Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 11
Aantal hits: 11
MNW
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 4
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 5
Aantal hits: 5
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWrankrankaznw.Wijnrank.
VMNWrankRANKEznw.m.rank
MNWrankRANC (II)bnwDun, schraal, spichtig, mager, smal, hetz. als mnl. slanc (vgl. ndd. rank unne schlank. aangeh. uit Brem. Wtb. bij Lübben op rank). De beide woorden hebben in het Ndl. den zin van rijzig aangenomen, zonder ongunstige bijbeteekenis (“eene ranke leest”, “eene slanke taille”, doch ook “een ranke boot”, d. i. “lang en smal”; en “dat bootje ligt rank”, d. i. “kantelt spoedig om”). Zie over de mogelijke verwanten (ook ranke, 1e Art.) Franck op rank, 2).
MNWrankRANKE (I)znw(v.) Lange dunne spruit, of lot, rank, vooral van den wijngaard gebruikelijk. Teuth. ranck, twijch, telch, ramus, palmes. Kil. rancke, vet. Fland. ramus tenuis et longe se extendens; rancke van den wijngaerd, palmes, sarmentum vitis (de toevoeging van Kil. “vet Fland.” is vreemd, daar het woord ook in tgw. zndl. tongvallen bekend is: vgl. De Bo 912: rank, ranke, v., de slanke stengel van vitsen, boonen, erwten, hommel, frinzen, dreesem, winde, steenbreke enz.”; Schuermans 521: “rank bet. in Holl. slechts (dit is onjuist) “tak, twijg, rijs”, fra. branche, sarment, maar in Brab., Limb. e. e. “alle lange dunne plooibare (buigzame) uitschietsels of loover, als erwten-, boon-, aardbezen-, hop-, braam-, aardveilrank”). Plant. rancke, une branche de vigne etc. ramus vitis, caules vitis, palmites. Voc. Cop. wijngaertranc, palmes; wijngartranke, racemus.
MNWrankRANKE (II)znw(v.)Rij, reeks.
MNWrankRANKE (III)znw(v.) In Rijmb. 4760 vlgg. komt het woord voor in de bet. opstaande rand.
WNTrankRANK (I)znw.(v.,m.) Stengel met bladeren, bloemen enz. die in zichzelf niet voldoende stevigheid bezit om overeind te staan, in 't bijzonder stengel van een klimplant.
WNTrankRANK (II)znw.(m.) (Verouderd) Bocht, kromming.
WNTrankRANK (III)bnw. Mager, schraal, dun. Vooral van het menschelijk of dierlijk lichaam of deelen daarvan. In de alg. taal verouderd, maar gewest. nog bekend (BRUIJEL; TER LAAN i.v. rangel).
WNTrankRANK (IV) Zie RANG (I).
WNTrankRENK Zie RANK (II).

Ga naar de GTB applicatie