Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
MNW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
VMNW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
WNTbochtBOCHT (I)znw.(v.,m.) In 't algemeen. Eene buiging, kromming in eene lijn; ook concreet: het gebogen gedeelte van een voorwerp.
WNTbochtBOCHT (II)znw.(m.,v.,o.) In den landbouw. Eene met een staketsel omheinde ruimte, een perk, waarin dieren worden bijeengehouden. In West-Vlaanderen vaak midden op het veld gelegen en dienende om schapen enz. op te sluiten (DE BO [1873]). In Zuid-Holland en elders bepaaldelijk de melkbocht in een hoek van het weiland (soms aan het erf grenzende), waarin men het vee drijft om het te melken; in Utrecht melkhok, in Noord-Holland bon, in Friesland jister, jester (zie b.v. HALBERTSMA, Rímen ind Teltsjes, 3 a) geheeten. Verg. nnd. bucht, eng. bought. 
WNTbochtBOCHT (III)znw.(m.) Schat, geld. In de 16de en 17de eeuw naar 't schijnt eene gemeenzame uitdrukking, te vergelijken met jongere als splint, munt, pitten enz., of wel, in toepassing op eene groote som gelds, aap, kluit, bult, bom (verg. AAP, 2, a). Soms nagenoeg gelijkstaande met woorden van meer algemeene of verachtelijke beteekenis als buit, vracht, boel. De volgende aanhalingen zijn meest alle van schrijvers, uit de Zuidelijke gewesten afkomstig. Na de 17de eeuw geheel verouderd.
WNTbochtBOCHT (IV)znw.(o.,m.,v.) Hier te lande wordt het woord hoofdzakelijk gebezigd in toepassing op al wat van slechte hoedanigheid is, niet deugt; uitschot, ontuig. In de algemeene taal van Noord-Nederland thans bijna uitsluitend toegepast op eetwaren enz., veelal in eene bepaling met van genoemd.

Ga naar de GTB applicatie