Koppelingen:
Vorig artikel: AUCUBA Volgend artikel: AUDIENTIE
GTB Woordenboeken: MNW

AUDIENCIER

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: audiëncier

znw. m., mv. -s. Reeds mnl. (Handwdb.). Uit ofr. audiencier. Na de 17de e. nog slechts als hist. term.
1.  Gerechtsbode; deurwaarder.
vn Audiencier een Audiencier,   LUYTHON [1555].
  KIL. 727 b [1588].
Audiencier, een geregts uytroeper, die de gedings saaken uytroept: geregts-boode,   KOERBAGH, Bloemh. [1668].
— Van welcke antwoirde die stadthouder geadverteert zijnde by den castelleyn, is in parsone selver in de vroescap gecomen mit meester L., audiencier, mijn heere v. M. enz.,   in Bijdr. Hist. Gen. 37, 141 [1523].
J. B. loper, geweest an den audencier van Brabant, aengaende de Sauvegarde, gecost ii h. . viii st. br.,   Kameraarsrek. v. Kampen 57 [1525].
Daer op hadden d' Impetranten vice versa oick den Eedt gedaen …; waer van by onsen bevele acte gemaect ware geweest by onsen Audiencier, ten eynde dattet vast … ende van waerde blyven zoude ten euwigen dagen,   Handv. v. Amst. 93 a [1548].
Hondeslager. Elck sijn' gerechtigheit, en elck den vollen swier Van d'eere die hem komt: wat dunckt u die soo heeten Oor na den Preeckstoel hebt; behoor ick niet te heeten Uw geestelick en beestelick Audiencier?   HUYGENS 2, 14 [1656].
2.  Kanselarijbeambte, inzonderheid voor de behandeling van verzoeken en verzoekschriften.
Een consent oft oorlof, om te mogen handelen ende tracteren metten gedeputeerde van Scotlant …, onderteyckent by mijn ghenadige vrouwe ende den audiencier,   in R.G.P. 86, 314 [1524].
Betaelt by ordonnancie van der wedt J. W. 's zone V., deser stadt boode, over dat hy by ordonnancie van der wedt gereyst es geweest met alder diligenctie in Vranckerijcke aen den audiencier V., om van hem te recouveren eenen beslooten brief, addrisseerende aen den meyer ende regierders van R. … 22 sc. 8 gr.,   in a.w. 70, 357 [1539].
Al tghene bovenscreven es …, es ghebesoigneert ende gheregistreert in absentie van den greffier H. overmits zyne groote siecte, ende es meestendeel gheminuteert geweest by den audiencier A.,   in a.w. 43, 38 [1583].
Aan zijn voeten lagen geknield de twee maistres des requestes, de audiencier en een secretaris, die de verzoekschriften voorlazen en afdeden,   HUIZINGA, Herfsttij 58 [1919].
3.  Toehoorder. Een enkele maal aangetroffen in rederijkersstijl.
Al die hier sijn minlijck wt ionsten versaemt Fraey audientieren die vrede verkiest,   Antw. Sp. A aa i v° [1561].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1955.