genaamd ofwel omdat hij altijd zoekt ten koste van iemand el te leven, ofwel omdat hij dezen, die iets noodig hebben, zendt elders zoeken dan bij hem,   DE BO [1873].
Zoekjacht, het jagen te voet, met honden, op zoek naar wild; voetjacht, korte jacht.
Zoekjacht (in tegenstelling met drijfjacht): een jacht voor den voet, ook wel korte jacht,   V. GINNEKEN, Handb. 2, 276 b [1914].
— Voor den jachtopzichter, die zijn jachtheer op de zoekjacht van hazen begeleidt, is het van groot nut hazen reeds van verre in het leger te kunnen zien zitten,   Handb. Jachtopz. 56 [1915].
Zoekt-den-kost, klaplooper.
Zoekt-den-kost. Tafelschuimer, een dieder op uit is om overal zijne voetjes onder tafel te steken,   Loquela 12, 56 [1892].
— Iefvrouw Zoekt-den-kost is weêral op dril,   Loquela 12, 56 [Brugge, 1892].
Zoeklicht.
1°. Zeer sterke lichtbron die een nauw begrensden lichtbundel uitzendt die voorwerpen op grooten afstand kan zoeken en belichten, inz. dienend (in de scheep- en luchtvaart) voor het afzoeken van horizon en hemel.
Zoeklicht, zeer sterk geconcentreerd licht waarmee men eene groote ruimte kan belichten en doorzoeken,   V. DALE [1898].
Zoeklichten, electrische stralenbundel, die op éen punt gericht is, om dit goed in 't oog te doen vallen,   DE BEER en LAURILLARD [1899].
Zoeklichtlight projector, search light — projecteur électrique — suchlicht,   VERKERK en V.D. WELL, Viert. elektrotechn.-werktuigk. Wdb. [1901].
— Daar zijn vlak onder de oogen groote lichtorganen, omgeven door een donkeren mantel, waardoor het dier zelf niet verblind wordt door zijn eigen licht. Die organen zenden breede lichtbundels uit, waardoor dus de omgeving voor hen zichtbaar wordt. Als men tracht zich een voorstelling te maken hoe de visch er zal uitzien, indien die organen in functie zijn, dan denken wij alweder onmiddellijk aan de ons wel bekende elektrische zoeklichten,   Alb. d. Nat. 1900, 1, 184 [1900].
De verlichting was schitterend, een twaalftal zoeklichten, voor dat doel door de Grieksche Marine tijdelijk afgestaan, waren op verschillende punten opgesteld,   Marineblad 21, 227 [1907].
Eene verdere toepassing van het electrisch licht op schepen, voornamelijk op oorlogsschepen, zijn de zoeklichten, die tot het verlichten van kuststreken en naderende vijandelijke schepen, zoo ook tot het tijdig ontdekken van de onder beschutting der nachtelijke duisternis naderbij sluipende torpedobooten, moeten dienst doen,   V. CAPPELLE, Electr. 453 [1908].
Om het doel bij nacht te belichten, worden tegenwoordig meerdere zoeklichten aan boord opgesteld; zonder deze is het natuurlijk voor de kanonniers veel moeilijker het doel in de duisternis te zien,   Onze Vloot Mei 1910, 10.
2°. (Fig.) In het zoeklicht komen, overal besproken worden, sterk in de belangstelling komen.
Op dat congres zal het fröbelonderwijs in het zoeklicht komen, van alle zijden sterk belicht worden,   V. DALE [1914].
3°. Als titel van een tijdschrift.
Het Zoeklicht. Bouwkundig studieblad,   [1913].
Het Zoeklicht. Gewijd aan het onderzoek der schriften en de teekenen der tijden,   [1920].
Vandaar: zoeklichten.
Nog onrustiger deed het hoofd de doffe oogen zoeklichten over de tafel,   DE MEESTER, Geertje 1, 161 [1905].
Hierbij: zoeklichtafdeeling, zie voor een voorb. bij -sectie.
