Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 8
Aantal hits: 8
MNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
VMNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
VMNWbeloken~PasenBELOKEN PASCHENznw.beloken pasen
VMNWPasenPASCHENznw.o.Pasen
MNWPasenPAESSCHEN (I)znw(o., m.)Paschen, het paaschfeest. Voc. Cop. paeschen, Pascha. Teuth. oistren, paischen, pascha, anastasis. Kil. paesschen, paeschdach, pascha, dies paschalis, festum paschatis, phase (vgl. de aanh. uit Teuth. bij paeschlam, waarop in Teuth. nog volgt: “ind heyt aeverganck des heren” en Diefenb. op fase, phase), festum azymorum, festum resurrectionis domini, dominica resurrectio. Plant. paesschen, la feste de Pasque, pascha, natalis redivivae humanitatis. Het woord wordt als enkv. en meervoud beschouwd.
MNWpasenPAESSCHEN (II)ww(zw., intr.)Paschen vieren, hoogtijd houden. Voc. Cop. paeschen, paschare, pascha celebrare. Zoo nog heden in verschillende znl. tongvallen.
MNWPasenPASCHEN
WNTPasenPASCHEN (I)znw.(v.,o.) Als benaming van een der drie groote Israëlietische feesten, dat jaarlijks gevierd werd ter gedachtenis aan de verlossing uit Egypte.
WNTpasen Paschen[behandeld onder PASCHEN I]
WNTpasenPASCHEN (II)ww.(intr.,zw.)Gewestelijk (b.v. in Antwerpen en de Kempen) voor: zijn Paschen houden.

Ga naar de GTB applicatie