Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
MNW
Aantal resultaten: 2
Aantal hits: 2
VMNW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
MNWtergenTERGENww(zw., trans.)Tergen, sarren, nijdig maken, treiteren. Kil. terghen, irritare, lacessere, infestare, vexare, provocare ad iram; exacerbare, agitare. Plant. tergen, irriter, attiner, agacer, harceler; terger, tergersse; terghachtich. Teuth. tergen, reitzen, kreitzen, heit of toornich maken, provocare; tergen, tzerren, kreytzen, irritare; tergen, kreytten, lacessere, tergen, tzerren, vergrellen, incessire; anvechten, terghen, dwyngen, reytzen, kreitzen, instimulare; bedroeven, bedrucken, tergen, plagen e. a., contristare, vexare; naggen, taggen, prekelen, tergen, creytzen, reyttzen, irritare, provocare, stimulare, instigare; tergen, verwecken, proritare. Het woord komt voor in een varr. op Stoke II, 146, doch daar is zeker de juiste lezing ergen of hergen (“doe ghinc men hereghen ende storen ende bernen ende roven”), hoewel ook de opvatting kwellen, plagen, het iemand lastig maken (Kil. “vexare”) daar denkbaar is. Vgl. tanen en tenen.
MNWtergenTORGENww(zw., trans.)Plagen, kwellen.
WNTtergenTERGENww.(trans.,zw.) Kwellen, pijnigen, hinderen, plagen, kwetsen. Ook fig. In dezen zin weinig meer gebruikt.

Ga naar de GTB applicatie