Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 9
Aantal hits: 9
MNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWborstbrust (I)znw.  v.Vrouwenborst.
VMNWborstBORSTznw.v.borst; boezem; onderzijde; torso
MNWborstBARST (I)znw(v.)
MNWborstBEERSTznw(v.)
MNWborstBORST (II)znw(v.)Borst, het lichaamsdeel. Ook als benaming voor de vrouweborst en de moederborst.
WNTborstBORST (I)znw.(m.) bursch en bursche, als persoonsnaam werd afgeleid, met de bet.: maat, gezel, ook absoluut opgevat: jonkman; verg. persoonsnamen als kameraad, raad schildwacht, vroedschap, vrouwentimmer, eng. youth, en waarschijnlijk ook nnl. gilde m. Ook aan de hoogescholen hier te lande kende men burse, borse in den zin van: gemeenschappelijk kosthuis, openbare eettafel (zie b.v. BOELES, Friesl. Hoogesch. 1, 381-393 en verder BEURS); maar de studenten die van dergelijke instellingen gebruik maakten schijnen, althans aan het Staten-collegie te Leiden, altijd met den Latijnschen naam bursalen, bursarii, nooit bors(t) te zijn genoemd. Dit laatste woord vindt men echter reeds bij KILIAAN: ”Bors. Germ. Sax. Sicamb. j. rot. Contubernium, manipulus; bors-ghesel. Ger. Sax. Sicamb. j. rot-ghesel. Contubernalis; bors-meester. j. rot-meester. Decurio”; doch hieruit blijkt duidelijk dat bors hem eigenlijk slechts als een woord van overlandsche herkomst, van collectieve beteekenis, en onderscheiden van borse, beurs, bekend was (zeker voornamelijk als een term der Duitsche landsknechten). Omstreeks denzelfden tijd echter vindt men, naar 't schijnt vooral in Holland, ook reeds borst, in de jongere beteekenis van nhd. burs(ch) als persoonsnaam en waarschijnlijk rechtstreeks daaraan ontleend, onafhankelijk van het zooeven genoemde borsgezel, en derhalve niet als eene soort van afkorting daarvan op te vatten, gelijk F. RAPHELENGIUS in de Synon. Lat.-Teut. (op Contubernalis) deed: ”bors-gesel, … [hinc forte Hollandorum borst, amice, sodalis; quamvis & à pectore deduci possit]”. Ook de laatstbedoelde afleiding van Borst (II), die steun scheen te vinden in het gebruik van woorden als kop en bloed voor personen, stond blijkbaar later velen min of meer duidelijk voor den geest; verg. b.v. VONDEL 5, 244 [1646], waar ”d'uitgelezenste jongelingen, de kloeckhartighste borsten” de vertaling is van: lectos iuvenes, fortissima … corda (VIRG., Aen. 5, 729), evenzoo 5, 169: ”jongelingen en vrome borsten” voor: iuvenes, fortissima … pectora (Aen. 2, 348), en zie nog BILDERDIJK, Geslachtl. In deze beteekenis, als persoonsnaam, schijnt het woord niet anders dan met de achtergevoegde t — verg. akst, hulst, rijst enz. — voor te komen, welke vorm trouwens ook in 't oudere Nhd. (burst) niet onbekend is. Zie over alles breeder D. Wtb. 2, 546-551.
WNTborstBORST (II)znw.(v.) Elke der twee ronde, in een tepel eindigende klieren aan de voorzijde van het vrouwelijk lichaam, waarin het zog wordt afgescheiden; mam, pram.
WNTbeurs, borstBORZE, BORS Zie BEURS en BORST (I).
WNTborstBUST een zuidnederlandsche vorm voor borst: zie BORST (II).

Ga naar de GTB applicatie