Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 6
Aantal hits: 6
MNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
VMNWschraagSCRAGHEznw.schraag
MNWschraagSCHRAGE (I)znw(v.)Schraag, schoor, stut, onderstel. Voc. Cop. een scrage, tripos; een schraghe, fultrum. Teuth. schrage, carpenta. Kil. schrage, fulcrum, tribus (l. tripus), trapezophorum, subex mensarius; tibicen, columellae s. pedes quibus imposita mensa sustinetur, furca; schraeghen, schaetsen der timmerlieden, canterii. Plant. een schrage, schragen, fulcrum mensarium, subices mensarii, tripodes mensarii. Gloss. flam. 6: scrage, tripos. Gemma 213r.: een scrage, tripos; 81r: schragen onder tbedde maken, fultrare; een beddecleet of (lat. aut) een scrage van tbedde. fultura.
MNWschraagSCHRAGE (II)bnwSchuin, schraag.
WNTschraagSCHRAAFznw.(v.) Schraag.
WNTschraagSCHRAAG (I)znw.(v.) Toestel om planken of andere zaken op te laten steunen, bestaande uit een legger op vier schuine pooten, waarvan die aan hetzelfde einde met elkander verbonden zijn, draagezel.
WNTschraagSCHRAAG (II)bw. Schuins.

Ga naar de GTB applicatie