Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 8
Aantal hits: 9
MNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
VMNW
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
ONW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 2
WNT
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
ONWstad, Stadstatznw.  v.Plaats, plek, locatie.
VMNWstadSTADE (I)
VMNWstadSTATznw.m./o.stadie
VMNWstad/stedeSTAT, STEDEznw.m.,v.plek; ruimte; plaats; marktstandplaats; aanlegplaats; gelegenheid; situatie; standvastigheid; stad; Stad
MNWburg~stadBORCHSTAT
MNWstadSTATznw(v., m., %o.) Plaats, in de ruimste beteekenis; hd. “ort, stelle”. Teuth. stat, locus. Voc. Cop. een stad, locus; verborgen stadt, abditorium; ter ander stad, alio; de stadt achterwert rumen, decedere; een stadt op te verwandelen, deambulatorium; inwandelen ghedaetst (zie gedaets) in een stad, inhabitare; hertreckinghe, hervaringhe van eenre stad ter andere, dislocatio; te gader opstaen van eenre stad, consurgere; een stad van rosen, rosetum; een stadt van bomen, arbustum; een stad van eyken, quercetium; een stadt van rade, concionabulum; een stat van goedertierenheit, propiciatorium (als een bedehuys; vgl. ndl. “plaats des gebeds”); een stad daer roeden wassen, virgultum; stat daer eertbesyen staen, fragetum; een stadt daer men baedt, balnearium; een stadt daer riet wast, cannetum; een stadt daer ossen staen verghedert, bucetum; een stad daer men jaghet, een warande, venatorium; die stat daer water verghedert, compluvium; de stat daer men worstelt, palestra; destat daermen munt, munte, monetarium; een stadt van twee weghen, daer twee weghe verghederen, bivium; stad daer drie weghe vergaderen, trivialis (l. trivium). — Heerstat (l. of d. i. heertstat), focarium; opperstad, fenile (“hooischuur”); worstelstad, een crijt, palisma; wijn stat, merotheca, vini repositorium; een eetstat, cenatorium; maeltijtstadt, cenaculum; een craemstadt, astarium (locus vel tabernaculum ubi venduntur bona (= merces) scriptorum vel mercatorum); wevestad, textrina, locus texentium; woonstad, habitaculum; een beddestadt, cubile; bedstat, lectisternium; leschstadt, carestum, locus ubi carex crescit; ozuunstadt, ceparium; varestat, filicetum (dicitur locus ubi filix abundat); een hofstad, domistadium (vgl. ndl. “boerenplaats” en “hofstede”). Vgl. nog dincstat en veerstat (“off eynich man quam op dat veyrstat ruepen: hael over”, Publ. Limb. 13,. 309. Kil. stad, locus (bij Plant. is de bet. “plaats” alleen eigen aan stede, terwijl “stad alleen de bet. heeft van lat. “urbs, oppidum, civitas”).
MNWvan~de~stadVADERSTAT
WNTstadSTADznw.(v.) Plaats. Verouderd.

Ga naar de GTB applicatie