Hierbij ook: zoeklichtbediende.
2 sergeanten of korporaals, eerste zoeklichtbedienden,   Mil. Spect. 1919, 391.
Hierbij ook: zoeklichtbundel.
De witte zoeklichtbundel van dezen machtigste aller kustwakers … is in de ietwat dampige atmosfeer op heel de razend snelle rondzwaaiing te volgen,   CARBIN, Verl. Passagier 210 [1919].
Hierbij ook: zoeklichtkoolspits.
Zoeklichtkoolspitssearch-light carbon — charbon pour projecteurs — Scheinwerferkohle,   TEN BOSCH, Viert. Techn. Wdb. [1911].
Hierbij ook: zoeklichtsectie.
Organisatie van de organiek bij de divisie in te deelen zoeklichtafdeeling. Een onderlinge tusschenruimte van 1500 M. tusschen de zoeklichtsecties moet als ruim voldoende worden beschouwd, hetgeen leidt tot een zoeklichtafdeeling van 3 secties per Nederlandsche Divisie,   Mil. Spect. 1919, 392.
Hierbij ook: zoeklichtwagen.
Zoeklichtwagensearch-light wagon — voiture de projecteur — Scheinwerferwagen,   TEN BOSCH, Viert. Techn. Wdb. [1911].
— In Fig. 455 is een zoeklicht-wagen, volgens Mangin, afgebeeld die bij het Fransche leger in gebruik is,   V. CAPPELLE, Electr. 471 [1908].
Hierbij ook: zoeklichtwerper.
  GALLAS [1911].
Zoeklust, lust tot zoeken, b.v. als eigenschap van honden.
Daer hebdy, op 't corste ic mocht, van dese verderfelycke spinx het naspeuren mijns zoucklusts, om vorder in dit duyster bosch te jagen, als 't u sal gelieven, die als binnenjager eerst desen jaecht nu hebt angeheven, bereyt om die padekens, die gy hier meer in sult willen aenwysen, te doorwanderen,   Bronnen Coornhert 244 [voor 1590].
Dat men uit dezen, voor zoo verre slechts een goede neus en goede zoeklust ten grondslage ligt, door de dressuur alles kan maken,   THON, Honden 270 [vert. 1833].
Zoekmaatje.
Zoekmaatje. Middel dat men te baat neemt om zich ergens van af te maken,   Nav. 10, 380 b [1860].
Zoekpees, reep of touw aan den benedenkant van een vischnet.
Wordt … de onderreep (”zoekpees” zeggen de korders) zwaarder gemaakt, dan sleepen zij (de netten) dieper door den bodem en worden misschien ook zulke visschen buit gemaakt, over welke zij anders heen waren gegleden,   Versl. v.d. St. d. Ned. Zeevisscherijen 1889, 253.
Zoekspel, spel waarbij het er om gaat iets of iem. te zoeken.
Zoekspelen (naar zaken),   DE COCK en TEIRL., Kindersp. 1, 36 [1902].
Zoektocht.
Een prachtig schaakbord, in koning Artur's zaal verschenen en weer verdwenen, doet Walewein zijn eersten tocht aanvangen. Het schaakbord blijkt te behooren aan koning Wonder; deze wil Walewein het kleinood afstaan, indien hij daarvoor het wonderzwaard met de twee ringen krijgt, dat koning Amoraen bezit. Een nieuwe zoektocht begint,   KALFF 1, 119 [1906].
Zoekweg, (Zeel., W.-Brab., Antw.) kleine landweg, verbindingsweggetje; kortste weg (?).
Dr. Tack weet … mede te delen dat een zoekweg geen hoofdweg, maar een smallere ”land- of zandweg” was, ± 3 m 50 breed, (als de jokweg) een verbinding tussen twee grote wegen of banen; ”zij lijken aangelegd om de exploitatie van moeilijk toegankelijke landerijen mogelijk te maken, zijn doorloopend of niet, particulier of publiek”,   GOOSSENAERTS [1958].
