Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 9
Aantal hits: 9
MNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 5
Aantal hits: 5
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWkriekkriekaznw.  v.Kriek, kers.
VMNWKriekCRIECznw.Kriek
MNWkriekCRIEKE (I)znw(v.)Benaming eener vrucht, nu eens kers, dan weder pruim. Zie de Wdbb. van Grimm, en over den oorsprong, die niet zeker is, Franck, Kluge, Grimm en Koolman. In het Mnl. en Ndl. is de bet. kers (vgl. De Bo 574), thans uitsluitend eene kleine zwarte kers, of ook eene kleine roode kers (vgl. de uitdr. bij Van Dale vermeld blozen als eene kriek). Kil. kriecke, cerasum; swerte criecke, j. morelle, cerasum actium; spaensche kriecke, cerasum duracinum; roode criecke, cerasum Apronianum. Doch dat ook de bet. pruim althans in de oostelijke tongvallen niet geheel onbekend is geweest, blijkt uit Schuermans 294; Teuth.crecken, pruymen”; Hor. Belg. 72, 59: crieke vel prume, prunum. Zie Dodon. 1264 vlgg. en over de naar de gedaante der vruchten aldus genoemde overzeesche krieken, eene soort van nachtschade (Kil. kriecken, over zee, halicacabus, vesicaria, officin. alkekengi, vulgo cerasa ultramarina); Herb. c. CCLXV (ook “Roomsche criecken van over zee” geheeten); Dodon. 744 vlg.
MNWkriekCRIEKE (II)znw(v.)Krekel.
WNTkriekKRIEK (I)znw.(v.) Eigenlijk. Benaming voor zekere soorten van kersen, en vroeger ook wel gebezigd als algemeene benaming voor die vruchten. Bij het groot aantal soorten van kersen en de niet altijd overduidelijke beschrijving is het moeilijk na te gaan, aan welke vruchten voorheen de naam van krieken werd gegeven; waarschijnlijk zal het wel ongeveer evenzoo geweest zijn als tegenwoordig: men noemt thans over 't algemeen ten N. van den Moerdijk de zoete laatrijpe, meestal nagenoeg zwarte soorten met vrij hard vleesch krieken en de andere kersen, terwijl ten Z. van het Hollandsch Diep en het Haringvliet de namen juist andersom worden gebruikt; maar te Brugge stemt het gebruik met dat van N.-Nederl. overeen (zie DE BO [1873]). Ook wordt de naam van kriek wel aan de wilde Vogelkers gegeven.
WNTkriekKRIEK (II)znw.(v.)In sommige streken van N.-Nederl., met name in Gelderl., een naam voor den krekel (in 't bijzonder voor den wijfjeskrekel?). De stam van het woord bootst het geluid na dat de krekels maken; verg. KREKEL (I).
WNTkriekKRIEK (III)znw.(m.,v.,o.)Het krieken, het aanbreken (van den dag). Verouderd.
WNTkriekKRIEK (IV) Zie bij KRIK (II).
WNTkriekKRIEK (V)znw.Op Texel de benaming voor vroolijke bijeenkomsten van jongelieden. Zie daarover V. CUYCK, Br. over Texel 106; TER GOUW, Volksverm. 411 [1871]. 

Ga naar de GTB applicatie