Koppelingen:
Vorig artikel: AGRAFFE Volgend artikel: AGRARISCH
Etymologie: EWN

AGRARIËR

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: agrariër

znw. m. Uit hd. agrarier.
—  Persoon die de belangen van den landbouw voorstaat of daarbij betrokken is; zie de aanh.
Agrariërs. Zij die zich hoofdzakelijk bezighouden met de bevordering van den landbouw. Meer bepaald: zij, die als staatkundige partij eene liberale politiek in zaken den landbouw betreffende voorstaan en hunne beginselen in de wetgeving van toepassing willen brengen,   WEEVERINGH [1888].
De politieke noodzakelijkheid om … den steun der agrariërs te behouden,   TAKin N. Gids 5, 2, 122 [1890].
De politiek der Agrariërs richt zich bovenal op de vertegenwoordiging der landbouwbelangen in den Staat en wil daaraan alles ondergeschikt maken,   WINKLER PRINS, Encyclop. [1932].
Onze agrariërs schijnen weleens te vergeten, dat er ook nogwenschen … van handel en nijverheid zijn,   HELDRING in Hand. d. St.-Gener. 1939-'40, E.K., 302 b.
—  Schertsend als benaming voor een boer.
Een van ons werd nu als missionaris afgevaardigd naar den boer … Het was werkelijk geen gemakkelijke taak, om zulk een agrariër aan het verstand te brengen, dat groote landsbelangen gediend zouden worden met zijn bewilliging,   VOGT, Radiolev. 22 [1933].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1948.