Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 14
Aantal hits: 14
MNW
Aantal resultaten: 6
Aantal hits: 6
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
WNT
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWlooflōf (I)znw.  o.Loof, gebladerte.
ONWlooflōf (II)bnw.Aangenaam. In het Oudnederlands alleen als toponymisch element overgeleverd.
ONWlooflōvoznw.  m.Geloof.
VMNWloofLOOFznw.o.blad; loof
MNWloofLOOF (I)znw(o.) Boomblad, blad. Het ndl. loof heeft de beteekenis aangenomen van het mnl. mv. lover, en heeft de collectieve bet. gebladerte (zie bij 2°, waar mnl. loof reeds in dezen zin voorkomt); daarentegen is het mnl. mv. lover in het Ndl. (loover), vooral in het verklw. loovertje, d. i. blaadje, van geslagen goud of zilver, de bet. aangenomen van een enkv. Vgl. spaander, nieuw enkv. naast spaan. Vgl. lof, 2de Art., dat eveneens de collectieve bet. van boombladeren, gebladerte heeft en in het Ndl. zijne bet. heeft overgebracht op het groen van moeskruiden. Teuth. loiff, blat, folium. Kil. loof, loove, frons, frondes, coma, folium arboris (dus de ndl. en de mnl. bet. beide eigen aan het woord); loof van rapen, raporum frondes.
MNWloofLOOF (II)znw
MNWloofLOOF (III)bnw
MNWloofLOVE (II)bnwMoe, mat, uitgeput. Kil. loof, vetus Holl. j. laf, moede. Zie voor het gebruik in de 17de eeuw Oudem. 4, 186; Uitlegk. Wdb. op Hooft 2, 219 (waar ook het znw. loofheid vermeld wordt); Wdb. op Hooft 476, en Wdb. op Bredero 218. Bij Wolff en Deken komt voor de uitdr. “het loof worden”, d. i. “het moe worden” (Br. van Abr. Blank. 3, 127), en in noordholl. tongvallen kent men nog loof in den zin van mat, vermoeid (Bouman, N. Holl. Volkst. 64); ook bij Heye en Potgieter komt het woord voor.
MNWloofLOVE (III)znw(o.)Belofte, eene vrijwillig aangegane verplichting of verbintenis. Vgl. Kil. loofgheld, j. loftgheld, auctoramentum, stipendium quo miles auctoratur.
MNWloofLOVE (IV)znw(v., o.)Geloof.
WNTloofLOOF (I)znw.(o.) Blad. In een deel van Z.-Nederl. nog bekend.
WNTloofLOOF (II)bnw. Moede, afgemat, uitgeput. Ook oneig.
WNTloofLOOF (III) 
WNTloofLOOF (IV)znw.Misschien is de gissing niet al te gewaagd, dat BREDERO hier een oneig. gebruik van Loof (I) in den zin van gebladerte heeft bedoeld, waartoe de alliteratie met lust zal hebben meegewerkt: verg. het gebruik van Groen (I) in de bett. 6, a—b), Groen (III) in de bet. 4), en Groenen (I) in de bet. I, 1, i, α—β).

Ga naar de GTB applicatie