Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: ZOMP I Volgend artikel: ZOMPE II,III

ZOMPII

Woordsoort:

Modern lemma: zomp

ZOMPE, ZOOMP —, nevenvorm van somp (II). Zie derhalve dat art. en nog de volg. aanvullingen. Het geslacht van het woord is volgens versch. dial.-wdb. m. (en dus niet uitsl. vr. zooals bij het genoemde art. opgegeven). Om wille van de chronologie is de volgorde van de beteekenissen hier omgedraaid (vgl. ook het bij SOMP (II) in dit verband opgemerkte).
+1.  Bij somp (II), 2). Niet alleen in den Achterhoek, maar ook elders in Geld., alsmede in Ov. en Dr. in gebr. Zie voor kaarten ook SCHAARS, Agrar. Termin. in O.-Geld. [1977] en Taalatlas 1, afl. 1, n° 11.
Troch, back, oft zomp. Vn auge, bac, ou may à pestrir, Linter, alueus,   PLANT. [1573].
Zomp. Varkenstrog, spoelingbak,   Ned. Taal 1, 183 [Geld., 1856].
Zomp, varkenzomp, etensbak der varkens,   Hs. Lett. 1229a, n° 20, 10 [Dalfsen, 1883].
Zompe, drink- of voederbak voor 't vee,   GALLÉE 54 b [1895].
Zomp, trog,   GUNNINK [1908].
Zomp, Voederbak voor varkens,   BOSCH [1940].
Zôomp: bak, etensbak voor katten of varkens,   WANINK [1948].
  BROEKHUYSEN 71 [1950].
Zoomp, zuempke, zuempken, drink- of voerbak voor varkens,   SCHÖNFELD WICHERS [1959].
  V.D. HAAR 135 [1967].
  ENTJES, Mundart 49 [1970].
  DEUNK en ENTJES [1971].
  SCHAARS, Agrar. Termin. in O.-Geld. 37 en 39 [1977].
De bak waaruit de paarden eten … Zomp,   46 [1977].
  HADDERINGH en VEENSTRA [1979].
  OTTEN en KLEIN KRANENBURG [1979].
— Mêer nów wil dat schremmechien (varkentje) goud vrjàtten, dà's wier en touval; a'we um wat vuurhoold dan vret 't en bwaam van en zomp hôste met op,   in V. GINNEKEN, Handb. 1, 86 [Vriezenveen, 1913].
2.  Bij somp (II), 1).
Zomp. Wordt ook een lange smalle schuit geheten, met welk soort van vaartuigen de Overijsselsche Vegt en de Regge bevaren worden,   Dumbar-hs. [eind 18de e.].
Zomp. Lang, smal vaartuig, vooral op de Overijselsche kanalen in gebruik,   DRAAIJER [1896].
Zompe …, een scherpgebouwd binnenschip,   TER LAAN [1929].
Zoomp …, oud zeilschip voor de Twentse riviertjes,   SCHÖNFELD WICHERS [1959].
— De vaart … werd bevaren met pramen, aken, kofjes, tjalken en zompen,   STORM BUYSING, Waterb. 2, 319 [ed. 1857].
Notaris B. te den Ham verkoopt Dinsdag 8 October 1895 … voor en ten huize van den Heer J.O., aan het Kanaal in het Beerzerveld, Ambt Ommen, Een overdekte Zomp,   Twentsch Zondagsbl. 6 Oct. 1895.
Een nieuwe Veenbok, een Zomp, een Aak, drie Bootjes enz.,   a.w. 12 April 1896.
In 1805 was door den Ingenieur W. een ontwerp gemaakt, om door stuwen de Regge 's zomers tot Schuilenburg bevaarbaar te maken voor kleine schuiten, z.g. zompen,   Mil. Spect. 1919, 515.
3.  (Bij uitbr. van de bet. 1)) In toep. op een houten bak die voor andere doeleinden wordt gebruikt zooals een deegtrog of een bak voor appretpap bij wevers.
Samenst. Zompschuit, hetz. als zomp (II), 2).
Besluit van den Gouverneur van Overijssel … betrekkelijk de … wijze van meting van Zompschuiten. (Prov. blad no. 60.),   Bijv. Stbl. 1832, blz. 157.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1996.