Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 16
Aantal hits: 17
MNW
Aantal resultaten: 8
Aantal hits: 8
VMNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 5
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWPijlpīlznw.  m.Pijl. In het Oudnederlands alleen als toenaam aangetroffen, mogelijk als beroepsbijnaam van een schutter of pijlenmaker, vgl. Debrabandere 2003: 1003. Er zou eventueel ook sprake kunnen zijn van mnl. pil(le) 'geestelijke zoon of dochter, doopkind', maar Gysseling/Debrabandere (1999: 115) geven de voorkeur aan de eerste mogelijkheid.
VMNWPijlPIJL (I)znw.Pijl
VMNWpijlPIJL (II)znw.haar
VMNWpijlPILEznw.v.pilaar
MNWpijlPELLE (III)
MNWpijlPIJL (I)znw(m.)Pijl. Voc. Cop. een pijl, pila, pilum. Teuth. pijl, geschot, pilum, tela, sigitta; vederen an pijlen, stralen, bolten, tormido (?). Kil. pijl, sagitta, calamus, arundo, spiculum, telum. Plant. eenen pijl, une flesche ou dard.
MNWpijlPIJL (II)znw(?o.)Haar. Kil. pijl, haarpijl, pilus, capillus. — Waarschijnlijk in deze bet. staat het woord in de ontkennende uitdrukking niet een pijl, geen haar, niets hoegenaamd. Vgl. soortgelijke uitdrukkingen bij haer; fra. pas un poil en lat. “pili non facere”; en “ne pilo quidem minus aliquem amare”.
MNWpijlPIJL (III)
MNWpijlPILE (I)znw(v.) Pijler, pilaar, zuil; ook paal. Kil. pijle, pila, sublica, palus, lignum acutum quod in terram aut in aquam defigitur.
MNWpijlPILE (II)znw(v., m.) Vooral in de bet. stapel. Kil. pijle, j. stapel, strues, meta, moles, gal. pile, ang. pyle.
MNWpijlPILE (IV)znw(v.)Peillood.
MNWpijlPILLE (III)znw(v.)Zuil, ook schandzuil, schandpaal.
WNTpijl, PijlPIJL (I)znw.(m.) Zeker schiettuig.
WNTpijlPIJL (II)znw.(m.)Misschien van lat. pilus, haar. Het woord zou echter ook identisch kunnen zijn met Pijl (I) en is dan eene bijzondere toepassing van de aldaar onder II) genoemde opvatting. Een haar of haartje. Oorspronkelijk waarschijnlijk vooral: een dun of zacht haar; verg. ook bij PIEL (II). Evenzoo in 't Eng. pile.
WNTpijlPIJL (III)znw.(m.,v.,o.) Vr. Stapel. Zie VERDAM 6, 344. Thans verouderd.
WNTpijlPIJL (IV)znw.(v.)Van lat. pîla, vanwaar ook eng. pile. Paal, puntige staak, dien men in den grond slaat; ook: pijler. Thans nog in Z.-Nederl.

Ga naar de GTB applicatie