Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 11
Aantal hits: 12
MNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
VMNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 3
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 6
Aantal hits: 6
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
VMNWkant, KantCANT (I)znw.m.rand; oever; zijde; omgeving; Kant
VMNWKantCANT (II)znw.m.Cant
MNWkantCANT (I)znw(m.) Kant, zijde, rand; van een land grens; van de zee oever (vgl. ndl. waterkant). Kil. kant, canthus, angulus, extremitas, extrema pars, margo, ora, labrum; kant aen dwater, crepido, margo, ora, ripa.
MNWkantCANT (II)znw(?m.)Zang, gezang. — Bepaaldelijk als benaming van eene zangstem of eene bepaalde wijze van zingen. Vooral in verbinding en tegenstelling met discant. Zie Duc.2 2, 109 op cantus contrapunctus en cantus discantus. Daar discant de bet. heeft van bovenstem (zie Mnl. Wdb. 2, 212), of van meerstemmig gezang (Profijt. Liedeb. Gloss.; Moll, Kerkgesch. 2, 3, 313), zoo zal cant de bet. hebben van tenor (vgl. de aanhaling). De tweede opvatting (eenstemmig gezang) past niet zoo goed in den samenhang.
MNWkantCANT (III)bnwScherp, hoog van toon.
WNTkantKANT (I)znw.(m.,v.) Rand, in verschillende opvattingen.
WNTkantKANT (II)znw.(m.,v.) Hetzelfde woord als in 't vorige art., doch in eene bijzondere opvatting, t. w.: (sierlijke of versierde) rand (boord) aan of om een kleedingstuk, enz.: zie bij KANT (I), onder I, 3) en verg. ald. III, A). Gelijkbet. nhd. kanten, mv. (spitzen oder canten, a°. 1658; enz.), käntchen, verkl., is aan 't Ndl. ontleend.
WNTkantKANT (III)bnw., bw. Eigenlijk van hetgeen (nog) de vereischte kantigheid heeft, van wat (nog) behoorlijk scherp en vlak van kanten en zijden is; vervolgens met beteekenissen als: naar den eisch; gereed; flink; fraai, enz. Dit bnw. heeft zich derhalve uit het znw. kant (1ste art., in de bet. I, 1) ontwikkeld (FRANCK; MURRAY; FALCK-TORP) — verg. b.v. faliekant, bnw. uit faliekant, znw. —, of mogelijk is het een vorm uit Friesche en naburige dialecten en gelijk aan ”gekant” (FRANCK-V. WIJK). Verg. gelijkbet. KANTIG (III).
WNTkantKANT (IV)bnw., bw. Van vaten (wijnfusten enz.) en flesschen. Niet geheel met de vloeistof gevuld.
WNTkant~maken Kantmaken[behandeld onder KANT II]
WNTkant~weven Kantweven[behandeld onder KANT II]

Ga naar de GTB applicatie