Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 7
Aantal hits: 7
MNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
VMNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWgenootginōtznw.  m.Metgezel, partner.
VMNWgenootGHENOOT (I)znw.m.door geboorte gelijke in rang; persoon van hoge adel; gelijke; soortgenoot; partner; evenbeeld
VMNWgenootGHENOOT (II)znw.m./o.vereniging; paring; geslacht; nakomeling
MNWgenootGENOOT (I)znw(m.) Door geboorte gelijke in rang, stand, aanzien; hetzelfde als mnl. evenknie, en het bnw. gelijcboortich; hd. ebenbürtig. Evenals het fr. en eng. pair, vooral gebruikt van die personen, welke met een regeerend vorst in adel en geboorte gelijkstaan, dus van den hoogen adel, de rijksgrooten, die door hem in de hoogste aangelegenheden worden geraadpleegd, en die zelf bij ontstentenis van een vorst de hoogste belangen van het land behartigen. Zoo vooral van de rijksgrooten van Karel den Groote, de pairs van Frankrijk, twaalf in getal (zie de namen, waaronder Roelant, Turpijn, Naymels van Beieren, Aymijn het meest bekend zijn, bij Alberdingk Thijm, Karol. Verhalen, bl. 363); ook van de leden van Arthur's tafelronde (te vergelijken met Karel de Groote's Paladijnen, waarvan er verscheidene tevens zijne genoten waren); de keurvorsten van Duitschland, de rijksgrooten (vgl. Wrake II, 205 en Vondel, Lucifer, vs. 850: rijxgenooten) van Vlaanderen, Brabant enz. Bij uitbreiding ook van andere landen en volken, b. v. de Israëlieten, Romeinen, de generaals van Alexander den Groote, enz.
MNWgenootGENOOT (II)znw(o.) Hetz. als genot en geniet. Vrucht, opbrengst.
MNWgenootGENOOT (III)bnw(deelw.)Op muziek gezet.
WNTgenootGENOOTznw.(m.) Krachtens zijne afleiding beteekent genoot: iemand die met een of meer andere personen aan iets deel heeft, van iets gebruik maakt, te zamen iets bezit. Als zoodanig vereischt genoot eene bepaling in den 2den nv. In de 17de eeuw nog voorkomende, thans alleen nog in dichterlijken stijl, doch in de levende taal verouderd in zelfstandig gebruik, maar zeer gewoon in samenstellingen, die vanzelf uit de verbinding met eene bepaling in den 2den nv. ontstonden (zie b.v. beneden de aanhaling uit A. BIJNS). Het verouderen van het zelfstandig gebruik in deze opvatting is daaraan toe te schrijven, dat men de afleiding niet begreep: iets dat ook hieruit blijkt, dat de jongere taal gebruik maakt van de meer sprekende samenstelling deelgenoot, om datgene uit te drukken wat vroeger door genoot op zich zelf te kennen werd gegeven.

Ga naar de GTB applicatie