Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 96
Aantal hits: 96
MNW
Aantal resultaten: 7
Aantal hits: 7
VMNW
Aantal resultaten: 5
Aantal hits: 5
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 83
Aantal hits: 83
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWmakenmakonww.  zelfst.  trans.  zw.  met acc.Maken, vervaardigen.
VMNWmakenMAKEN (I)znw.o.(het) maken
VMNWmakenMAKEN (II)zw.ww.trans.,refl.bereiden; aanleggen; bepalen; overeenkomen; opstellen; vermaken; vervaardigen; (be)schrijven; opmaken; bouwen; scheppen; oprichten; voortbrengen; formeren; in een bep. toestand brengen; doen; veroorzaken; herstellen; nadoen; het wezen uitmaken van; bedragen; zich gereedmaken; zich in een bep. toestand brengen; zich begeven; zich voordoen als
VMNWzoet~makenSOETMAKENzw.ww.trans.zoeten, verzachten
VMNWvers~makenVERSMAKENzw.ww.intr.versificeren
VMNWwarm~makenWARMMAKENzw.ww.trans.verwarmen
MNWheilig~makenHEILICHMAKENww(zw., trans.)Heiligen, heilig maken. Harl. Gloss. heilichmaken, sanctificare.
MNWlicht~makenLICHTMAKENznw(o.)Waarschijnlijk is de bet. verlichting of illuminatie bij gelegenheid van een feest (eene verloving of huwelijk).
MNWmakenMAC (II)
MNWmakenMAKENww(zw., trans., refl., intr., onpers.) 
MNWpatijn~makenPATIJNMAKENznw(o.)Klompenmaken.
MNWzalig~makenSALICHMAKENww(zw., trans.)Zalig maken, behouden, redden van het eeuwig verderf, gezegd van de menschheid, door God en Christus. Voc. Cop. salichmaken, salvificare. Vgl. mnd. salichmakinge (Lübben). Plant. saligen, salichmaken, bienheurer, faire bienheureux, sauver, beare, beatificare, felicitare, salutem dare, salvare; salichmakinge, salvation, sauvement, beatio, salvatio, salus.
MNWwan~makenWANNEMAKENww(zw., intr.)Wannen maken.
WNTboek~maken Boekenmaken[behandeld onder BOEK II]
WNTboter~maken botermaken[behandeld onder BOTER]
WNTbril~maken Brille(n)maken[behandeld onder BRIL I]
WNTbrok~maken Brokkenmaken[behandeld onder BROK]
WNTcedel~maken ceêlmaken[behandeld onder CEDEL]
WNTgeducht~maken geduchtmaken[behandeld onder GEDUCHT]
WNTgezond~maken Gezondmaken[behandeld onder GEZOND]
WNTgoud~maken goudmaken[behandeld onder GOUD]
WNTgrap~maken Grappenmaken[behandeld onder GRAP]
WNThamergaar~maken Hamergaarmaken[behandeld onder HAMERGAAR]
WNTharnas~maken Harnasmaken[behandeld onder HARNAS]
WNTharnas~makenHARNASMAKEN Harnas, II, 4). Het vervaardigen van wapenrustingen. In de volgende aanhaling in een figuurlijk verband.
WNTheilig~maken heiligmaken[behandeld onder HEILIG I]
WNTheilig~makenHEILIGMAKENww.(trans.,zw.) Heiligmakende gratie (van den H. Geest), t. a. pl. 
WNThof~maken hofmaken[behandeld onder HOF]
WNThof~makenHOFMAKENznw.(o.)De uitdr. (iemand het) hof maken (zie bij Hof, I, 5, c) in de eene of andere opvatting zelfstandig gebezigd.
WNThoning~maken honi(n)gmaken[behandeld onder HONIG]
WNTkaars~maken Kaars(en)maken[behandeld onder KAARS]
WNTkam~maken Kammaken[behandeld onder KAM I]
WNTkam~maken kammenmaken[behandeld onder KAM I]
WNTkandij~maken Kandijmaken[behandeld onder KANDIJ]
WNTkant~maken Kantmaken[behandeld onder KANT II]
WNTkarot~maken Karottenmaken[behandeld onder KAROT]
WNTkast~maken Kastenmaken[behandeld onder KAST]
WNTkast~makenKASTENMAKENznw.(o.)Het maken (vervaardigen) van kasten (en andere meubelen), het kastenmakersambacht of -vak; het schrijnwerken (meubelmaken); de schrijnwerkerij (meubelmakerij).
WNTkiel~maken kielmaken[behandeld onder KIEL I]
WNTkist~maken kiste(n)maken[behandeld onder KIST I]
WNTkist~makenKISTENMAKENznw.(o.) Kist, in de bet. I). Het maken (vervaardigen) van kisten (degelijk —, vaak sierlijk en kunstvaardig gemaakte bergmeubels voor huis en kamer) en ander schrijnwerkerswerk (verg. KISTEWERK); het schrijnwerken, kastenmaken, meubelmaken; de schrijnwerkerij.
