Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 16
Aantal hits: 17
MNW
Aantal resultaten: 5
Aantal hits: 5
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 2
ONW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
WNT
Aantal resultaten: 8
Aantal hits: 8
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWREEP (II)rēp (II)znw.  m.Band, boei, touw. Deze betekenis is in het Oudnederlands alleen in de Lex Salica aangetroffen.
ONWreeprēpaznw.Reep, invoerrechten; belasting op het invoeren van handelswaar. Vgl. voor deze betekenis Du Cange VII, 126.
VMNWreep, ReepREEPznw.m.touw; ring; strook land; Reep
MNWreepREEPznw(m.) De oorspronkelijke beteekenis is waarschijnlijk strook. Zie Franck op reep. Zij komt in het Mnl., d. i. het Zndl. der middeleeuwen, niet op vele plaatsen duidelijk uit, eigenlijk slechts daar, waar het woord gebruikt wordt van land langs eene rivier, “eene strook lands”; zie bij 6). Doch dit zal wel toeval zijn, daar het woord in de hedendaagsche zndl. tongvallen in soortgelijke opvattingen bekend is als in het Ndl., waar het nog heden beteekent “eene lange en smalle strook van een vel of eenige linnen of wollen stof” (Weiland), ook van papier, in welken zin in mndl. en zndl. tongvallen, o. a. in Overijsel, Vlaanderen, Antwerpen (Schuermans 528, Corn-Vervliet 1019) ook reepel (reipel) bekend is. Zie repel (reepel). Vgl. ook het in noordndl. tongvallen gewone gebruik van reep voor “smalle snede”, gezegd van brood. Een dergelijke smalle strook kan een rechte en een gebogen lijn vormen: de beide opvattingen komen naast elkander voor. De eerste op vatting komt duidelijk uit in de beteekenis “lengtemaat” en “strook lands”, de andere in hd. reif, hoepel, en daar waar het woord dient ter vertaling van lat. circulus; zie beneden. De gewone opvatting is in het Mnl.
MNWreepREIFznw(m.)Strook, koord, band.
MNWreepREP
MNWreepREPE (I)
MNWreepREPE (II)znw(v.)IJzeren kam in sommige bedrijven gebruikt. Teuth. repe dayr men vlass mede reept, ratera (bij Dief. op het woord ook “riffel, flachsriffel; eyn towe, darm (d. i. dar me, men) de knutten van dem vlasse mede doet”. Kil. repe, instrumentum ferreum quo lini semen stringitur. Plant. een repe, instrument de fer a gruger la semence du lin. De Bo reep, reepe, repe, “soort van ijzeren kam om (bij vlas) de hippens van de herels af te scheiden, in de Wdbb. repel”; Antw. Idiot. 1019: reep; Schuermans 528: reep, repe; Waasch Idiot. 547: repe.
WNTreepREEP (I)znw.(m.) Een, in verhouding tot zijn lengte smal stuk, voorwerp, vorm en derg., dat, voor zoover de aanh. onder a) betreft, niet van een grooter stuk is afgescheurd. In tegenst. tot strook vaak met een zekere dikte. Deze bet. is thans in N.-Nederl. de meest gewone.
WNTreepREEP (II)znw.(v.) IJzeren kam om het vlas van de zaadbollen te ontdoen, repel.
WNTreepREEP (III)znw.(v.,m.) Schuin houten of ijzeren traliewerk, in stallen aangebracht, waarachter men hooi, gras en derg. werpt; ruif. Gewoonlijk ten behoeve van paarden.
WNTreepREEP (IV)znw.(v.) Insnijding, snede.
WNTreepREEP (V)znw. Elk der staken waartusschen koeien in een stal worden vastgemaakt.
WNTreepREEP (VI) Zie REPEN (I), Afl.
WNTreep Reep[behandeld onder REPEN I]
WNTreepREUP(E) (II) Zie REEP (III).

Ga naar de GTB applicatie