Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 4
Aantal hits: 5
MNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 2
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWschenkelskinkelznw.Schenkel, dijbeen of bovenbeen. In het Oudnederlands alleen als toenaam overgeleverd, mogelijk de beroepsbijnaam van de slager, vgl. Debrabandere 2003:
VMNWschenkel, SchenkelSCHENKELznw.m.schenkel; Schenkel
MNWschenkelSCHENKELznw(m.) Schenkel, been, ook hol been, pijp, en in het bijzonder het bovenbeen, het been van knie tot heup (in Waasch Idiot. 578: schinkelbeen, dijbeen van dieren). Doch ook het benedendeel van het been wordt aldus genoemd, en ook het geheele been met in begrip van den voet wordt met dien naam bestempeld. Vgl. Grimm's Wtb. 8, 2545 op schenkel en zie schene, 2). Teuth. schenkel, anca; schene, schenckel an den beyn, poplex, tibia. Kil. schenckel, vetus Germ. Sax. Sicamb. Holl. j. knoke, os, ossis; schenckel, crus, pars infra genua ad pedes usque, constans tibia ac sura, germ. schenkel, sax. schencke, schincke, angl. shancke. Plant. schenckel, la greve ou le devant de la jambe, l'os de la jambe, crus vel pes, petaso.
WNTschenkelSCHENKELznw.(m.) Bij den mensch.

Ga naar de GTB applicatie