Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 8
Aantal hits: 9
MNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
VMNW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
ONW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 3
WNT
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWheem, Heemhēm (I)znw.  v.Woning, huis, hoeve.
ONWheemhēm (II)bw.Naar huis.
MNWheemHEEMznw(o.)Woonplaats, vaderstad; de plek gronds, waar men woont Kil. heym, Ger. Sax. Fris. Sicamb. domus et patria, domus natalis. Vgl. hd. heimat en heimweh, verlangen naar den geboortegrond. — Ook in de bepaalde beteekenis van erf, afgescheiden stuk grond. In dezen zin vooral gebruikt in de friesche en aangrenzende dialecten. Vgl. Richth. 794 vlg.: ofri. hem, him, heme, eingehegter raum; nfri. hiem, grundstück, hausstätte (vgl. Epkema 204); noordfri. hamm, abgegränzter platz (Outzen 113); vgl ook mnd. heme(n), bij Lübben 2, 238, en beneden heiminge (heminge).
MNWheemHEIM
WNTheemHEEMznw.(o.,m.) In verouderde beteekenissen of ongebruikelijke opvattingen.
WNTheemHEIM (I)znw.(o.) Huis, woonplaats, enz. Zie HEEM. Verg. nog Te heim, naar huis, bij HOOFT, Rampz. 7; N. H. 609; 681; 830 enz.; van heim, van huis, HOOFT, N.H. 591 [1642]; HOOFT, N.H. 931 [c. 1645]; heim voor: woonplaats, bij V. LENNEP, Poët. 1, 146 [1828]; 2, 137. Voorts ook nog de 
WNTheemHEIM (III)bw.Het znw. heim, heem (zie HEEM) in den 3den of 4den nv. enk., bijwoordelijk gebruikt. Ohd. mhd. heime, heim, nhd. heim; eng. home; mnl. heime, heim. Te huis; thuis.
WNTheemHIEMznw.(o.)Friesche vorm van HEEM; HEIM (1ste art.). Zie die woorden.

Ga naar de GTB applicatie