Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 13
Aantal hits: 13
MNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
VMNW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 11
Aantal hits: 11
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
MNWpikPICKEznw(v.)Pikhouweel; ook snoeimes.
MNWpig, pek, pikPIGznwPek, pik (?).
WNTpikPEEK (III) Zie PIK.
WNTpikPIK (I)znw.(m.) De handeling van het pikken met een scherp of puntig voorwerp, b.v. in toepassing op het steken met de naald bij het naaien.
WNTpikPIK (II)znw.(m.) Persoonlijke onmin of gevoel van haat of wrok tusschen twee of meer personen, en de onaangename bejegening die daarvan het gevolg is.
WNTpikPIK (III)znw.(v.) Zeker gereedschap om te delven of iets los te hakken, een soort van houweel. Thans de benaming voor een puntig ijzer met een huisje aan het andere einde, waardoor een houten steel gestoken wordt, die met de punt een rechten hoek maakt. Eertijds evenwel werd ook het gewone houweel met gebogen ijzeren beitel aldus genoemd, gelijk uit de omschrijving bij KIL. blijkt; de onderscheiding is dus van jongere dagteekening. De oude vorm pikke is nog slechts gewestelijk bekend (zie b.v. GALLÉE).
WNTpikPIK (IV)znw.(v.)Zekere soort van vroege sla, die als kleine blaadjes wordt afgesneden; veldsla. In Holl.
WNTpikPIK (V)znw.In de vooral in Holland bekende uitdr. 't is fijne pik, 't is iets fijns, iets dat bijzonder fraai is in zijn soort. Verg. het in Brem. Wtb. vermelde piek, ”das beste in seiner art, vortrefflich, auserlesen” en zie verder bij PIEKFIJN. Hiermede hangt waarschijnlijk ook samen Pikversch (zie ald.) en Piksplinternieuw naast Spiksplinternieuw. 
WNTpikPIK (VI)znw.Voorkomende in de uitdr. je pik stinkt voor: de lamp stoomt, die eertijds aan de Kon. Militaire Akademie bekend was (Onze Volkst. 1, 47). Waarschijnlijk is het woord identisch met fri. piik, pit (Fri. Wdb. 2, 349 a) en oostfri. pekke in den zin van lampepit (TEN DOORNK. KOOLMAN 2, 711 a), en hangt dit samen met Peddik (zie ald.).
WNTpikPIK (VII)znw.(m.?Daarnaast piek. Term in het kaartspel. Ontleend uit fr. pic (zie LITTRÉ, Pic (4de art.) en verg. Repic) en thans meestal als het fr. woord geschreven. Benaming van een der gelukskansen in het piketspel; zie de aanhalingen.
WNTpikPIK (VIII)znw.(v.?Of het eene schertsende benaming is voor een schoorsteen die dikwijls pikt, d. i. last heeft van het neerloopen van roetwater, zoodat het samenhangt met Pik (IX), is onzeker.
WNTpik, pekPIK (IX)znw.(o.,v.) Als benaming van eene kleverige stof die uit naaldboomen verkregen wordt.
WNTpik Pik[behandeld onder PIKKEN III]

Ga naar de GTB applicatie