Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: ANTONOMASIA Volgend artikel: ANTWOORD

ANTWERPEN

Woordsoort: znw.

Modern lemma: Antwerpen

plaatsnaam. Antwerp, van ant- en werp, den stam van werpen, beteekent aangespoelde grond; zie Mnl. W. en nog het volgende voorb.
Octroy, verleent G. van Graeff Willem, om te moegen bedijcken die gorsse, slijcklant ende antwerp, gelegen int oosteynde van Suyt-Bevelant, geheeten Slickershill,   A. V. DORP, Br. 1, 60 [± 1500].
—  Zegsw. in Z.-Nederl. Voorbijgaan of passeeren gelijk de Schelde voor Antwerpen, voorbijgaan zonder notitie van iets of iemand te nemen (in N.-Nederl.: als de Maas bij Bokhoven), of, passief, van een opmerking of bewering gezegd waarop geen acht geslagen wordt, die men laat voor wat ze is (SCHUERM. [1865-1870]; JOOS [1900-1904]).
— 
De kraan-paarden van Antwerpen zouden dat niet vervoeren,   SERVILIUS 196 [1545].
Afl. Antwerpenaar.
Antwerpsch, van, uit of als van Antwerpen.
Hoe de verweerere … ghecocht hadde diverssche Andtwerpsche tonnen, ende die met bier ghevult omme vuyter stede te zendene, sonder met stede brant alvooren ghebrant ende ghemarct te zijne,   bij GAILLIARD, Keure v. Hazebr. 1, 78 [1573].
Antwerpsch blauw. Verfstof, bestaande uit een mengsel van Berlijnsch blauw en ferrocyaanzink,   ZWIERS [1917].
Antwerpsch rood. Natuurlijke, weinig voorkomende, okerachtige verfstof,   ZWIERS [1917].
Een Antwerpsch jaar, in Z.-Nederl. vrij algemeen voor: een korte diensttijd, een blauwe Maandag (SCHUERM., Bijv. [1883]; TUERL.; CORN.-VERVL.).
Zie nog eenige zegsw. bij CORN., Bijv..
In zelfst. gebruik.
Doen hy my in dat geckelijck gheschockiert Antwerps verscheen, ick stondt in beraadt of ick huylen wouw of lachen,   BREDERO 2, 12 [1616].
Zegsw. Op zijn Antwerpsch weg leven, zonder zorg, gerust leven (CORN.-VERVL. 1596 [1906]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1951.