Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 5
Aantal hits: 5
MNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
WNT
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWspijsspīsaznw.  v.Voedsel, spijs.
VMNWspijsSPISEznw.v.voedsel
MNWspijsSPISE (I)znw(v.) Spijs, eten, mondkost, voedsel, ook van dieren. Voc. Cop. spise, cibus; spise, dapes; spise, esca; spise, fomen (bij Dief. o.a. “narunge, vodunge”) toespise, coëdulum; vol spisen, escosus; overtullicheit van spisen, crapula; gheven meldeleke spise, dapinare; milde van spisen, dapsilis; spise op den wech, viaticum; spise te enen daghe, dachspise, diarium; een gherichte met spisen, ferculum, vasculum in quo portatur cibus. Teuth. cost, spijse, eten, cibus; alreley sait dair men pottagy off kockspijze (gekookte spijs) van maect, legumen. Gloss. Bern. spise, cibaria, dapis. Kil. spijse, kost, cibus, cibarium, epulum, epulae, dapes, esca. Plant. spijse, al dat men eet, viande, victuaille; gewoonlicke s.; heerlicke s.; overnachtiges.; allerley s. gekoockt met sijn sop; lieflicke ende verdouwelicke s.; slechte s.; leckere s.; verbrande oft verbluysterde s., cibus adustus, cremium; schadelicke s., sorgelicke (gevaarlijke) s., moruwe ende leckere s., gesneden ende opgeten spijs; s. nemen; s. overgeven; s. ende dranck, daermen af leeft, victus; dat is mijn spijs, hoc est esca mihi. — Die spise verteren, verduwen, ederken (herkauwen), z. de ww. en vgl. spiseverteringe.
WNTspijsSPIJS (I)znw.(v.) Datgene waarmede men of iemand zich gewoonlijk of bij een gelegenheid voedt; voedsel; voeding; eten; kost.
WNTspijsSPIJS (II)znw.(v.) Grond of grondstof voor dijken, wallen, wegen of dergelijke werken; uitgegraven of opgebaggerde grond; specie.

Ga naar de GTB applicatie