Resultaten zoekvraag

Totaal
Aantal resultaten: 5
Aantal hits: 6
MNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 1
VMNW
Aantal resultaten: 1
Aantal hits: 2
ONW
Aantal resultaten: 0
Aantal hits: 0
WNT
Aantal resultaten: 3
Aantal hits: 3
Woordenb.Mod. Ned. TrefwoordOrigineel trefwoordWoordsoortBetekenis
VMNWtimp, TimpTIMPEznw.m.Timp
MNWtimpTIMPEznw(m., v.) Het puntig uiteinde van iets (Kil.timp, Holl. cornu, angulus”), in het bijzonder de spits uitloopende punt van een “covel” (z. ald.). De “timpe” werd ook afzonderlijk gedragen. Vgl. coveltimpe. Teuth. tymp, tzep, relipendium, retropendium (zie Dief. op de beide woorden). Gemma 172r: een kovel of een koveltimp; een timp vander kovel, leripipium vel liripipium. Kil. timp, Sicamb. focale, fascia collum ambiens et a frigore cervicem defendens, vulgo collipendium; timp, timpe, Sicamb. Holl. umbraculum calyptrae muliebris, frontale pallae.
WNTtimpTIMPznw.(m.,v.) (Veelal puntig of smal) uiteinde van iets, uitstekende punt, tip, hoek.
WNTtimpTOMP Zie TUMP.
WNTtimpTUMP In den alg. zin van punt, uitsteeksel enz. nog aangetroffen bij SCHUERM. [1865-1870] (i.v. tomp) en in Hs. Lett. 1756, n° 9, 8 b [Barneveld, ± 1870]; in 't bijz. m. betr. t. een kleedingstuk bij ENDEPOLS [1955] (vgl. TUIT (II), 9, b))).

Ga naar de GTB applicatie