WNTklank~maken Klankmaken[behandeld onder KLANK I]
WNTkloet~maken Kloetenmaken[behandeld onder KLOET I]
WNTknoop~maken Knoop(en)maken[behandeld onder KNOOP]
WNTkruit~maken Kruitmaken[behandeld onder KRUIT]
WNTkunst~maken kunstenmaken[behandeld onder KUNST]
WNTkunstje~maken kunstjesmaken[behandeld onder KUNST]
WNTkwartier~maken Kwartiermaken[behandeld onder KWARTIER]
WNTmakenMAKENww.(trans.,zw.,st.) Eene zaak of een persoon, die bestaat, in den toestand brengen dien het verband aanwijst.
WNTmast~maken mastenmaken[behandeld onder MAST I]
WNTmout~maken Moutmaken[behandeld onder MOUT II]
WNTmuts~maken Mutsenmaken[behandeld onder MUTS]
WNTopenbaar~makenOPENBAARMAKENww.(trans.,zw.)Iets algemeen bekend maken, ”publiceeren”. Zie onder OPENBAAR, kol. 535, en verg. het volgende artikel.
WNTpapier~maken Papiermaken[behandeld onder PAPIER]
WNTpais~maken Peismaken[behandeld onder PEIS I]
WNTpen~maken Pennenmaken[behandeld onder PEN II]
WNTpiano~maken Pianomaken[behandeld onder PIANO I]
WNTpijp~maken Pijpenmaken[behandeld onder PIJP]
WNTpijp~maken pijpmaken[behandeld onder PIJP]
WNTpil~maken Pillenmaken[behandeld onder PIL II]
WNTplan~maken Plannenmaken[behandeld onder PLAN]
WNTporselein~maken Porseleinmaken[behandeld onder PORSELEIN I]
WNTpret~maken Pretmaken[behandeld onder PRET I]
WNTrechtvaardig~maken Rechtvaardigmaken[behandeld onder RECHTVAARDIG]
WNTrechtvaardig~makenRECHTVAARDIGMAKENww.(trans.,zw.) (Theol.) Rechtvaardigen in de bet. 3).
WNTridder~maken Riddermaken[behandeld onder RIDDER]
WNTrood~maken roodmaken[behandeld onder ROOD I]
WNTrood~maken roodmaken[behandeld onder ROOD I]
WNTstijfsel~maken Stijfselmaken[behandeld onder STIJFSEL]
WNTtapijt~maken Tapijtmaken[behandeld onder TAPIJT]
WNTtoom~maken Toommaken[behandeld onder TOOM I]
WNTtoneelspel~maken Tooneelspeelmaken[behandeld onder TOONEELSPEL]
WNTtrijp~maken Trijpmaken[behandeld onder TRIJP II]
WNTturf~maken Turfmaken[behandeld onder TURF I]
WNTtwijnmolen~maken Twijnmolenmaken[behandeld onder TWIJNMOLEN]
WNTtwist~maken Twistmaken[behandeld onder TWIST I]
WNTuurwerk~maken Uurwerkmaken[behandeld onder UURWERK]
WNTverdacht~maken Verdachtmaken[behandeld onder VERDACHT II]
WNTverdrag~maken Verdragmaken[behandeld onder VERDRAG]
WNTverdrag~maken verdragmaken[behandeld onder VERDRAG]
WNTvers~maken Verzenmaken[behandeld onder VERS I]
WNTvijl~maken Vijlenmaken[behandeld onder VIJL I]
WNTvrede~maken Vredemaken[behandeld onder VREDE]
WNTvuur~maken Vuurmaken[behandeld onder VUUR I]
WNTwakap~maken wakapmaken[behandeld onder WAKAP]
WNTwant~maken Wantenmaken[behandeld onder WANT II]
WNTwettig~maken Wettigmaken[behandeld onder WETTIG I]
WNTwijd~maken Wijdmaken[behandeld onder WIJD I]
WNTworst~maken Worstmaken[behandeld onder WORST I]
WNTzalig~maken Zaligmaken[behandeld onder ZALIG I]
WNTzalig~makenZALIGMAKENww.(trans.,zw.) Deelgenoot maken van het eeuwig heil; redden van het eeuwige verderf; verlossen; ook: deelgenoot maken van het goddelijk heil (op aarde).
WNTzedig~maken Zedigmaken[behandeld onder ZEDIG]
WNTzeep~maken Zeepmaken[behandeld onder ZEEP I]
WNTzeil~maken Zeilmaken[behandeld onder ZEIL]
WNTzichtbaar~maken Zichtbaarmaken[behandeld onder ZICHTBAAR]
WNTzuivel~maken Zuivelmaken[behandeld onder ZUIVEL]

Ga naar de GTB applicatie