Zoekweg(t), kortste weg (?) bijv. n. d. kerk,   GHIJSEN [1964].
— Een stuck lants gelegen op middelsant, noort … zuut … aen de westzijde eenen soeckwegh, ende aen de oostzyde den meerwegh,   in STALLAERT 3, 333 [Bergen op Zoom, 1500].
Is geordineert … dat men egeen soeckwegen oft voetpaden en sal maken over yemandts lant, erffve oft bempt, daer te voiren egeen gegaen oft gelegen en hebben,   Med. V.A. 1932, 683 [Wuustwezel, 1566].
Item … is geordonneert …, datmen egeen soeckweghen ofte voetpaden en sal maken over ymans landt … daer te vooren egeen gegaen ofte gelegen en hebben,   bij GAILLIARD, Keure v. Hazebr. 4, 221 b [1628].
Quade canten, soeckwegen, suerweyden,   bij GOOSSENAERTS [1683].
Daer onder syn 15181/2 bunderen saylanden inbegrepen de heggen, hoecen ende quade canten, soeckwegen ende andere onsprouffytelycke wauvelden,   in Gedenkschr. O.K.E.C. 1934, 41 [1686].

Aanvulling bij ZOEKEN

Samenst. Zoekactie, gezamenlijke actie om iem. of iets te zoeken.
Behalve de reeds genoemde Engelse fregatten en de ”Tonijn” namen aan de zoekactie deel de Britse onderzeeboten ”Finwhale”, ”Otter” en ”Valiant”,   Ons Zeew. 58, 2, 18 b [1969].
Zoekplaatje.
Zoekplaatje, tekening waarin een figuur is verborgen die men eerst na enig speuren kan ontdekken,   KOENEN [1974].
Zoekplaatje, zoekprentje, in Z.-Ned. zoeksantje, prentje waarin een of meer figuren zodanig zijn aangebracht dat men ze alleen door zoeken, door zeer nauwkeurige beschouwing, kan onderscheiden,   V. DALE [1976].
— De voorstelling wordt hoe langer hoe soberder en er zijn werken van Van der Leck, die bijna op een zoekplaatje lijken en waarop men lang moet turen voor men de voorstelling in de gaten krijgt,   STEINZ, Wonderwereld d. beeld. K. 120 [1950].
Maar nu het schilderij. Als geheel, want het is beslist niet bedoeld als zoekplaatje!   Wij Vrouwen Juli 1962, 4 c.
Zoekspoel, (navigatie) draaibare spoel in een peiltoestel, waarmee een vlieg- of vaartuig zelf zijn richting kan peilen door af te stellen op twee of meer zenders.
Een goniometer, zijnde een in het vliegtuig aangebracht kastje waarin twee vaste spoelen, waartusschen een draaibare zoekspoel, dan kan het zelf zijn richting peilen door af te stellen op twee of meer zenders,   Luchtvaartencyclop. 310 [1936].
De beide veldspoelen omvatten een draaibare spoel, de zoekspoel of goniometer genaamd, die met den eigenlijken ontvanger is verbonden,   WILKE e.a., Scheepv. 269 [1946].
Het draaibare element, waarmede de richting bepaald wordt, is dan een zgn. zoekspoel,   W.P. Encyclop. 14, 292 b [1952].
Zoekwijze, (jag.).
Zoekwijze. De manier, waarop de hond — rekening houdende met het terrein en de windrichting — het veld afzoekt,   Toepoel's Hondenencyclop. 480 b [1940].
Zoekwijze: manier van afzoeken van het terrein door den hond,   HERMANS, Jagerswdb. [1947].
— Heeft de Pointer een bliksemsnelle zoekwijze en een voortreffelijken neus, is hij daartegenover een slecht apporteur …, de Duitsche Staande Hond is enz.,   Toepoel's Hondenencyclop. 262 b [1940].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1995.