Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 11
Aantal hits: 11
MNW
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 6
Aantal hits: 6
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
VMNWmikMICKEznw.v.mik
MNWmikMICKE (I)znw(v.)Zoowel benaming voor fijn brood, als voor grof brood, hetzij van weit of van rogge.
MNWmikMICKE (II)znw(v.)Een voorwerp van hout of ijzer in den vorm van eene vork of gaffel, waarop iets anders, vooral een dwarspaal, rusten kan, mik.
MNWmikMICKE (III)znw(?v., ?m.) Het turen of het richten van den blik op iemand. Kil. micke, mick, ghemick, collimatio (vgl. ald. micken met de ooghen, collimare, intendere oculos in rem aliquam). — Ook in de uitdr. micke hebben, letten op, acht geven op, ook geven om, zich laten gelegen liggen aan iemand.
MNWmikMIKEznwPaal, kruispaal (?).
WNTmikMIK (I)znw.(v.)Thans in allerlei streken de naam voor brood van tarwe- of van roggebloem (soms ook van grof meel), dikwijls met eieren, soms ook met krenten er door; nu eens als naam voor een kleiner broodje, dan weer voor een groot brood. Etymologisch zal mik wel in verband staan met fr. miche, doch men kent dit verband niet. Zie VERDAM t. a. pl., en verder de Idiotica van MOLEMA, HOEUFFT, Arch. v. Ned. Taalk. 3, 372 (Maastricht), en de Z.-N. woordenboeken. In N.-Holland is mik ook bekend in den zin van roggebrood of van een snee roggebrood (BOEKENOOGEN 638).
WNTmikMIK (II)znw.(v.) Boomstam of tak die gaffelsgewijze is gegroeid, en dan bepaaldelijk de plaats der vertakking.
WNTmikMIK (III)znw.(v.) Mikken, turen op iets, op iets acht geven. Duidelijk is dit begrip vooral waar mik beteekent oogmerk, datgene waarop men het toelegt. 
WNTmikMIK (IV)znw.(m.)Zie Mikken (II), Afl.
WNTmik Mik[behandeld onder MIKKEN I]
WNTmik Mik[behandeld onder MIKKEN II]

Ga naar de GTB applicatie