Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
MNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
VMNW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
MNWpastoorPASTOORznw(m.)Herder, bepaaldelijk geestelijk herder, zieleherder (vgl. de nog heden in de protestantsche kerk bekende verbinding “herder en leeraar”). Zie een voorbeeld bij Stallaert 2, 347, waar Petrus genoemd wordt “die overste pastoor Cristi”. Vooral in de bepaalde bet. het geestelijke hoofd eener kerkelijke gemeente, hetzelfde als persone, kerspelpape, parochiepape; z. ald. Het woord is in deze beteekenis nog niet zoo gewoon als thans. Voc. Cop. een pastoor, pastor. Teuth. eyn pastoir of capellaen, plebanus; ook verw. naar kerchere; pastoirs mantel, glomerum. Kil. pastoor, j. prochiaen (z. ald.), curio, parochus, pastor ecclesiae. Plant. pastoor, pasteur, curé, pastor, curatus.
WNTpaster, pastoorPASTERznw.(m.)Gewestelijk in Z.-Nederl., inzonderheid in W.-Vlaanderen, gebruikelijk naast pastor, pastoor, en daaruit ontstaan als dokter uit doctor. Zie verder bij PASTOR en PASTOOR.
WNTpastoorPASTOORznw.(m.) Herder; inzonderheid: geestelijk herder, zieleherder. Thans verouderd.

Ga naar de GTB applicatie