Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: ANTONIUSVUUR Volgend artikel: ANTWERPEN

ANTONOMASIA

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: antonomasia

ANTONOMASIE —, znw. vr., mv. -'s. Uit gr.-lat. antonomasia.
In de stijlleer ben. voor het gebruik van een eigennaam in de plaats van een soortnaam en omgekeerd.
Antonomasia, vernoemingh,   MEYER, Woordenschat [1654].
Antonomasia, (welspr.) eigenlijk eene synecdoche, naar welke mende soort voor eenen persoon stelt, of omgekeerd, b.v., Homerus voor eenen grooten dichter,   WEIL., Kunstwdb. [1824].
Antonomasie, de naamverwisseling, het in de plaats stellen van een gemeen voor een eigen naamwoord, of ook omgekeerd,   KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
— Gaat men … zóóver, dat men het eerste lid der gelijkstelling niet noemt, zoodat men in de plaats van den gewonen, werkelijken naam alleen de metaphorische benaming noemt, zoo heeft men een antonomasia. … dan kan ik … zeggen: ”De Agrippijnsche zwaan is in Schaepman niet herboren,”   N. en Z. 10, 305 [1887].
Deze als antonomasia bekende figuur behoeven we niet met vele voorbeelden te illustreren: een Piet …, een cicero enz.,   NAUTA in Taal en Lett. 10, 61 [1900].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1951.